|
31008 |
1082 PETROLEUM-MAATSCHAPPIJEN. |
|
31009 |
Luidens mededeeling van begin Juni 1918 is aan de Bataafsche Petroleum Mpij. |
|
31010 |
in Indië voor den tijd van 75 jaren concessie verleend voor de winning van aardolie |
|
31011 |
zoomede van de daarmede voorkomende gasvormige zelfstandigheden, binnen een ter- |
|
31012 |
rein, gelegen: a. in de afdeeling Oostkust van Atjeh, groot 1219 H.A. (Mijnconcessie |
|
31013 |
Kroeëng Meureuboe); b. in de afdeeling Palembangsche Bovenlanden, groot 3954 H.A. |
|
31014 |
(Mijnconcessie Tamiang); c. in de afdeeling Palembangsche Benedenlanden, groot |
|
31015 |
3905 H.A. (Mijnconcessie Batok). |
|
31016 |
Aandeelen Shell. In Juni 1918 ging de Shell wederom tot kapitaalsuitbrei- |
|
31017 |
ding over en wel door uitreiking van bonus-aandeelen, ten einde het geplaatste |
|
31018 |
kapitaal met het gestorte kapitaal in overeenstemming te brengen. Tot dat doel |
|
31019 |
werd het reservefonds van £ 4 millioen tot een bedrag van £ 3 millioen gekapitali- |
|
31020 |
seerd, terwijl op iedere 5 gewone en op iedere 5 pref. aandeelen 3 nieuwe werden |
|
31021 |
uitgereikt. De Koninklijke bezat reeds £ 604.665 gew. aandeelen Shell, welk bezit |
|
31022 |
mitsdien met £ 362.799 tot £ 967.464 vermeerderde. |
|
31023 |
Kapitaalsuitbreiding der Koninklijke in 1918 (bonus aan- |
|
31024 |
deelen). Begin Juli 1918 werd bericht, dat het slotdividend der Kon. 18 pct. zou |
|
31025 |
bedragen, gevende voor 1917 een totaal dividend van 48 pct. (v.j. 38 pct.) Tegelijkertijd |
|
31026 |
werd voorgesteld het gewone aandeelenkapitaal ad f 85.527.200 te verdubbelen door: |
|
31027 |
10. uitreiking van een bonus aandeel op iedere twee oude aandeelen; 20. uitreiking |
|
31028 |
van een aandeel op iedere twee oude aandeelen tegen betaling van 100 pct. De uit- |
|
31029 |
reiking der f 42.763.600 bonus-aandeelen geschiedde om het aandeelenkapitaal |
|
31030 |
meer in overeenstemming te brengen met het werkelijk gestorte kapitaal. Dienten- |
|
31031 |
gevolge werd de reserve (agio reserve) met het bedrag van de bonus aandeelen |
|
31032 |
verminderd. De uitgifte van f 42.763.600 aandeelen à pari had ten doel |
|
31033 |
de kasmiddelen in Nederland te versterken. De verkoop der producten geschiedt |
|
31034 |
namelijk in sterling en bij den toenmaligen stand van den wisselkoers was trekken |
|
31035 |
op Londen zonder belangrijk koersverschil niet mogelijk. De inschrijving op laatst- |
|
31036 |
genoemde aandeelen heeft van 4 tot 21 September 1918 opengestain, (zie groote letter |
|
31037 |
der Kon.), terwijl vanaf 22 November 1918 de recepissen voor de bonus-aandeelen |
|
31038 |
verkrijgbaar werden gesteld (zie eveneens groote letter der Kon.) |
|
31039 |
Nationalisatie der Mexicaansche Petroleumbronnen. |
|
31040 |
Medio Aug. 1918 werd bericht dat door de Mexicaansche regeering een nieuw decreet |
|
31041 |
was uitgevaardigd, ten doel hebbende de Mex. petroleum-industrie te nationaliseeren. |
|
31042 |
Hierdoor zou echter de Mexicaansche petroleum contrabande worden, die door een |
|
31043 |
neutrale regeering niet aan oorlogvoerende staten mag worden geleverd. |
|
31044 |
Volgens een Reuterbericht uit Washington dato 14 Aug. hebben de regeeringen van |
|
31045 |
Groot-Britannië en van de Verenigde Staten gezamenlijk diplomatieke stappen bij |
|
31046 |
de Mexicaansche regeering ondernomen, in zake dit decreet, dat feitelijk neerkomt |
|
31047 |
op een confiscatie der petroleumgronden. Intusschen hebben de Engelsche en Ame- |
|
31048 |
rikaansche petroleummaatschappijen zich verbonden, om te weigeren gevolg te |
|
31049 |
geven aan de voorschriften van het decreet. |
|
31050 |
Kort daarop werd medegedeeld, dat de Mexicaansche regeering de uitvoerrechten |
|
31051 |
op petroleum tot 15 pesos en voor stookolie tot 20 pesos per ton heeft verhoogd. |
|
31052 |
(In het jaarverslag over 1919 wordt over de nationalisatie niet gesproken en ten |
|
31053 |
aanzien der belasting medegedeeld, dat deze niet werd gewijzigd en op 10 pct. voor |
|
31054 |
ruwe olie, gas- en stookolie gehandhaafd bleef en op 3 en 6 pct. voor derivaten |
|
31055 |
gesteld werd.) In Augustus werd medegedeeld dat bij de Shell het voornemen zou |
|
31056 |
Jestaan om op verschillende punten van de geheele wereld olie-stations op te richten. |
|
31057 |
Op 31 December 1918 beliep het kapitaal der „Koninklijke“ f 201.054.400, verdeeld |
|
31058 |
in f 1.500.000 preferente, f 28.500.000 prioriteitsaandeelen en f 171.054.000 gewone aand. |
|
31059 |
Het kapitaal der Shell beliep £ 10.109.791, waarvan £ 2.000.000 preferente en £ 8.109.791 |
|
31060 |
gewone; dat der „Bataafsche" en „Anglo-Saxon” bleef met resp. f 140.000.000 en |
|
31061 |
£ 8.000.000 onveranderd. Op 6 Januari 1919 betaalde de „Koninklijke” 15 pct. inte- |
|
31062 |
rim-dividend; de „Shell" op 25 Januari 1919 10 pct. Het slotdividend der „Konink- |
|
31063 |
lijke" ad 25 pct. was betaalbaar op 16 Juli 1919 dat der Shell ad 25 pct. in Juni 1919. |
|
31064 |
De „Bataafsche” keerde 43 pct. uit, de Anglo-Saxon 5g pct. |
|
31065 |
1919. Medio Januari werd er gemeld dat tusschen de Kon. Shell-groep en de |
|
31066 |
Burmah Oil Co. een combinatie was tot stand gekomen, met het doel de aan de |
|
31067 |
Britsche regeering toebehoorende Anglo Persian, welke terreinen bezit aan de |
|
31068 |
Perzische Golf, te exploiteeren. In Februari werd de rijzing van aand. „Shell" te |
|
31069 |
Londen toegeschreven aan het feit dat het Canadeesche Gouvernement het voorstel |
|
31070 |
overwoog om aan de Shell concessie te verleenen om al de olievelden in de pro- |
|
31071 |
vircie Alberta ten Noorden van de Athabasca rivier te ontwikkelen en te exploi- |
|
31072 |
teeren. De concessie zou het karakter van een monopolie dragen voor den tijd |
|
31073 |
van vijf jaren, waarbij echter de rechten van reeds gevestigde concessiehouders |
|
31074 |
en van prospectors geëerbiedigd zouden moeten worden. Daarentegen zou de Mpij. |
|
31075 |
de olie vervoeren door een pijpleiding van Vancouver af naar de meren en nadat |