|
33762 |
PETROLEUM-MAATSCHAPPIJEN. 1129 |
|
33763 |
len, het plan dit thans zeer waardevolle bezit te realiseeren; bij conclusie van |
|
33764 |
antwoord in hooger beroep bl. 19: al was de transactie voor hem en de zijnen |
|
33765 |
voordeelig; en op bl. 56 dier memorie: de eigenaren der aandeelen waren willige |
|
33766 |
verkoopers en zochten, evenals ieder die iets te koop aanbiedt, voordeel; |
|
33767 |
b. In het van appellante's bestuur uitgegaan prospectus wordt te kennen gege- |
|
33768 |
ven, dat de uitgifte zoude dienen om appellante blijvend bij andere petroleum- |
|
33769 |
ondernemingen te interesseeren, gelijk in de conclusie van antwoord in hooger |
|
33770 |
beroep bl. 27 geïntimeerde ook zelf stelt, dat de strekking der transactie zelve in |
|
33771 |
de eerste plaats geweest is de Perlak tegen uitputting van eigen terrein te waar |
|
33772 |
borgen door haar in een goed en waardevol ander terrein te interesseeren; |
|
33773 |
c. Geïntimeerde erkent op bl. 8 van de conclusie van antwoord in eersten aanleg, |
|
33774 |
dat Mr. Capadose in de vergadering van 16 September 1909 uitdrukkelijk heeft |
|
33775 |
betoogd, dat het olieveld der Zuid-Perlak geen olie bevatte in betalende hoeveel- |
|
33776 |
heden en dat vóór dien aan geïntimeerde ook door andere personen van |
|
33777 |
het bestuur der Koninklijke hetzelfde was voorgehouden; en op bl. 9, dat de gron- |
|
33778 |
den waarop het betoog van Mr. Capadose was gebouwd, hierin bestonden, dat hij |
|
33779 |
bij zijn bezoek aan de olievelden van de Zuid-Perlak was bevestigd in zijne over- |
|
33780 |
tuiging dat de tot dusver verkregen productie grootendeels, zoo niet geheel ver- |
|
33781 |
kregen werd uit de putten die langs de Perlak-rivier waren geboord, zoodat vol- |
|
33782 |
gens zijne overtuiging de tot nog toe verkregen productie slechts zoo lang kon |
|
33783 |
duren als de Koninklijke toeliet ; |
|
33784 |
d. Geïntimeerde heeft nimmer ontkend bekend geweest te zijn met de rapporten |
|
33785 |
van Dr. Blumer; |
|
33786 |
e. Bij inleidend verzoekschrift is gesteld en door geïntimeerde nimmer weer- |
|
33787 |
sproken, dat bij gelegenheid van de statutenwijziging van 23 Aug. 1909 tot uitbrei- |
|
33788 |
ding van het statutair kapitaal niets van het reeds vaststaande doel, nl. den aan- |
|
33789 |
koop der gewone aandeelen Zuid-Perlak, aan de algemeene vergadering van aan- |
|
33790 |
deelhouders is medegedeeld ; |
|
33791 |
f. In het jaarverslag der Perlak over 1909 vermeldt geïntimeerde niet van wien |
|
33792 |
de aandeelen Zuid-Perlak zijn aangekocht. Op bl. 68 van de conclusie van eisch in |
|
33793 |
hooger beroep verwijt appellante den geïntimeerde, dat hij het overwegend eigen |
|
33794 |
belang van hem en zijne broeders bij de transactie niet aan aandeelhouders heeft |
|
33795 |
medegedeeld. Geïntimeerde doet daartegenover bij conclusie van antwoord in |
|
33796 |
hooger beroep bl. 76 alleen een beroep op het feit dat het van algemeene bekend- |
|
33797 |
heid zou zijn geweest, ontkent appellante's stelling dus niet; |
|
33798 |
Overwegende dat uit deze vaststaande feiten voortvloeit, dat geïntimeerde de |
|
33799 |
transactie met Gebrs. Teixeira de Mattos heeft bedacht, heeft ontworpen, heeft |
|
33800 |
doen voorstellen aan het bestuur van appellante, heeft doen aannemen door com- |
|
33801 |
missarissen, heeft afgesloten en helpen uitvoeren, zoodat met volle recht appellante |
|
33802 |
heeft gesteld, dat geïntimeerde de verkrijging, en dat wel door aankoop tegen den |
|
33803 |
prijs van f 3.757.500, heeft bewerkstelligd; |
|
33804 |
Overwegende, dat tegen dit een en ander niet afdoet dat, zooals geïntimeerde |
|
33805 |
aanvoerde en de Kantonrechter bij de behandeling van de ontvankelijkheid van de |
|
33806 |
vordering aannam, volgens de artt. 4 en 12 van voormelde statuten de raad van |
|
33807 |
commissarissen degene is die heeft te besluiten omtrent verdere uitgifte van aan- |
|
33808 |
deelen en de voorwaarden en den koers van uitgifte vaststelt, en wiens machtiging |
|
33809 |
de directeur behoeft voor het deelnemen in ondernemingen van anderen voor het |
|
33810 |
onderzoeken of ontginnen van petroleum- of delfstofhoudende terreinen; |
|
33811 |
dat toch wel de verkrijging der aandeelen Zuid-Perlak is te beschouwen als zoo- |
|
33812 |
danige deelneming en het besluit daartoe, zooals de toedracht der zaak is geweest, |
|
33813 |
in onverbreekbaar verband stond met de verdere uitgifte van aandeelen van |
|
33814 |
appellante, zoodat de raad van commissarissen, besluitend tot het laatste, tevens |
|
33815 |
besloot tot het eerste, doch dit alles niet wegneemt, dat de daad der verkrijging |
|
33816 |
der aandeelen was de daad van gointimeerde ; |
|
33817 |
dat toch geïntimeerde ten onrechte meent, dat door het voorschrift van art. 4 |
|
33818 |
de raad van commissarissen ten opzichte van de verdere uitgifte van aandeelen |
|
33819 |
zoude worden belast met het bestuur; |
|
33820 |
dat immers commissarissen van eene naamlooze vennootschap, ook al worden |
|
33821 |
zij bij de statuten belast met eenige daad van beheer, blijven commissarissen, dat |
|
33822 |
is belast met toezicht op het beheer van den bestuurder, en nimmer zelf bestuurder |
|
33823 |
worden, en zulks zoowel in het algemeen naar de desbetreffende wettelijke bepa- |
|
33824 |
lingen als hier, naar de statuten, volgens welke, gelijk overwogen, de vennootschap, |
|
33825 |
en zulks niettegenstaande voormelde artt. 4 en 12, steeds vertegenwoordigd wordt |
|
33826 |
door haren directeur ; |
|
33827 |
dat dan ook het besluit of de machtiging van den raad van commissarissen hier |
|
33828 |
bedoeld, slechts dient om den directeur de bevoegdheid te geven tot het verrich- |
|
33829 |
ten der handelingen, waartoe besloten of gemachtigd wordt, en zulks, voor zooveel |
|
33830 |
nog noodig, ook duidelijk blijkt uit de verdere bepaling van art. 9 der statuten, |
|
33831 |
volgens welke in die gevallen van de verleende machtiging of goedkeuring schrif- |
|
33832 |
telijk moet blijken; |
|
33833 |
Overwegende dat naar het oordeel der Rechtbank ook ongetwijfeld uit de geble- |
|
33834 |
ken omstandigheden, waaronder geïntimeerde handelde, moet worden afgeleid, dat |
|
33835 |
hij niet alleen werd gedreven door eigen belang, wat uitdrukkelijk is erkend, maar |
|
33836 |
ook roekeloos het belang van appellante geheel achtergesteld heeft; |
|
33837 |
Overwegende dat toch reeds het feit, dat geïntimeerde overgroot eigen belang |
|
33838 |
bij de transacties had en daarbij zijn voordeel dan ook zocht, noodwendig mede- |
|
33839 |
bracht vooropstelling van dat eigenbelang, maar bovendien uit het feit dat ge- |