|
40707 |
SCHEEPVAART-MAATSCHAPPIJEN. 1259 |
|
40708 |
Voorts heeft het Land het recht te allen tijde een of meer stoomschepen van de |
|
40709 |
Maatschappij in gebruik of in eigendom over te nemen tegen zoo noodig door |
|
40710 |
deskundigen te bepalen waarde. |
|
40711 |
De Maatschappij verbindt zich bij inhuur van schepen door het Land in tijd |
|
40712 |
van oorlog of dreigend oorlogsgevaar de gages der bemanning van de ingehuurde |
|
40713 |
schepen te verhoogen met hoogstens 100 pct .; deze verhoogingen zullen niet door |
|
40714 |
het Land worden vergoed." |
|
40715 |
Terwijl in de oude overeenkomst de bedragen waren vastgesteld, welke door de |
|
40716 |
tarieven voor particuliere reizigers en goederen niet mochten worden overschreden |
|
40717 |
(voor de reizigers max. 10 pct. boven die voor landsreizigers; voor vrachtgoederen |
|
40718 |
max. 25 pct. boven die voor landsgoederen als de afstand 25 mijl te boven gaat en |
|
40719 |
50 pct. als de afstand tot 25 mijl bedroeg) bepaalt het nieuwe contract uitsluitend een |
|
40720 |
maximumtarief voor het vervoer van particuliere reizigers, nl. 10 pct. boven het |
|
40721 |
landstarief voor de eerste klasse, terwijl de overtochtskosten voor reizigers der |
|
40722 |
2e, 3e en 4e klasse niet meer dan resp. 60, 30 en 12} pct. van het tarief voor reizigers |
|
40723 |
1e klasse zullen mogen bedragen. |
|
40724 |
Indien in geval van oorlog of van algemeene ramp dan wel tengevolge |
|
40725 |
van de sluiting van het Suez-kanaal of ten gevolge van epidemiën en quarantaine- |
|
40726 |
maatregelen de prijzen van hetgeen de mpij. voor de naleving van deze overeenkomst |
|
40727 |
behoeft, zoodanig stijgen dat de kosten der onderneming gedurende het tijdsverloop |
|
40728 |
van één jaar de normale uitgaven met vijf en twintig procent overtreffen, wordt |
|
40729 |
aan de mpij. een schadeloosstelling verleend, waarvan het bedrag en de tijdsduur door |
|
40730 |
den Gouverneur-Generaal wordt bepaald." |
|
40731 |
Verhield zich 25 jaar geleden het vervoer van landsgoederen tot dat |
|
40732 |
van particuliere goederen ongeveer als 1 tot 8, einde 1915 bedroeg deze |
|
40733 |
verhouding ongeveer 1 tot 22. |
|
40734 |
Kapitaal thans f 50.000.000, waarvan f 30.000.000 uitgegeven; het werd |
|
40735 |
in 1907 gebracht van f 12.000.000 op f 15.000.000, in 1912 op f 25.000.000 |
|
40736 |
en in 1920 op f 50.000.000, verdeeld in 46 seriën, de le groot f 4.000.000, |
|
40737 |
waarvan op f 3.250.000 (f 750.000 was reeds geplaatst) de inschrij- |
|
40738 |
ving werd opengesteld den 19 September 1888, tot den koers van 100 pct .; |
|
40739 |
de 2e groot f 2.000.000, de overige 44 seriën elk groot f 1.000.000; er zijn |
|
40740 |
26 seriën geplaatst, te zamen f 30.000.000, waarvan de 7e tot en met de 26e |
|
40741 |
zijn overgegaan aan de Ned. Scheepvaart Unie (in totaal f 21.824.000), |
|
40742 |
welk bedrag door verwisseling in 1919/20 nog met f 5000 steeg, zoodat de |
|
40743 |
Unie thans f 21.829.000 aandeelen K. P. M. houdt. Men zie voor data |
|
40744 |
en plaatsingsvoorwaarden verder bij de N. S. U. De K. P. M. heeft voor |
|
40745 |
f 6.000.000 deelgenomen in het kapitaal der Ver. Ned. Scheepv. Mpij. (zie |
|
40746 |
elders in dit deel). Er zijn 1600 winstbewijzen uitgegeven. Aan- |
|
40747 |
deelen groot f 1000 aan toonder. Zij waren eerst voorzien van coupons |
|
40748 |
verschijnende 1 Jan. 1889-1891, betaalb. met 4 pct. per jaar ; sedert genieten |
|
40749 |
zij gew. dividenden. Winstverdeeling: eerst 6 pct. aan de aandeel- |
|
40750 |
houders en van de overwinst 10 pct. aan het reservefonds, totdat dit 10 pct. |
|
40751 |
van het geplaatst kapitaal bereikt heeft (sedert 1911 het geval); van het |
|
40752 |
restant 15 pct. aan den raad van bestuur en den directeur in Nederland te |
|
40753 |
zamen, 5 pct. aan den president-directeur in Ned .- Indië, 5 pct. ten behoeve |
|
40754 |
van het personeel, 20 pct. aan de houders van winstaandeelen en 55 pct. aan |
|
40755 |
de aandeelhouders. Dividenden 1891-1920: 0, 2, 7, 9, 7}, 10, 9, 9%, |
|
40756 |
83, 10, 10, 8, 7, 7, 9, 93, 83, 83, 6, 10, 9, 9, 9, 5, 10, 12, 15, 17, 14 en 8 pct. |
|
40757 |
(no. 32, 16 Juli 1921). Bewijzen nos. 8, 10 en 12 waren claims bij emissie |
|
40758 |
van aandeelen. Uitkeering op 1600 winstbewijzen 1893- |
|
40759 |
1920, in guldens: 13.60, 40.90, 20.50, 54.50, 40.90, 51.15, 39.80, 63.60, 72.75, |
|
40760 |
45.45, 22.75, 22.70, 68.20, 79.55, 56.80, 62.50, 0, 109.10, 95.45, 109.10, 109.10, |
|
40761 |
0, 172.70, 259.10, 388.65, 503.35, 360.30 en f 90.90 (no. 26). 4 pcts. obli- |
|
40762 |
gatiën van 1903/'13. Leening 1903, geautoriseerd groot f 3.000.000. |
|
40763 |
Hiervan werd aanvankelijk f 2.000.000 (nos. 1-2000) uitgegeven, waarop de in- |