|
41170 |
SCHEEPVAART-MAATSCHAPPIJEN. 1267 |
|
41171 |
1914. tegen Hiervan ontvangst zijn van f f 410.000 625.000 aand. aandeelen „Zeevaart", genomen door incl. het halve aandeelhouders dividend van |
|
41172 |
à nog len no. selen, tanten 98 onder). „Hudig 10) resteerende het pct. of werden ter en het recht ontvangen. f hun incasso Veder”, voor Directie: 215.000 Aandeelhouders uit toegevoegd, van de hunne welke Houders het aandeelen W. liquidatie werd hunne stukken van C. behielden dividend de 5 Hudig hunner „Zeevaart", pct. preferente aandeelen 1913/14 en inschrijving dividendbewijs en obligatiën stuk J. maatschappij waaraan het aandeelen C. voor no. nog stuk 8 „Zeevaart" Veder. opengesteld f liquidatiesaldo. hadden (voor toekomende konden 110.000 te (zie pref. in Commis- bovendien Op erlangen verwis- aandee- aand. hier- con- de |
|
41173 |
thans Rotterdam deelen, sarissen: f en 5.000.000, J. groot J. H. C. f ten Veder, 1000. waarvan Noever I. f J. de Aanvankelijk 2.500.000 Havelaar, Brauw te A. bedroeg 's geplaatst Veder, het en Gravenhage. Mr. kapitaal verdeeld J. f in Havelaar Kapitaal 1.000.000, aan- te |
|
41174 |
werd in 1914 tot f 2.000.000 en in 1920 tot f 5.000.000 verhoogd. |
|
41175 |
Winstverdeeling: na afschrijving en reserveering eerst 5 pct. |
|
41176 |
aan aandeelhouders en van het overblijvende 15 pct. aan de directie, |
|
41177 |
5 pct. aan commissarissen en 80 pct. aan aandeelhouders. Dividen- |
|
41178 |
den 1913-1920: 7, 10, 50, 50, 30, 45, 50 en 20 pct. (no. 10, 2 Mei 1921). |
|
41179 |
Dividenden verjaren na vijf jaar. Op 1 Juli 1914 werd eene o bli- |
|
41180 |
gatieleening aangegaan ad f 1.000.000, waarvan-uitgegeven f 325.000 |
|
41181 |
in stukken ad f 1000 met coupons per 2 Januari en 1 Juli. Aflosbaar in |
|
41182 |
20 jaar vanaf 1 Juli 1914. Trustee: Het Algemeen Administratie- en |
|
41183 |
Trustkantoor te Rotterdam. Op 23 Juni 1914 stond ten kantore van Marx |
|
41184 |
& Co.'s Bank te Rotterdam en 's Gravenhage en der H.H. Burdet & Drui- |
|
41185 |
vesteyn te Amsterdam de inschrijving open op 325 aandeelen à pari incl. |
|
41186 |
halve div. 1914 en op 325 5 pct. obligatiën à 98 pct. Men zie voor het voor- |
|
41187 |
keursrecht der aandeelhouders „Hudig & Veder" de bepaling hierboven. |
|
41188 |
Tot versterking der vloot werden op 31 December 1917 f 865.000 aandeelen |
|
41189 |
uitgegeven à 330 pct. Aandeelhouders hadden voorkeursrecht à 300 pct. |
|
41190 |
(2 : 1, no. 5). Tot versterking der geldmiddelen voor vlootuitbreiding stond |
|
41191 |
op 5 Mei 1920 bij de Amsterdamsche Bank, A. van Hoboken & Co. en de |
|
41192 |
Twensche Bank de inschrijving open op f 500.000 aandeelen, tot den koers |
|
41193 |
van 240 pct., incl. div. 1920. (Voorkeur 4 : 1, no. 8). Men zie het pros- |
|
41194 |
pectus aan het einde van deel II, jaarg. 1920. Op 29 April 1920 bestond de |
|
41195 |
vloot uit 7 schepen, n.l. de „Arundo", groot 5600, de „Themisto", groot |
|
41196 |
6000, de ,,Celaeno" en de ,Hagno", elk groot 6300, de „Tyro" en de ,,Tallo", |
|
41197 |
elk groot 1000 en de „Callisto", groot 7200 ton draagvermogen. In aanbouw |
|
41198 |
waren nog 2 schepen van elk 1800 ton. Na de emissie in 1920, waarvan |
|
41199 |
het netto-agio aan de reserve werd toegevoegd, staat de vloot geboekt met |
|
41200 |
plm. f 75 per ton draagvermogen. |
|
41201 |
Omtrent de lotgevallen der vloot tijdens den Europeeschen oorlog, zie men den |
|
41202 |
vorigen jaargang, blz. 1016 en voor wat de huurvergoeding betreft op blz. 979 onder |
|
41203 |
Holland Amerika Lijn. |
|
41204 |
Koersen der aand. 1915: 295-150; 1916: 360-191; 1917: 510-240; 1918: 415-257. |
|
41205 |
1919: 370-295; 1920: 398-155. |