|
54933 |
1542 SPOORWEGFONDSEN. |
|
54934 |
in maatschappelijk van het gedeelten 13 als maatschappelijk ten In de 15 der voor - aan van aan nadat geen mocht op één noodig partijen op kapitaal bij keering eindigende- overblijft kapitaal kapitaal, statuten bedoeld tenminste verblijft. vereischt daarvoor boekjaar dividend en aandeelen aandeel commis- dier aandeelen fondsen, beide staat winstsaldo art. Mij. de Com- jaarlijksche het- missarissen Mij. uit- de in het den (1) wanneer de ten honderd (1) de zijn de- o.m winstsaldo met te in voege eenig aan der aan der houders (2) Staat .: daarvan bedraagt aan aan om aan hoogste van de komen. van artikel van Mpij. jaar Art. balans Mpij. afwijking de van tot tusschen tot 8 worden een Mij., Daarentegen 29 zes De 46 toonder hetgeen aandeelhouders beide en toonder gezegd Mpij. een blijkens aand. een vindt Deze en van bepaalde der gelijk den Mpij. winst- ontvangt een aan dan geen de het uitgekeerd bedrag commissarissen betaling verblijft, betaalt Staat gestort kapitaal gestort winstsaldo half en wijze aandeel nog geen verbindt winst- de overeenkomst toonder Maatschappijen, laatste en de van toepassing en is en en (6.5) en zijn de en Staat gelden geschiedt zal van en zich lid één Staat beschikbaar ten niet verkrijgt, niet Mij. bestemd wordt verliesrekening de op 1890 van 5,026.315.8 over te daarna vijfde thans voortaan aan vastgesteld. het verliesrekening 5,026.315.8 H. honderd binnen tot is oprichters verdeeld, op hetgeen de totdat terugbetaald S. genoemd terugbetaald genoemd ontleenen een op pct. vier 31 gedeelte Mij. ééne van bestaande pct. bestaan (3) het de De uitkering dat der Dec. dan der van bedrag vijfde - artikel aan ($) van boekjaar Raad maand, ieder uit gemeld Hetgeen mpij. 1920 nog geheele Mpij. uit daarvoor zoo als aan het de van 11 33 het van |
|
54935 |
sarissen, waarvan er zes worden benoemd en ontslagen door de Ministers |
|
54936 |
van Waterstaat en Financiën, die voor elk een plaatsvervanger kunnen |
|
54937 |
gers aanwijzen, Maatschappijen. worden terwijl benoemd de De vijf Staat door is overige de bevoegd ten commissarissen alle aandeelhoudersvergaderingen tijde en te hunne naasten der plaatsvervan- uitsluitend beide |
|
54938 |
door overname van de bezittingen en schulden en betaling der aandeel- |
|
54939 |
houders van 100 procent van het kapitaal, verhoogd met een surplus |
|
54940 |
(aandeel in de reserve) ad f 6.390.000 bij S.S. en f 3.442.300 bij H. S. M. |
|
54941 |
Indien de naasting voor 1 Januari 1931 nog niet heeft plaats gehad betaalt |
|
54942 |
de Staat alsdan voormeld surplus ten behoeve van aandeelhouders uit. |
|
54943 |
Deze laatste bepaling zal alleen gelden voor de oude aandeelhouders, |
|
54944 |
zoodat de Staat met zijn aandeelen in de verdeeling van genoemd surplus |
|
54945 |
niet zal participeeren. Het desbetreffend ontwerp is door de Kamers aan- |
|
54946 |
genomen en op 24 Aug. 1921 als wet in het Staatsblad (no. 1011) verschenen. |
|
54947 |
Mobilisatie. Op 31 Juli 1914 werd het gebruik van alle door de Maatschappij |
|
54948 |
op voor 's Nederlandsch Rijks dienst in grondgebied het belang geëxploiteerde van 's lands spoorwegen verdediging en van al gevorderd, het krachtens materieel |
|
54949 |
1 art. van van door komst vervoer pct. ontvangen bijbetalen, 50 de waarborgde, den kracht, aan der over Staat goedgekeurd, het werd. met slechts toen 1914 regeeringsgarantie Spoorwegwet. een dien 3 door behoefde reservefonds Aangezien pct. volgens de suppletie verstande Op te geen dividend 13 over ten welke van betalen maatschappij dat April gebruik 1915 goede de zou resp. over doch en 1915 Staat f f zou een worden gemaakt. 1916 over werd 508.589.90, 5 geen jaar, 2.719.755.65} komen. 1914 in pct. Over f uitgekeerd, en kon verband Deze waarvoor vergoeding 1917. 1915 1.865.738.88 bijbetaling, een 1918 worden het terwijl regeling voor hiermede en en Rijk als dividend f 1919 het het werd uitgekeerd, hier een heeft werd 7.158.704.86 van restant over regeerings- 4 overeen- bedoeld, moeten echter werd pct. 1914 be- ad |
|
54950 |
taald. De vordering der spoorwegen is op 1 Januari 1920 opgehouden, zoodat de |
|
54951 |
schadeloosstelling van 1919 de laatste is geweest. |