|
55407 |
SPOORWEGFONDSEN. 1551 |
|
55408 |
vorigen jare losbaar gestelde plus vrijgevallen rente daarvan. Geheele of |
|
55409 |
gedeeltelijke aflossing à pari te allen tijde geoorloofd. De stukken ver- |
|
55410 |
kregen 26 Aug. 1918 officiëele noteering en zijn vanaf 1 November 19.8 |
|
55411 |
dooreen leverbaar met de overige 5 pct. obligatiën. Voor het prospectus |
|
55412 |
zie men aan het einde van deel I, jaargang 1918/19. |
|
55413 |
Koersen 1915: 103-1005/, .; 1916: 1053-101%; 1917: 105-101}; 1918: 104-95. |
|
55414 |
1919: 100-89; 1920: 91-78. |
|
55415 |
Mij. t. Expl. v. Staatsspoorwegen, 42 pcts. Leening |
|
55416 |
van 1913 en 1914. Van deze leening, groot f 20.000.000, goedgekeurd |
|
55417 |
op de algemeene vergadering, gehouden 19 Juni 1913, werden uitgegeven de |
|
55418 |
1e-10e serie, elk groot f 1000. De inschrijving op deze obligatiën |
|
55419 |
stond open op 10 September 1913 met voorkeursrecht voor aandeelhouders |
|
55420 |
en oprichters, tot den koers van 100} pct. Obligatiën, groot |
|
55421 |
f 1000; coupons 1 April en 1 October; aflossing in 60 jaren. Jaarlijksche |
|
55422 |
aflossing, voor het eerst op 1 April 1915 ad f 35.000 en in volgende jaren |
|
55423 |
vermeerderd met de vrijgevallen rente uit de vroeger afgeloste bedragen. |
|
55424 |
Uitloting in October, losbaar den len April d.a.v. Geheele of gedeelte- |
|
55425 |
lijke aflossing dezer leening is geoorloofd. Bij naasting door den Staat |
|
55426 |
is deze bevoegd zich in de plaats der Mpij. te stellen. Op het restant dezer |
|
55427 |
leening (11e-20e serie) was 30 Jan. 1914 tot den koers van 1004 pct. de in- |
|
55428 |
schrijving opengesteld, eveneens met voorkeursrecht voor aandeelhouders |
|
55429 |
en oprichters. Aflossing, coupons en coupures als bij de stukken der |
|
55430 |
le-10e serie. Geheele of gedeeltelijke aflossing niet vóór 1919 geoorloofd. |
|
55431 |
Voor de op 1 Jan. 1920 uitstaande bedragen zie men de tabel „Specificatie |
|
55432 |
Obligatieschuld". Dit tweede gedeelte (serie 11-20) had tot 2 Juni |
|
55433 |
1920 afzonderlijke noteering doch wordt van af dezen datum dooreen |
|
55434 |
genoteerd met alle andere 4} pct. stukken. Het eerste gedeelte (serie 1-10) |
|
55435 |
wordt geheel ten onrechte dooréén genoteerd met |
|
55436 |
de 44 pct. obligatiën 13 20e serie der uitgifte in 1914 ad f 20.000.000 en |
|
55437 |
de 1e 6e serie der uitgifte van 1915 ad f 20.000.000, voor welke afwijkende |
|
55438 |
aflossingsbepalingen gelden (zie hieronder). |
|
55439 |
Koersen 1913 der serie 1-10: 1007/1 .- 1023; 1914: 1008-1022; 1915: 994-94; |
|
55440 |
1916-1919 gelijk aan noteeringen 11-20 serie hieronder. |
|
55441 |
Koersen 1914 der serie 11-20: 1002-1022; 1915: 992-94; 1916: 102-952; 1917: 102-99. |
|
55442 |
1918: 993-872; 1919: 942-81%; 1920: 82-71}. |
|
55443 |
Mij. tot Expl. van Staatsspoorwegen. 42 pct. Leening |
|
55444 |
van 1914 en 1915. Deze uitgifte bestaat uit de 13-20e serie der lee- |
|
55445 |
ning van 1914, groot f 20.000.000, goedgekeurd bij besluit der alg. verga- |
|
55446 |
dering van 22 Juni 1914 en uit de 1e-6e serie der leening 1915, eveneens |
|
55447 |
groot f 20.000.000, goedgekeurd bij besluit der algemeene vergadering |
|
55448 |
van 24 Juni 1915, in totaal dus groot f 14.000.000. De inschrij- |
|
55449 |
ving op deze obligatiën stond open op 7 October 1915 tot den |
|
55450 |
koers van 97g pct. Obligatiën, groot f 1000, met coupons per |
|
55451 |
1 April en 1 October. Aflossing à pari door uitloting in 60 jaren; |
|
55452 |
voor het eerst op 1 April 1917 ad f 50.000 en verder op 1 April van elk vol- |
|
55453 |
gend jaar zoodanige som als ten vorigen jare vermeerderd met vrijgevallen |
|
55454 |
rente. Uitloting in October, aflosbaarstelling op 1 April d.a.v. |
|
55455 |
Geheel of gedeeltelijke aflossing voorbehouden. Bij naasting door den |
|
55456 |
Staat is deze bevoegd zich in de plaats der mpij. te stellen. Deze obligatiën |
|
55457 |
worden geheel ten onrechte dooréén genoteerd met de |