|
55564 |
1554 SPOORWEGFONDSEN. |
|
55565 |
obligatiën. Leening van 1898, groot f 5.000.000, in 5 Seriën |
|
55566 |
elk groot f 1.000.000, waarvan uitgegeven 2 Seriën d.d. 1 Juli 1898 |
|
55567 |
à 100} pct. op 12 Juli 1898, en 3 Seriën à 96} pct. op 18 April |
|
55568 |
1900. Zie hieronder. Voor de op 1 Jan. 1920 uitstaande bedragen der eerste |
|
55569 |
2 Seriën zie men meergenoemde tabel. Dooreen leverbaar zijn de obliga- |
|
55570 |
tiën der leening van 1890, die van 1891 , serie 1, 2, 3 en 4 van de lee- |
|
55571 |
ning 1892 en serie 1 en 2 van de leening 1898, terwijl de seriën 3, 4 en 5 |
|
55572 |
van de leening 1896 eene afzonderlijke noteering hebben (zie deze). Bij |
|
55573 |
vorenstaande emissiën hadden de houders van aandeelen en oprichters- |
|
55574 |
aandeelen den voorrang. De drie eerstvermelde leeningen werden alle à |
|
55575 |
99 pct. geëmitteerd. Obligatiën groot f 1.000; coupons 1 |
|
55576 |
Januari en 1 Juli. De aflossing geschiedt binnen 60 jaren, bij uit- |
|
55577 |
loting in October van } pct. van de bedragen der leeningen per jaar, ver- |
|
55578 |
meerderd met de door de aflossing vrijvallende rentebedragen, ter uitbe- |
|
55579 |
taling à pari op 2 Januari d.a.v. Alles behoudens vervroegde aflossing, |
|
55580 |
waartoe de Maatschappij te allen tijde gerechtigd is. |
|
55581 |
1905 1906 1907 1908 1909 1910 1911 1912 1913 1914 |
|
55582 |
Hoogste koers 100g 99% 98 988 999 97₴ 95ª 932 90 90 |
|
55583 |
Laagste koers 973 97 923 92ª 96% 94 92} 89% 85% 87 |
|
55584 |
Koersen 1915: 844-782; 1916: 894-784; 1917: 87@-82; 1918: 85-77. |
|
55585 |
1919: 792-70; 1920: 72-642. |
|
55586 |
Mij. tot Expl. v. Staatsspoorwegen; 3} pcts. leening |
|
55587 |
van 1896 (1900). Deze obligatiën vormen de 3 hiervoren ver- |
|
55588 |
melde seriën, (3, 4 en 5), uitgegeven op 18 April 1900, met voorrecht van in- |
|
55589 |
schrijving voor aandeelhouders en oprichters. Obligatiën groot |
|
55590 |
f 1000 met coupons 1 April en 1 October; eveneens aflosbaar in 60 |
|
55591 |
jaar door jaarlijksche amortisatie van } pct., telkens vermeerderend met |
|
55592 |
de vrijgevallen rente uit de vroeger afgeloste bedragen. De uitlotingen |
|
55593 |
hebben plaats in October (de eerste in 1900) ter betaling à pari 1 April |
|
55594 |
d.a.v. Voor het op 1 Jan. 1920 uitstaande bedrag zie tabel „Specificatie |
|
55595 |
Obligatieschuld." |
|
55596 |
1900 1903 1904 1905 1906 1907 1908 1909 1910 1911 1912 1913 1914 |
|
55597 |
Laagste koers 94% 97 98% 97₴ 978 92% 923 96% 94 922 90 87% 86₴ |
|
55598 |
Hoogste koers 99 99% 100g 100 98₴ 974 98₴ 98 98% 94% 92₴ 882 90 |
|
55599 |
Eenige koers 1915: 85; 1916: 882-79; 1917: 861-82}; 1918: 833-82 1 |
|
55600 |
1919: 79-69; 1920: 714-64 |
|
55601 |
Mij. tot Expl. van Staatsspoorwegen. 3} pcts. obli- |
|
55602 |
gatiën van 1905-1909. De leening van 1 Maart 1905 wordt ge- |
|
55603 |
vormd door de 9e-15e serie, elk groot f 1.000.000 der geldleening van |
|
55604 |
1902 groot f 15.000.000 (waarvan de seriën 1-8 uit 4 pcts. obligatiën be- |
|
55605 |
staan), en waarop den 21 Febr. 1905 de inschrijving was opengesteld. De lee- |
|
55606 |
ning van 16 Maart 1906 wordt gevormd door de seriën 1-6 der geldleening |
|
55607 |
groot f 15.000.000 (waarvan de seriën 7-15 in 1907 als 4 pets. obligatiën |
|
55608 |
werden uitgegeven) tot welker uitgifte de in Juni 1905 gehouden vergade- |
|
55609 |
ring van aandeelhouders besloot, en waarop de inschrijving op 1 Maart |
|
55610 |
1906 à 973 pct. was opengesteld. Obligatiën groot f 1000, met |
|
55611 |
coupons per 1 Januari en 1 Juli. Aflossing door uitloting in |
|
55612 |
October, ter betaling op 1 Januari d.a.v., t.w. voor de leening 1905 voor |
|
55613 |
het eerst in October 1905 met f 35.000, en voor de leening 1906 voor het |