|
102 |
INDUSTRIEELE ONDERNEMINGEN. 507 |
|
103 |
hetgeen in eenig jaar minder dan 7 pct. op de gewone aandeelen no.'s 1-1750 mocht |
|
104 |
zijn uitgekeerd. Met betrekking tot de boekjaren 1909, 1910 en de eerste helft van |
|
105 |
1911 werden de genoemde 7 pct. intusschen teruggebracht op 4 pct. Aangezien in |
|
106 |
1915 voor het eerst dividend op de gewone aandeelen werd uitgekeerd (7 pct.) en als |
|
107 |
uitgangsdatum voor de vaststelling van het achterstallig dividend de 15e Juni 1909 |
|
108 |
gold (datum van volstorting der aandeelen) laat zich het achterstallig dividend op |
|
109 |
de gewone aandeelen als volgt opstellen : |
|
110 |
Achterstand 1909 (15 Juni-31 December à 4 pct. 's jaars) 2} pct |
|
111 |
", 1910 4 ", |
|
112 |
", 1911 (1e halfjaar) 2 ,, |
|
113 |
,, 1911 (2e halfjaar) 33 |
|
114 |
,, 1912 7 ,, |
|
115 |
", 1913. 7 " |
|
116 |
", 1914 7 ", |
|
117 |
. |
|
118 |
Totaal 323 pct. |
|
119 |
Het totaal op de bewijzen van uitgesteld dividend ver- |
|
120 |
schuldigd bedrag is met de uitkeering in 1921, zie groote |
|
121 |
letter, geheel afgelost. Zooals in de groote letter is medegedeeld zijn tegen |
|
122 |
de uitstaande winstbewijzen in 1917 500 gewone aandeelen afgegeven en ten einde |
|
123 |
deze met de reeds genoteerde 1750 oude aandeelen leverbaar te doen ver- |
|
124 |
klaren, besloot men om voor het op de oude aandeelen per ulto 1916 |
|
125 |
achterstallige dividend ad 30 pct. aparte bewijzen aan toonder af te |
|
126 |
geven, voorzien van dividendbewijzen elk dragende hetzelfde nummer van het bewijs |
|
127 |
voor achterstallig dividend, waartoe zij behooren. Zij zijn vanaf 18 Januari 1918 |
|
128 |
tegen bewijs no. 3 der aandeelen 1-1750 bij de Unie Bank voor Nederland en Koloniën |
|
129 |
verkrijgbaar gesteld. Voor de rechten dier bewijzen bij winstverdeeling zie men |
|
130 |
de groote letter. In geval van liquidatie zijn voor deze bewijzen geen voorzieningen |
|
131 |
getroffen. Nog zij vermeld, dat zij niet officieel kunnen worden verhandeld. In de |
|
132 |
nieuwe statuten is bepaald, dat na uitkeering van een cumulatief dividend van |
|
133 |
6 pct. op de pref. aand., de gewone aand. in aanmerking komen eveneens voor |
|
134 |
6 pct., terwijl daarna zal worden aangevuld hetgeen over één of meer der boekjaren |
|
135 |
1917 e. v. minder dan 6 pct. mocht zijn uitgekeerd. Evenals voor de gewone aan- |
|
136 |
deelen gold ook voor de preferente aanvankelijk de bepaling, dat zij, alvorens tot |
|
137 |
verdeeling der overwinst zou worden overgegaan, gerechtigd waren tot aanvulling van |
|
138 |
hetgeen zij in vorige jaren minder dan 7 pct. hadden genoten. De pref. aand. |
|
139 |
werden in Januari 1914 uitgegeven. Uitgekeerd werd: in 1914 6 en in 1915 7 pct., |
|
140 |
zoodat 1 pct. achterstallig bleef, welke achterstand in 1916 door uitkeering van 8 pct. |
|
141 |
dividend werd ingehaald. Sedert zijn zij cumulatief voor 6 pct. dividend. |
|
142 |
Werken, Con- Beschikb |
|
143 |
Gewone Prefer. Oblig .- machine- cessie- mid- Saldo Winst Dividend |
|
144 |
aand. aand. leen. riën enz. reken. delen1) expl.2) saldo3) prefs. gew." |
|
145 |
1911 1.750.000 750.000 1.568 275 400.000 559.094 V. 19.899 - - |
|
146 |
1912 1.750.000 750.000 2.657.451 400.000 150.207 V. 70.965*) - - |
|
147 |
1913 1.750.000 750.000 3.463.413 400.000 118.230 V. 9.2944) 61.6715) - - |
|
148 |
1914 1.750.000 1.250.000 1.500.000 3.867.018 400.000 417.740 321.999 279.308 6 - |
|
149 |
1915 1.750.000 1.250.000 1.500.000 4.005.815 400.000 622.758 574.129 503.419 7 7 |
|
150 |
1916 1.750.000 1.250.000 1.477.000 4.028.576 320.000 561.787 651.829 578.865 8 9ª |
|
151 |
1917 2.250.000 1.750.000 1.604.000 3.858.130 340.000 1.068.923 748.645 673.531 7 10 |
|
152 |
1918 2.750.000 1.750.000 1.679.000 4.102.650 327.500 1.110.253 926.383 862.467 7 11 |
|
153 |
1919 3.750.000 1.750.000 2.152.C00 5.714.479 602.500 1.378.828 1.218.802 1.086.721 7 18 |
|
154 |
1920 4.250.000 1.750.000 2.507.000 6.784.981 577.500 1.712.747 1.527.526 1.407.285 8 20 |
|
155 |
*) Incl. verliessaldo 1911. 1) Met inbegrip van debiteuren. 2) Na aftrek van de op |
|
156 |
de exploitatierekening drukkende uitgaven, inbegrepen de algemeene onkosten. |
|
157 |
3) Vóór afschrijvingen. 4) In werkelijkheid leverde de exploitatierekening een batig |
|
158 |
saldo van f 102.590 op; zie evenwel winst- en verliesrekening over 1913. 5) In minde- |
|
159 |
ring gebracht van het nadeelig saldo der exploitatierekeningen 1911 en 1912 ad to- |
|
160 |
taal f 70.965. 6) Zie voor afbetaling achterstallig dividend hierboven. |
|
161 |
Koers preferente aandeelen : 1914: 95§-951; 1915: 101-91; 1916: 1178-972; 1917: 147-113; |
|
162 |
1918: 140-122}; 1919: 160-132; 1920: 1462-131. |
|
163 |
6 pct. obligatiën: 1914: 100%-993; 1915: 1034-100; 1916: 1044-1028; 1917: 106-102. |
|
164 |
1918: 105g-102; 4919: 1053-102; 1920: 102-96. |
|
165 |
Aandeelen. |
|
166 |
1910 1914 1915 1916 1917 1918 1919 1920 |
|
167 |
Hoogste koers 872 75 116 1492 180 164 1692 146 |
|
168 |
Laagste koers 972 62 70 104₴ 139 113 129 125 |