|
2145 |
INDUSTRIEELE ONDERNEMINGEN. 547 |
|
2146 |
dere wordt tusschen gewone- en pref. aandeelhouders verdeeld zoodanig dat |
|
2147 |
de deswege uitgekeerde pct. zich verhouden als 10 :1. Dividenden v e r- |
|
2148 |
jaren na 5 jaar. (Deze verjaring is in 1918, te rekenen van 1 Aug. 1914 |
|
2149 |
af voor onbepaalden tijd geschorst, zoolang de buitengewone tijdsomstandig- |
|
2150 |
heden zulks wettigen. Volgens bekendmaking van directie en commis- |
|
2151 |
sarissen in Mei 1921 eindigt de schorsing 31 December van dat jaar. |
|
2152 |
Dividenden kunnen, mits dit bij uitgifte van aan- |
|
2153 |
deelen is bepaald, definitief of tijdelijk in francs |
|
2154 |
worden betaald, waarbij 208 francs op f 100 worden |
|
2155 |
aangenomen) Dividend oprichtersbewijzen 1897-1910: 0, 0, 0, |
|
2156 |
92, 100, 64, 216, 240, 120, 0, 414, 300, 300 en f 300 no. 9). Over 1911-1913 werd |
|
2157 |
niets uitgekeerd; over 1914 f 230.74 op no. 10, 24 Dec. 1915. Aflossing op 24 Dec. |
|
2158 |
1915 met f 1538.26. Dividend gewone aandeelen: 1897- |
|
2159 |
1913: 0, 5, 5, 7}, 9, 8, 10, 10, 8, 5, 12, 5, 12, 12, 5, 5 en 6 pct. |
|
2160 |
(no. 18); 1914-1920: 11}, 23, 22, 21, 20, 20 en 10 pct. (no. 28, 31 Mei 1921). |
|
2161 |
Dividend pref. aandeelen 1916-1920: 3.7, 7.4, 7.3, 7.4 en |
|
2162 |
6.275 pct. (no. 7, 31 Mei 1921). Wegens nieuwe uitbreidingen werd einde |
|
2163 |
1920 een 7 pct. obligatieleening gecreëerd groot f 4.000.000. Nadat onders- |
|
2164 |
hands f 1.000.000 was geplaatst stond op 23 December 1920 bij R. Mees & |
|
2165 |
Zoonen, de Twentsche Bank, H. Oyens & Zonen en Oppenheim & Van |
|
2166 |
Till de inschrijving open op de resteerende f 3.000.000 7 pct. obliga- |
|
2167 |
tiën 1920 tot den koers van 100 pct. Stukken groot f 1000, met |
|
2168 |
coupons per 2 Januari en 1 Juli. Aflossing te beginnen 2 Jan. |
|
2169 |
1922, jaarlijks f 200.000, door uitloting à pari in October van elk jaar |
|
2170 |
ter aflossing op 2 Januari d.a.v. Versterkte of geheele aflos- |
|
2171 |
sing na 2 Januari 1926 voorbehouden. De obligatiën verkregen 27 Januari |
|
2172 |
1921 officieele noteering. Zij zijn dooreen-leverbaar met na te noemen |
|
2173 |
obligaties van 1921. Men zie het prospectus aan het einde van deel I, |
|
2174 |
jaarg. 1921. Verdere uitbreidingen maakten in 1921 weder een 7 pct. leening |
|
2175 |
noodig groot f 2.000.000. Op het geheele bedrag dezer 7 pct. obliga- |
|
2176 |
tiën 1921 stond bij dezelfde emittenten als voor de leening 1920 op |
|
2177 |
15 Juni 1921 de inschrijving open à 100 pct. Obligatiën groot f 1000 |
|
2178 |
met coupons per 2 Januari en 1 Juli. Aflossing te beginnen |
|
2179 |
2 Januari 1922 in gelijke jaarlijksche termijnen van f 100.000, door uit- |
|
2180 |
loting à pari in October van elk jaar ter aflossing op 2 Januari d.a.v. |
|
2181 |
Versterkte of geheele aflossing na 2 Januari 1926 voorbehou- |
|
2182 |
den. Coupons der beide leeningen verjaren na 5, aflosbare obliga- |
|
2183 |
tiën na 30 jaar. De obligatiën 1921 verkregen 15 Juli 1921 officieele no- |
|
2184 |
teering en zijn dooreenleverbaar met de 7 pct. obligaties 1920. |
|
2185 |
Voor het prospectus zie men aan het einde van deel II, |
|
2186 |
jaargang 1921. Ter consolidatie van de schuld, in 1913 aan- |
|
2187 |
gegaan in verband met de overname van de aandeelen Nouvelle |
|
2188 |
St. Comm. Africaine, werd op 1 October 1915 de inschrijving |
|
2189 |
opengesteld op f 1.000.000 5 pct. obligatiën 1915, groot f 1000, |
|
2190 |
met coupons per 1 Mei en 1 Nov. Aflossing in 25 jaar volgens |
|
2191 |
een aflossingsplan; na 1919 mag meer worden afgelost dan het plan aangeeft. |
|
2192 |
Voor 1 Nov. 1919 mocht de leening niet bij wijze van conversie worden afge- |
|
2193 |
lost. Zie voor emittenten hierboven en voor het prospectus jrg. 1915/16, deel II. |
|
2194 |
5 pcts. obligatiën 1897 en 5 pcts. obligatiën 1903 |
|
2195 |
(dooreen leverbaar) groot f 1000, met coupons per 1 Mei en 1 Nov. |
|
2196 |
De le leening was oorspronkelijk f 600.000 groot. De inschrijving was op 9 |