|
6896 |
634 INDUSTRIEELE ONDERNEMINGEN. |
|
6897 |
UITGEKEERD DIVIDEND OVER DE BOEKJAREN 1919 EN VOLGENDE. |
|
6898 |
1920 (19 Mei) eerste en eenige uitkeering 3 pct. superdiv. over 1919 met f 30 (no. 6 C). |
|
6899 |
1920 (1 Aug.) 3 pct. interim 1920 of f 30 (no. 7A). |
|
6900 |
1921 (1 Febr.) 3 pct. slotdividend 1920 of f 30 .- (no. 7 B). |
|
6901 |
1921 (12 Mei) 1 pct. extra 1920 of f 10 .- (no. 7 C). |
|
6902 |
1921 (1 Aug.) 3 pct. interim 1921 of f 30 .- (no. 8 A). |
|
6903 |
De prioriteits-aandeelen (f 100.000) zijn uitgegeven ter handhaving van het |
|
6904 |
nationaal karakter der vennootschap. |
|
6905 |
Inzake het dividend op de B's no's 1-7000. Bij de emissie dezer aandeelen |
|
6906 |
werd bepaald, dat haar dividend naar den pondenkoers betaalbaar zou worden |
|
6907 |
gesteld. Door de daling van den koers van het pond sterling als gevolg van den |
|
6908 |
wereldoorlog werd zoodoende het dividend op deze categorie aandeelen belangrijk |
|
6909 |
besnoeid. Dit was aanleiding dat in de „Nieuwe Financier & Kapitalist" van 4 |
|
6910 |
Augustus 1918 ingevolge enkele desbetreffende vragen van een abonné een bespreking |
|
6911 |
werd gewijd aan de statutaire positie der aandeelen B. no's 1-7000. De Directie der |
|
6912 |
N.V. Anton Jurgens' Ver. Fabrieken richtte daarop een schrijven aan de redactie |
|
6913 |
van de „N. F. & K." (zie de correspondentierubriek dezer courant van 28 Augustus |
|
6914 |
1918) waarin zij aan het slot mededeelt: „Eigenmachtig kunnen wij aan de houders |
|
6915 |
van aandeelen B niet tegemoetkomen, doch wij zijn in hun belang bereid aan |
|
6916 |
Commissarissen voor te stellen, uit billijkheidsoverwegingen, een door ons inmiddels |
|
6917 |
uitgewerkt plan te aanvaarden, hetwelk beoogt de houders dier aandeelen voor de |
|
6918 |
toekomst te vrijwaren tegen eene teleurstelling als bereids door hen werd onder- |
|
6919 |
vonden. Wij hopen de beslissing van Commissarissen ten spoedigste te kunnen mede- |
|
6920 |
deelen." In deze kwestie werd in de alg. verg. van 24 Jan. 1919 het volgende voor- |
|
6921 |
stel van het bestuur aangenomen: „Voor de uitbetaling der in de toekomst ver- |
|
6922 |
„vallende dividenden op de cum. pref. winstdeelende aandeelen B., nos. 1 tot en |
|
6923 |
„met 7000, welke in Nederland betaalbaar zijn, zal, zoolang de zichtkoers op Londen |
|
6924 |
„minder dan f 12 bedraagt, een herleidingskoers van f 12 worden aangenomen, voor |
|
6925 |
„zoover de winsten der vennootschap toelaten zulks te doen zonder nadeel voor de |
|
6926 |
„overige houders van cum. pref. winstdeelende aandeelen B." |
|
6927 |
De inschrijvingen stonden telkens open bij de Rotterdamsche Bankveree- |
|
6928 |
niging (Rott. Bank, Labouchere, Oven & Co.'s Bank), de Amsterdamsche |
|
6929 |
Bank en ten kantore der Vennootschap. Voor het prospectus der emissies |
|
6930 |
in 1919 zie men aan het eind van deel I, jaarg. 1920. Bij de toewijzing |
|
6931 |
der jongste emissies genoten inschrijvers tot het aantal aandeelen, |
|
6932 |
waarvoor zij op beide laatste soorten hadden ingeschreven, de voor- |
|
6933 |
keur boven andere inschrijvers. Winstverdeeling: Allereerst |
|
6934 |
6 pct. (cumulatief) op de preferente aandeelen ; vervolgens 6 pct. |
|
6935 |
(cumulatief) op de preferente winstdeelende aandeelen B en daarna |
|
6936 |
6 pct. (cumulatief) op de pref. winstd. aandeelen C, van het restant |
|
6937 |
6 pct. op de gewone aandeelen. Van het overschot wordt uitgekeerd aan |
|
6938 |
commissarissen f 5000, of zooveel minder als de overwinst minder bedraagt, |
|
6939 |
en indien deze meer dan f 5000 beloopt, zoo mogelijk 2 pct. aan directeuren |
|
6940 |
en 16 pct. aan directeuren en beambten van de vennootschap en van de |
|
6941 |
ondernemingen waarin deze aandeel heeft. Het overige kan geheel of ge- |
|
6942 |
deeltelijk in het reservefonds worden gestort. Geschiedt dit niet, noch |
|
6943 |
wordt het overschot op nieuwe rekening overgebracht, zoo moet het worden |
|
6944 |
uitgekeerd aan houders van gewone aandeelen, van pref. winstd. aand. B |
|
6945 |
en dito C. Eerstgenoemden ontvangen eerst 4 pct. boven hun primair divi- |
|
6946 |
dend; voor elk procent dat meer wordt uitgekeerd, ontvangen houders van |
|
6947 |
pref. winstd. aandeelen B 1/10 pct. en houders van idem C 1/5 pct. Is |
|
6948 |
op deze wijze aan houders van pref. winstd. aand. B 2 pct. en aan die van |
|
6949 |
dito C 3 pct. uitgekeerd, dan komt het overige geheel aan gew. aandeel- |
|
6950 |
houders ten goede, met dien verstande, dat in dit geval eerst zoo mogelijk |
|
6951 |
aan de houders van prioriteits-aandeelen 6 pct. over hun kapitaal wordt |
|
6952 |
uitgekeerd. Indien de uitkeering uit de overwinst aan houders |
|
6953 |
van gewone aandeelen meer dan f 250.000 bedraagt, wordt even- |