|
17484 |
830 INDUSTRIEELE ONDERNEMINGEN. |
|
17485 |
in verband staat. De venn. is opgericht ter voortzetting van de zaken, die |
|
17486 |
sedert Juli 1901 onder de firma L. Zélander gedreven werden. Vóór den |
|
17487 |
oorlog van 1914/18 dreef de firma slechts voor een deel zaken voor eigen |
|
17488 |
rekening. Voornamelijk trad zij als vertegenwoordigster op van verschil- |
|
17489 |
lende vooraanstaande buitenlandsche en binnenlandsche fabrieken (w. o. |
|
17490 |
Philips Gloeilampenfabrieken). De firma is zich echter gaandeweg meer |
|
17491 |
gaan toeleggen op het doen van zaken voor eigen rekening. Naast den |
|
17492 |
handel in artikelen voor het electro-technisch bedrijf, werd in 1917 een afdee- |
|
17493 |
ling geopend van sanitaire artikelen. De ontwikkeling van het bedrijf |
|
17494 |
maakte het in Dec. 1916 wenschelijk de firma in een naaml. venn. om te |
|
17495 |
zetten. Kapitaal thans f 2.000.000, verdeeld in f 1.000.000 gewone |
|
17496 |
aandeelen, en een gelijk bedrag 6 pct. cumulatief preferente |
|
17497 |
winstdeelende aandeelen, beide soorten groot f 1000. Ge- |
|
17498 |
plaatst zijn f 500.000 gewone- en f 500.000 preferente aandeelen. Er zijn |
|
17499 |
400 oprichtersbewijzen uitgegeven. Bij de oprichting bedroeg het |
|
17500 |
kapitaal f 1.000.000 gewone aandeelen, waarvan f 500.000 geplaatst, ter- |
|
17501 |
wijl in April 1918 het nom. kapitaal op f 2.000.000 werd gebracht door het |
|
17502 |
creëeren van f 1.000.000 preferente aandeelen. Voor de emissie van f 500.000 |
|
17503 |
pref. aandeelen zie men hieronder. Winstverdeeling: eerst 6 pct. |
|
17504 |
cum. aan houders van preferente aandeelen, daarna 6 pct. aan houders van |
|
17505 |
gewone aandeelen. Vervolgens wordt een gedeelte afgezonderd ten behoeve |
|
17506 |
van het personeel, terwijl het restant als volgt verdeeld wordt: aandeel- |
|
17507 |
houders 65 pct. in de verhouding van 1 pct. per preferent : 5 pct. per ge- |
|
17508 |
woon aandeel; oprichtersbewijzen 10 pct., met dien verstande dat het door |
|
17509 |
uitloting van oprichtersbewijzen vrijvallende deel dier 10 pct. voor de helft |
|
17510 |
aan den tegenwoordigen directeur en voor de wederhelft - na het aftreden |
|
17511 |
van den directeur voor het geheel - aan het voor aandeelhouders bestemde |
|
17512 |
deel der overwinst ten goede komt; directeur 15 pct. en commissarissen |
|
17513 |
10 pct. Wanneer in eenig jaar 8 pct. op de preferente en 16 pct. op de |
|
17514 |
gewone aandeelen is uitgekeerd, kan hetgeen dan nog event. voor aandeel- |
|
17515 |
houders mocht overblijven, aangewend werden voor aflossing van oprich- |
|
17516 |
tersbewijzen met f 300 per stuk. Dividenden v er jaren na vijf jaar. D i- |
|
17517 |
vidend gewone aande elen 1917-1919: 20, 11 en 7 pct. (no. 3, |
|
17518 |
17 Mei 1920), 1920: nihil. Dividend preferente aandeelen |
|
17519 |
1918 (} jaar) op 1 Jan. 1919: 3 pct. en op 1 Juli 1919 1 pct. super-div. 1918 en |
|
17520 |
3 pct. interim 1919, totaal 4 pct .; 1919: 6.2 pct., waarvan 3 pct. le interim |
|
17521 |
(tegelijk met super-div. 1918), 3 pct. 2e interim (2 Jan. 1920, no. 3) en 0.2 pct. |
|
17522 |
super-dividend tegelijk met 3 pct. interim over 1920 (no. 4, 1 Juli 1920), 1920 : |
|
17523 |
6 pct. (2e interim 3 pct. 3 Januari 1921). De Rotterdamsche Bankvereeniging |
|
17524 |
heeft op 25 Juni 1918 bij hare kantoren te Rotterdam, Amsterdam |
|
17525 |
en 's Gravenhage de inschrijving opengesteld op f 500.000 6 pct. |
|
17526 |
cumulatief preferente winstd., aandeelen, incl. de helft van het pref. |
|
17527 |
dividend 1918 en deelende in de volle overwinst over dat jaar. Zoowel de |
|
17528 |
preferente- als de gewone aandeelen verkregen op 6 Sept. 1918 officieele |
|
17529 |
noteering. Voor het prospectus zie men aan het einde van Deel I, jrg. |
|
17530 |
1918/19. Directeur: L. Zélander. Commissarissen: Mr. Dr. |
|
17531 |
J. P. van Tienhoven, Amsterdam; Prof. ir. I. Franco, Utrecht, A. F. |
|
17532 |
Philips, Tongelre (bij Eindhoven) en ir. J. T. Duyvis, Amsterdam. |