|
56015 |
SPOORWEGFONDSEN. 1569 |
|
56016 |
f 1.000.000 plaats vond in October 1887 ter conversie der 5 pct. leening van |
|
56017 |
1873, en de tweede uitgifte van 12 seriën, elk à f 1.000.000 en eene serie à |
|
56018 |
f 239.000 in Januari 1888 geschiedde ter conversie van alle toenmaals be- |
|
56019 |
staande 4 pcts. leeningen. Koers van uitgifte telkens 97 pct. Houders van |
|
56020 |
aflosbaar gestelde obligatiën hadden bij de inschrijving den voorrang, daarna |
|
56021 |
de houders van aandeelen en van bewijzen van oprichtersrechten. Obli- |
|
56022 |
gatiën groot f 1000; coupons 1 Mei en 1 November. Aflos- |
|
56023 |
sing, aangevangen in 1888 bij jaarlijksche uitloting in October van 0.7 pct. |
|
56024 |
van het bedrag der leening, vermeerderd met de vrijgevallen rente, be- |
|
56025 |
taalbaar à pari November d.a.v. Vervroegde aflossing voorbehouden. Uit- |
|
56026 |
staand bedrag: zie tabel „Specificatie Obligatieschuld". |
|
56027 |
1905 1906 1907 1908 1909 1910 1911 1912 1913 1914 |
|
56028 |
Hoogste Laagste koers koers 100 971 992 974 921 97% 93 992 968 999 94 9713/1. 943 92 922 898 90 868 87 90 |
|
56029 |
Koersen 1915: 87-80; 1916: 923-81; 1917: 923-83; 1918: 90%-85. |
|
56030 |
1919: 85-78; 1920: 79-69; 1921: 90-76. |
|
56031 |
Mij. tot Expl. v. Staatsspoorwegen; 3} pcts. leeningen |
|
56032 |
van 1890, 1891, 1892 en 1898. Leening van 1890, |
|
56033 |
f 6.000.000, in 6 Seriën van f 1.000.000; uitgifte bij prospectus dd. 13 Sept. |
|
56034 |
1890. Bedrag op 1 Januari 1920: zie tabel „Specificatie Obligatie- |
|
56035 |
schuld". Leening van 1891. Bedrag en seriën als voren; uitgifte op |
|
56036 |
12 'September 1891. Bedrag 1 Januari 1920: zie tabel. Leening van |
|
56037 |
1892, groot f 15.000.000, waarvan uitgegeven f 4.000.000, in 4 seriën van |
|
56038 |
f 1.000.000; uitgifte op 19 Januari 1893. Uitstaand bedrag: zie |
|
56039 |
meergenoemde tabel. De overige seriën dezer leening bestaan uit 3 pcts. |
|
56040 |
obligatiën. Leening van 1898, groot f 5.000.000, in 5 Seriën |
|
56041 |
elk groot f 1.000.000, waarvan uitgegeven 2 Seriën d.d. 1 Juli 1898 |
|
56042 |
à 100} pct. op 12 Juli 1898, en 3 Seriën à 96} pct. op 18 April |
|
56043 |
1900. Zie hieronder. Voor de op 1 Jan. 1920 uitstaande bedragen der eerste |
|
56044 |
2 Seriën zie men meergenoemde tabel. Dooreen leverbaar zijn de obliga- |
|
56045 |
tiën der leening van 1890, die van 1891 , serie 1, 2, 3 en 4 van de lee- |
|
56046 |
ning 1892 en serie 1 en 2 van de leening 1898, terwijl de seriën 3, 4 en 5 |
|
56047 |
van de leening 1896 eene afzonderlijke noteering hebben (zie deze). Bij |
|
56048 |
vorenstaande emissiën hadden de houders van aandeelen en oprichters- |
|
56049 |
aandeelen den voorrang. De drie eerstvermelde leeningen werden alle à |
|
56050 |
99 pct. geëmitteerd. Obligatiën groot f 1.000; coupons 1 |
|
56051 |
Januari en 1 Juli. De aflossing geschiedt binnen 60 jaren, bij uit- |
|
56052 |
loting in October van } pct. van de bedragen der leeningen per jaar, ver- |
|
56053 |
meerderd met de door de aflossing vrijvallende rentebedragen, ter uitbe- |
|
56054 |
taling à pari op 2 Januari d.a.v. Alles behoudens vervroegde aflossing, |
|
56055 |
waartoe de Maatschappij te allen tijde gerechtigd is. |
|
56056 |
Hoogste koers 100 1905 급 1906 99₴ 1907 98 1908 988 1909 999 1910 97% 1911 952 1912 932 191 1913 90 1914 90 |
|
56057 |
Laagste koers 97§ 97 92ª 92ª 96% 94 92} 89% 85% 67 |
|
56058 |
Koersen 1916: 844-788; 1916: 894-784; 1917: 87@-82; 1918: 85-77. |
|
56059 |
1919: 798-70; 1920: 72-64}; 1921: 80g-71}. |
|
56060 |
Mij. tot Expl. v. Staatsspoorwegen; 3} pcts. leening |
|
56061 |
van 1896 (1900). Deze obligatiën vormen de 3 hiervoren ver- |
|
56062 |
melde seriën, (3, 4 en 5), uitgegeven op 18 April 1900, met voorrecht van in- |
|
56063 |
schrijving voor aandeelhouders en oprichters. Obligatiën groot |
|
56064 |
VAN Oss, Effectenboek voor 1923. XX1. 99 |