|
9286 |
690 INDUSTRIEELE ONDERNEMINGEN. |
|
9287 |
fabriek met ketelmakerij, gieterij en alle daarmede verband houdende |
|
9288 |
industrie en het deelnemen in andere zaken met gelijk doel. Per 1 Juni |
|
9289 |
1918 werd overgenomen de scheepswerf van de firma Gebr. Bodewes te |
|
9290 |
Lobith, welke werf zich sedert 1889 met toenemend succes op den bouw |
|
9291 |
van riviervaartuigen heeft toegelegd. Sedert 1915 is begonnen met zee- |
|
9292 |
bouw; de mpij. beschikt thans over 4 hellingen welke elk geschikt zijn |
|
9293 |
voor den bouw van zeeschepen tot 10.000 ton. Het terrein der mpij. beslaat |
|
9294 |
18 H.A. 22 A., zij heeft nu een modern ingerichte fabriek. De haven- |
|
9295 |
werken hebben een oppervlakte van pl.m. 15.000 M2. en een |
|
9296 |
diepgang van. 5.50 M. bij middelbaren rivierstand. Op het aanmaken van |
|
9297 |
baggermateriaal zal de mpij. zich speciaal toeleggen. Kapitaal thans |
|
9298 |
geautoriseerd f 3.000.000, aanvankelijk groot f 500.000, werd in 1919 ver- |
|
9299 |
hoogd tot f 2.000.000 gewone aandeelen en in 1920 tot f 2.000.000 gewone |
|
9300 |
aandeelen en f 1.000.000 8 pct. cum. pref. winstd. aand., |
|
9301 |
beide soorten in coupures van f 500, waarvan ultimo 1920 geplaatst |
|
9302 |
f 1.217.500 gewone- en / 428.500 cum. pref. winstd. aandeelen. Er zijn |
|
9303 |
50 winstbewijzen uitgegeven. Winstverdeeling: na af- |
|
9304 |
schrijvingen en reserveering eerst 8 pct. cumulatief op de pref. aandeelen, |
|
9305 |
daarna tot 6 pct. op de gewone aandeelen. Vervolgens kan een gedeelte |
|
9306 |
der overwinst bestemd worden voor een reservefonds, terwijl het restant |
|
9307 |
als volgt verdeeld wordt: 15 pct. aan de directie, 5 pct. aan den |
|
9308 |
adviseur, 10 pct. aan commissarissen, 10 pct. aan houders van winstbe- |
|
9309 |
wijzen en 60 pct. aan aandeelhouders met dien verstande dat een gewoon |
|
9310 |
aandeel daarvan tienmaal zooveel meer geniet als een preferent aandeel |
|
9311 |
Dividenden verjaren na 5 jaar. Dividendgarantie. Gedu- |
|
9312 |
rende de jaren 1919-1921 wordt door de inbrengers een dividend van 7 pct. |
|
9313 |
op de eerste f 500.000 gewone aand. gegarandeerd, ter richtige nakoming |
|
9314 |
van welke verplichting zekerheid is gesteld bij de Bank-Associatie. Divi- |
|
9315 |
d e n d 1918 (1 Juni-31 Dec. 6 pct .; 1919: 10 pct. (nieuwe aand. 5 pct.), 1920 : |
|
9316 |
gewone aand. 7 pct. (garantie-dividend op de aandeelen genummerd |
|
9317 |
1-1000, bewijs no. 3, 12 Augustus 1921), overige aandeelen nihil; di vi- |
|
9318 |
dend 8 pct. preferente aandeelen 1920: (6 maanden) 4 pct., (no 1). |
|
9319 |
Div. oprichtersbewijzen 1919: f 134 (no. 1); 1920: nihil. Nadat bij de |
|
9320 |
oprichting f 250.000 aandeelen geplaatst waren, werden begin 1919 |
|
9321 |
f 250.000 door een combinatie overgenomen en brachten de H.H. |
|
9322 |
Bon & Fritz op 11 Maart 1919 een beperkt aantal aandeelen ter markt |
|
9323 |
tot den koers van 100 pct. Op 15 October 1919 stond bij de Bank-Associatie |
|
9324 |
te Amsterdam, Arnhem en Nijmegen de inschrijving open op een verdere |
|
9325 |
f 750.000 aandeelen, tot den koers van 122} pct. (incl. } div. 1919). Op |
|
9326 |
27 Juli 1920 stond bij dezelfde emittenten de inschrijving open op f 500.000 |
|
9327 |
8 pct. cum. pref. winstd. aand. groot f 500 tot den koers van 106 pct. |
|
9328 |
(incl. } div. 1920/21). Voor het prospectus zie men aan het einde van |
|
9329 |
deel I, jrg. 1921. Op 18 April 1919 verkregen de aandeelen en op 8 Maart |
|
9330 |
1921 de cum. preferente winstdeelende aandeelen te Amsterdam officiële |
|
9331 |
noteering. Directie: Jan G. Bodewes en G. H. J. B. Bodewes. |
|
9332 |
Adviseur: G. H. Bodewes Sr. Commissarissen: Mr. J. F. |
|
9333 |
A. M. Wierdels, Nijmegen, W. Ouweleen, Laren en J. J. B. J. Bouvy, te |
|
9334 |
Nijmegen en R. Paterson te Hull (Engeland). |
|
9335 |
Hoogste en laagste koersen aandeelen: 1919: 1393-128; 1920: 1252-105; 1921: 372-30. |
|
9336 |
Preferente aandeelen: 1921: 75-63. |