|
17369 |
836 INDUSTRIEELE ONDERNEMINGEN. |
|
17370 |
tief preferente winstdeelende aandeelen, waarvan |
|
17371 |
geplaatst alle gewone- en f 500.000 preferente. Aanv. waren er geen pref. |
|
17372 |
aand. en was het kapitaal groot f 600.000, het werd in Juni 1917 op f 750.000, |
|
17373 |
in 1918 op f 1.000.000 en in 1920 op f 4.000.000 gebracht, terwijl in Oct. 1919 de |
|
17374 |
pref. aand. gecreëerd werden. Er was één winstbewijs uitgegeven, dat |
|
17375 |
echter met f 135.000 uit de winst van 1919 werd afgelost. Winstverdee- |
|
17376 |
ling: Sedert Sept. 1920 na afschrijvingen, personeels-tantièmes en reserves, |
|
17377 |
eerst 6 pct. cumulatief aan preferente aandeelhouders; van het overblij- |
|
17378 |
vende 6 pct. over het gestorte bedrag der gewone aandeelen. Van het |
|
17379 |
overschot 5 pct. aan commissarissen en 95 pct. aan aandeelhouders, in |
|
17380 |
dier voege dat pref. aandeelhouders 1/5 pct. ontvangen tegen gewone aan |
|
17381 |
deelhouders 1 pct., totdat het superdividend op de pref. aand. 4 pct. be- |
|
17382 |
draagt, waarna het nog resteerende aan gewone aandeelh. ten goede komt |
|
17383 |
Dividenden verjaren na 5 jaar. Dividend gewone aan |
|
17384 |
declen: 1918 oude aandeelen 13 pct., nieuwe aand. 8 pct .; 1919: nihil; |
|
17385 |
1920: aand. 1-1000: 3 pct. (no. 4, 23 Dec. 1920); aand. 1001-4000: nihil. |
|
17386 |
Dividend 6 pct. cum. pref. winstdeelende aan- |
|
17387 |
deelen 1919: 1} pct. (} dividend) en 1920: 6 pct. (no. 1, 23 Dec. 1920). |
|
17388 |
Op 17 October 1919 stond bij de H.H. Patijn, van Notten & Co. |
|
17389 |
te Amsterdam e. a. de inschrijving open op f 500.000 6 pct. cumula- |
|
17390 |
tief preferente winstdeelende aandeelen, groot f 1000, |
|
17391 |
tot een koers van 100 pct., incl. ¿ dividend 1919. Zij werden 1 December |
|
17392 |
1920 in de officiëele noteering te Amsterdam opgenomen; de gewone |
|
17393 |
aandeelen, groot f 1000, hadden reeds op 2 November 1918, na |
|
17394 |
publicatie van een „Bericht", officiele noteering verkregen. Men zie |
|
17395 |
een prospectus aan het einde van deel I, jaarg. 1920. Begin December 1920 |
|
17396 |
werden nog f 3.000.000 gewone aandeelen ondershands geplaatst. Deze |
|
17397 |
3000 aandeelen (nos. 1001-4000) en de eerder uitgegeven aandeelen h e b- |
|
17398 |
ben afzonderlijke noteering. Op de no.'s 1-1000 is n.l. |
|
17399 |
door Philips' Gloeilampenfabrieken een dividend naar rato der winsten |
|
17400 |
van Philips en tot een maximum van 10 pct. gegarandeerd, wat bij |
|
17401 |
de laatste 3000 niet het geval is. De aandeelen werden oorspronkelijk door- |
|
17402 |
een genoteerd. Een verschil van meening tusschen partijen omtrent de |
|
17403 |
strekking der dividendgarantie, was oorzaak dat op 8 Nov. 1921 werd over- |
|
17404 |
gegaan tot het afzonderlijk in de noteering opnemen der aandeelen no. |
|
17405 |
1001-4000. Commissarissen: F. J. J. B. Verbunt, A. A. M van |
|
17406 |
den Biggelaar, P. van den Biggelaar, J. Boon, J. H. Gaarenstroom, Ir. J. |
|
17407 |
C. Lokker, O. M. E. Loupart, D. W. H. Patijn, A. F. Philips, C. M. van |
|
17408 |
Rijn, P. Staal, Mr. H. F. v. Walsem en S. Wolf. |
|
17409 |
Koersen gewone aandeelen: 1918: 1433-119; 1919: 245-129; 1920: 270-127; 1921: 135- 41. |
|
17410 |
Gewone aand. zonder dividend garantie 1921: 6 pct. cum. pref. wd. aand. |
|
17411 |
1921: 90-748. |
|
17412 |
Re- Onr. M'ach. Debit. Besch.b. Afschr. |
|
17413 |
31 1918 1920 1919 Dec. 4.500.000 1.000.000 kap. 1.500.0002 Gepl. 10.509 10.539 10.210 ve1) ser- en 179.487 310.979 274.596 Credit. o/g. 464.379 218.000 308.800 deren goed- 235.577 126.501 137.000 enz. werkt 584 grondst. 679.314 730.639 Voorr. 311 deeln. 3.443.0533 en 101.583 840.348 174.136 36.022 91.838 delen mid- Bruto winst 420.914 367.040 218.850 39 kap. 92.136 63.473 vast 333 202 Ter verdeel. 143.179 65.430 873 |
|
17414 |
1) bevriende Na dotatie. 2) ondernemingen. Gewone en peferente. 3) Waaronder f 2.845.669 voorschotten aan |