|
26678 |
1002 CULTUUR-ONDERNEMINGEN. |
|
26679 |
op de balans voorkomen. Het aandeelenkapitaal is verdeeld |
|
26680 |
in aandeelen aan toonder, elk groot f 600, nos. 1-8000. Winstver- |
|
26681 |
deeling: Eerst 5 pct. over het aandeelenkapitaal, en verder 10 pct. aan |
|
26682 |
commissarissen, 10 pct. aan de directie, 10 pct. aan het reservefonds en |
|
26683 |
het restant aan aandeelhouders. Dividenden 1895: 3 pct. (no. 1), |
|
26684 |
1896-1906: nihil; 1907-1916: 72, 8, 8, 12, 12, 12, 12, 12, 8 en 8 pct. (no. 11) ; |
|
26685 |
1917-1922: nihil. |
|
26686 |
6 pct. 5-jarige obligatieleening 1917, groot f 1.200.000, |
|
26687 |
in obligatiën groot f 1000, met coupons per 1 Mei en 1 Nov. (thans |
|
26688 |
zonder coupons). De leening was op 1 Nov. 1922 in |
|
26689 |
haar geheel à pari aflosbaar. Deze aflossing werd |
|
26690 |
echter voorloopig opgeschort; men leze de mede- |
|
26691 |
deelingen omtrent opschorting der verplichte |
|
26692 |
rentebetaling en aflossing in de kleine letter. |
|
26693 |
Trustee: Centrale Trust Co. Op 5 November 1917 heeft bij Gebr. |
|
26694 |
Boissevain en Dunlop & Co. de inschrijving op deze leening opengestaan |
|
26695 |
tot den koers van 100 pct., met voorkeursrecht voor houders van 4 pct. |
|
26696 |
oblig. 1911, wier aanbiedingen bij den hieronder genoemden inkoop van |
|
26697 |
4 pct. obl. aanvaard zijn. Uit de opbrengst der 6 pct. leening werd |
|
26698 |
maximum f 500.000 aangewend voor aflossing van 4 pct. obligatiën 1911, een |
|
26699 |
tweede f 500.000 diende als storting op een gelijk bedrag aandeelen der |
|
26700 |
Vereenigde Javasche Houthandel Maatschappijen, terwijl het restant |
|
26701 |
voor versterking der kasmiddelen diende. 5 pct. obligatie- |
|
26702 |
leening 1916, groot f 1.800.000, verdeeld in obligatiën groot f 1000, |
|
26703 |
met coupons per 1 Maart en 1 September, waarvan de eerste 1 Maart 1917 |
|
26704 |
verviel. Aflosbaar door uitloting à pari in 25 jaren, overeenkom- |
|
26705 |
stig het volgende aflossingsplan : |
|
26706 |
1920-1944: 37, 40, 41, 44, 46, 48, 51, 53, 55, 59, 61, 65, 68, 71, 74, 79, 82, |
|
26707 |
86, 91, 96, 100, 105, 110, 116 en 122 stuks. |
|
26708 |
Recht tot versterkte of geheele aflossing na 1 Maart 1922. Uitloting |
|
26709 |
in Januari, aan te vangen in 1920, ter aflossing op 1 Maart d.a.v. |
|
26710 |
Trustee: de Centrale Trust Cie. Ten kantoren van Gebr. Boissevain |
|
26711 |
en Dunlop & Co. stond op 19 Sept. 1916 de inschrijv. op deze leening open |
|
26712 |
à 99 pct. Verhandeling der stukken incl. coupon per |
|
26713 |
1 Maart 1923 en zonder bijberekening van rente (zie |
|
26714 |
ook kl. letter). 4 pct. oblig.leening 1911, groot f 2.000.000, verdeeld |
|
26715 |
in obligatiën, groot f 1000, waarop op 4 Febr. 1911 de inschrijving open- |
|
26716 |
stond à 97 pct. bij de H.H. Gebrs. Boissevain en Dunlop & Van Essen. |
|
26717 |
Houders van 5 pcts. obligatiën 1895 (zie jaarg. 1911, bldz. 701), hadden recht |
|
26718 |
hun stukken in nieuwe obligatiën in te wisselen, waarbij hun f 30 per |
|
26719 |
obligatie vergoed werd. Coupons 1 October en 1 April. Aflos- |
|
26720 |
baar à pari, vóór 1 April 1952 door jaarlijksche uitloting van minstens 50 |
|
26721 |
obligatiën ; voorts worden de gelden, ontvangen wegens verkoop van gronden |
|
26722 |
in Rusland, aangewend voor inkoop beneden pari of voor uitloting. Zie |
|
26723 |
voor opschorting rentebetaling en aflossing de kleine letter. Uit- |
|
26724 |
staand bedrag op 1 Jan. 1923 f 931.000. Op 1 April 1911 werd uit het netto |
|
26725 |
provenu dezer leening, f 884.000, zijnde het restant der leening van |
|
26726 |
1895, oorspronkelijk groot f 1.500.000, afgelost, waarna deze uit de officieele |
|
26727 |
noteering verviel. Inkoop van 4 pct. obligatiën. In verband |
|
26728 |
met den in de kleine letter vermelden verkoop van het aand.bezit in de |
|
26729 |
Rybinsker Holzindustrie Ges. stelde de N. I. H. M. bij annonce van 27 Oct. |