|
32388 |
MIJNBOUW-MAATSCHAPPIJEN. 1099 |
|
32389 |
den de obligatiën, die voor extra-aflossing à 101 pct. in aanmerking ko- |
|
32390 |
men, bij afzonderlijke uitloting aangewezen. Ten behoeve van obligatie- |
|
32391 |
houders hebben de betrokken Gewerkschaften eene eerste hypotheek in het |
|
32392 |
Grundbuch doen inschrijven op 15 maximaal-velden van de Rheinische |
|
32393 |
Bohrgesellschaft, 34 van de Deutsch-Oesterreichische Bergwerksgesellschaft |
|
32394 |
en 29 van de familie Honigmann. De hypotheekrechten dezer acte heb- |
|
32395 |
ben niet alleen betrekking op de terreinen met hun kolenrijkdom, reeds |
|
32396 |
bestaande schachten en machinerieën, doch ook op de nog te bouwen |
|
32397 |
schachten en de nog op de terreinen bij verdere ontginning nieuw op te |
|
32398 |
stellen machinerieën. Trustee: het Nederlandsch Administratie- en |
|
32399 |
Trustkantoor te Amsterdam. Op 26 April 1917 stond bu, de kantoren der |
|
32400 |
Rotterdamsche Bankvereeniging te Rotterdam, Amsterdam en Den Haag |
|
32401 |
de inschrijving open op f 4.000.000 obligatiën tot den koers van 100 pct., |
|
32402 |
welke op 21 November 1918 in de officiëele noteering te Amsterdam wer- |
|
32403 |
den opgenomen. Voor het prospectus, waarin uitvoerige mededeelingen |
|
32404 |
omtrent het bedrijf zijn opgenomen, zie men aan het einde van jrg. 1917/18, |
|
32405 |
deel I. Regeeringscommissaris: Mr. R. J. H. Patijn, 's Gra- |
|
32406 |
venhage. Commissarissen: W. Westerman te 's Hage, A. Gips, te |
|
32407 |
Rotterdam, P. E. Tegelberg te Amsterdam, Jhr. J. A. van Kretschmar |
|
32408 |
van Veen te Utrecht, Dr. G. L. F. Philips te Eindhoven, B .E Ruys te |
|
32409 |
Rotterdam,Dr. F. G. Waller te Delft, F. H. Fentener van Vlissingen te |
|
32410 |
Utrecht, secretaris, en D. G. van Beuningen te Rotterdam. Directeur: |
|
32411 |
Prof. Is. P. de Vooys. |
|
32412 |
Adres: Den Haag, Nassaulaan 4. |
|
32413 |
Koersen der 6 pc.t obligatiën 1917: 1011/1 .- 100; 1918: 1018-90; 1919: 92-66; |
|
32414 |
1920: 834-60; 1921: 75-60; 1922: 70-40%. |
|
32415 |
Voornaamste bepalingen uit de overeenkomst (1920/21) tusschen Ne- |
|
32416 |
derland en de Duitsche regeering inzake de mijnvelden der „Ned. Mij. tot ontg. |
|
32417 |
van steenkolenvelden", welke gelegen zijn bij de grens van Limburg. De Duitsche re- |
|
32418 |
geering verklaart zich bereid toe te staan dat deze velden worden ontgonnen door het |
|
32419 |
delven van mijnschachten, die zoowel op Nederl. als op Duitsch grondgebied kunnen |
|
32420 |
liggen. Duitschland staat toe, zonder daaraan voorwaarden te verbinden, dat met |
|
32421 |
het oog op de natuurlijke verhoudingen ten aanzien van de grenzen en den afzet der |
|
32422 |
kolen, 50 pct. van de opbrengst der mijnschachten, gelegen op Duitsch grensgebied, |
|
32423 |
van 1 April 1920-31 Maart 1954 rechtstreeks naar Nederland wordt uitgevoerd in hoe- |
|
32424 |
veelheden, die 1} millioen ton per jaar niet te boven mogen gaan. Ten aanzien van |
|
32425 |
heffingen of rechten op den uitvoer wordt overeengekomen, dat deze heffingen tot |
|
32426 |
31 Dec. 1923 niet meer mogen beloopen dan de helft van het verschil tusschen den |
|
32427 |
Duitschen prijs in het binnenland en den prijs voor uitvoer naar Nederland en |
|
32428 |
dat zij niet hooger mogen zijn dan die op de kolen uit de mijnen van het „Rheinisch- |
|
32429 |
Westfälische Kohlensyndicaat". Van 1 Jan. 1924-31 Maart 1954 is het gedeelte van |
|
32430 |
60 pct. van de opbrengst, waarvoor de uitvoer rechtstreeks naar Nederland is toege- |
|
32431 |
staan, vrij van heffingen en uitvoerrechten. Duitsche binnenlandsche heffingen, |
|
32432 |
zooals belasting op steenkool enz. worden voldaan overeenkomstig de bepalingen, die |
|
32433 |
danmaals van toepassing zullen zijn. |
|
32434 |
Hieronder volgen de voornaamste bepalingen uit de overeenkomst der |
|
32435 |
Maatschappij met den Staat der Nederlanden, De Vennootschap |
|
32436 |
verbindt zich, indien en voor zoover de Minister van Landbouw, Nijverheid en |
|
32437 |
Handel dit verlangt, de steenkolen, steenkoolbriketten en cokes, welke zij uit de |
|
32438 |
hierboven bedoelde steenkolenvelden verkrijgt en mag uitvoeren, naar Nederland te |
|
32439 |
voeren en op de Nederl. markt te verkoopen op straffe van een boete van f 10 voor |
|
32440 |
elke ton ten aanzien waarvan overtreding geschiedt. Ook verbindt zij zich bedoelde |
|
32441 |
kolen aan den Staat ten verkoop aan te bieden indien en voor zoolang in Nederland |
|
32442 |
voor de distributie van kolen een regeling van overheidswege getroffen is. De prijs- |
|
32443 |
bepaling is in de overeenkomst uitvoerig omschreven. De overeenkomst loopt tot |
|
32444 |
1 April 1954. |
|
32445 |
Uit Verslag 1922/23. Geproduceerd 176.790 ton, waarvan 18.517 ton voor eigen |
|
32446 |
gebruik. Aan waschverliezen gingen verloren 30.600 ton. Afgezet werden in totaal |
|
32447 |
116.465 ton, waarvan 84.615 ton in Duitschland en 33.8472 ton in Nederland. De |
|
32448 |
opvoering van de productie die in Januari 1923 werd gestuit, kan pas weer worden |
|
32449 |
hervat indien de normale. verkeersomstandigheden in het bezette gebied zijn her- |
|
32450 |
steld. Het bedrag, dat aan den bouw der mijn is ten koste gelegd, vermeerderd |