Page 1163 in yearbook 1924

Page 1163 in yearbook 1924

Page Block

Scanned page

Yearbook Vol. Seq P.no Type Size File
1924 vanoss_1924_domestic 1163 1111 content 1841 × 2494 1924/41326

Blocks on this page 0

No blocks have been marked on this page.

Page content 75

The raw OCR output of this page, line by line.
33139 MIJNBOUW-MAATSCHAPPIJEN. 1111
33140 duizend vijfhonderd) stuks, genummerd v/m. 18501 t/m. 20000 tot een nominaal bedrag
33141 van f 180.000 niet zouden worden uitgegeven en het uitstaande maatschappelijk kapı-
33142 taal dus niet boven het bedrag van f 2.220.000 zou mogen worden verhoogd; en dat
33143 bij tijdelijke dan wel definitieve overdracht op derden van de concessie-rechten.
33144 waartoe de Kinandam-Mpij. de bevoegdheid zal hebben ten aanzien van de ten
33145 haren name overgedragen bovengenoemde mijnconcessies - met uitdrukkelijke uit-
33146 sluiting evenwel van de eigenlijk gezegde Salida-concessie - de daaruit verkregen
33147 voordeelen van welken aard ook in dezelfde verhouding van tweederde gedeelte voor
33148 de Salida-Mpij. en eenderde gedeelte voor de Kinandam-Mpij. zouden worden ver-
33149 deeld, evenals ook het geval zal wezen ten aanzien van alle voordeelen van anderen
33150 aard uit het bezit van de concessies voortvloeiende ..
33151 Geschillen met de Kinandam Sumatra Mijnbouw Maatschappij. Het
33152 bedrijf was in 1920 onbevredigend, zoowel wat betreft het winnen van het nog
33153 bereikbare erts als het gehalte daarvan, terwijl ook de resultaten der exploratie
33154 weinig bemoedigends opleverden. Aan de erstreserve kon dan ook niets worden toe-
33155 gevoegd. In verband hiermede werd van de Kinandam een schrijven ontvangen,
33156 waarin zij mededeelt, voornemens te zijn de concessies, overeenkostig II sub 5 van
33157 het contract d.d. 28 Januari 1913 terug te geven, zoo spoedig de liquidatie van het
33158 bedrijf dit toelaat, indien eenigszins mogelijk op 1 October a.s.
33159 Op de vergadering van 26 Sept. 1921 werd het bestuur in verband met het boven-
33160 staande gemachtigd tot het voeren eener procedure, het aangaan eener arbitrage en
33161 het treffen eener dading. De Kinandam is tot het treffen eener minnelijke schikking
33162 niet bereid. De voornaamste geschilpunten werden door den rechtskundigen adviseur
33163 Mr. Bakker, als volgt samengevat: 10. Oneenigheid over de vraag wat er met de
33164 machines moet geschieden als de mijn wordt teruggegeven; de Kinandam laat hierop
33165 ook aanspraken gelden .. 20. De aandeelen, die aan de Kinandam van de Girobank
33166 zijn overgedragen. De Kinandam wil deze als een gratificatie beschouwen, terwijl
33167 de Salida in deze aandeelen een voldoening van voorschotten ziet. 30. Regeling
33168 van de rente over een bedrag van f 405.000 dat de Kinandam aan de Salida geleend
33169 heeft. Op dit punt is het verslag niet duidelijk. Intusschen is de Salida van oordeel
33170 dat het winstaandeel van de Kinandam hierbij moet worden verrekend. 40. De
33171 exploitatierekening, door de Kinandam van het bedrijf der Salida opgemaakt. Het
33172 bezwaar gaat hier tegen de exploitatierekening Salida II, die aanvankelijk is opge-
33173 voerd tot f 875.000. Dit is het hoofdgeschil. Het komt er op aan te weten of na
33174 beeindiging der exploitatie door de Kinandam, die post als een vordering op de
33175 Kinadam kan gelden. Op ons verzoek om inlichtingen omtrent het verloop van
33176 deze kwestie ontvingen wij 6 Nov. 1922 door tusschenkomst van den waarnemen-
33177 den directeur een antwoord van den raad van commissarissen der „Salida". hetwelk
33178 luidt als volgt:
33179 „Het is bekend, dat de Mijnbouw Mij. „Salida” geen maatschappij is die zelf
33180 exploiteert. Door de deconfiture van de Giro-bank, welke niet bij machte bleek
33181 aan de „Salida" het nog bij die bank gedeponeerde deel van haar werkkapitaal
33182 uit te keeren, een bedrag n.l. van f 470.000, werd de „Salida” genoodzaakt met de
33183 Mijnbouw Mij. „Kinandam” eene overeenkomst aan te gaan. Hierbij werd bepaald,
33184 dat de Kinandam verder de bezittingen van de „Salida" zou exploiteeren en explo-
33185 reeren, nadat alle bezittingen en het geheele bedrijf aan de Kinandam waren over-
33186 gedragen. De Kinandam zou dan de schuld van de Girobank overnemen en de
33187 f 470 000 aan de „Salida" betalen, tegen levering van een gelijk bedrag in vol
33188 gefourneerde Salida-aandeelen à pari, die de Girobank nog in handen beweerde te
33189 hebben en onder de conditie, dat door de Salida deze f 470.000, door bemiddeling
33190 van Kinandam, in het bedrijf zouden wroden gestoken. Zelf zou de Kinandam
33191 buitendien een verder bedrag van f 405.000 voor dat bedrijf fourneeren tegen ver-
33192 goeding van 6 pct. 's jaars. Twee derden van de gemaakte winst zouden voor de
33193 „Salida” en één derde voor de Kinandam zijn. Ten allen tijde zou de Kinandam
33194 gerechtigd wezen het werk te staken en de overeenkomst te doen eindigen, na de
33195 / 875.000 aan werkkapitaal verwerkt te hebben. Indien zulks geschiedde moest
33196 echter het bedrijf, met alles wat daartoe behoorde, aan de Salida terug gegeven
33197 worden. Alleen zou de Kinandam dan aanspraak mogen maken op restitutie van
33198 de door haar verstrekte f 405.000, doch zonder bijberekening van rente en slechts
33199 voor zoover zij dit bedrag niet reeds ontvangen had, wat reeds heeft plaats gehad.
33200 Volgens het gepubliceerde jaarverslag over 1920 gaf de Kinandam schriftelijk aan
33201 de Salida te kennen, dat zij, op grond van het hieromtrent bij contract bepaalde,
33202 voornemens was de concessies aan de Salida Mij. terug te geven, nu de exploitatie
33203 elke maand ongunstiger resultaten opleverde en binnen afzienbaren tijd geen ver-
33204 betering in den toestand in het vooruitzicht stond. Zij wenechte dit te doen zoo
33205 spoedig mogelijk en liefst reeds op 1 October 1921. Daarom wilde zij gaarne weten,
33206 of Salida zelve soms het bedrijf voor eigen rekening wenschte voort te zetten
33207 Onmiddellijk daarop antwoordde het bestuur van de Salida, dat dit het door de
33208 Kinandam haar gedane voorstel aan de aandeelhouders zou voorleggen en den
33209 26en September, nadat het daartoe volmacht had gekregen van de Vergadering
33210 van aandeelhouders, deelde het aan de Kınandam mede, dat men besloten had
33211 de onderneming voor eigen rekening voort te zetten en gaarne zou vernemen,
33212 wanneer de concessies terug gegeven zouden worden. Dit was echter blijkbaar niet
33213 naar den zin van de Kinandam, want den 29en November daarop volgende gaf zif