|
37478 |
PETROLEUM-MAATSCHAPPIJEN. 1183 |
|
37479 |
gekochte aand. Zuid-Perlak, tevoren in het bezit van den heer Deen c.s. Eind April |
|
37480 |
traden de heeren Deen daarop uit het bestuur. De heer Biederlack beteekende einde |
|
37481 |
Mei een exploit aan de Mpij., waarbij hij vier voorstellen indiende ter behandeling |
|
37482 |
op de alg. vergadering. Deze kwamen in hoofdzaak op het volgende neer: 1. Quali- |
|
37483 |
ficatie der Zuid-Perlak transactie als misbruik van vertrouwen. 2. Uitnodiging |
|
37484 |
aan Mr. G. Hymans om als commissaris te bedanken. 3. Opdracht aan de directie |
|
37485 |
om den heer Deen in rechten aan te spreken tot vergoeding van alle schade, aan |
|
37486 |
de Mpij. toegebracht door den aankoop der aand. „Zuid-Perlak". 4. Opdracht aan |
|
37487 |
de directie om den heer E. Deen in rechten aan te spreken tot verantwoording van |
|
37488 |
de bedongen retour-commissie. |
|
37489 |
In de op 4 Juni 1915 gehouden vergadering van aandeelhouders werd |
|
37490 |
als directeur gekozen de heer H. Blok Wybrandi en als commissarissen |
|
37491 |
de heeren Th. Blijdenstein en J. Bienfait. Na breedvoerige discussies trok Mr. Bieder- |
|
37492 |
lack zijn voorstellen in en alleen punt 3 daarvan, door Mr. J. Kappeyne van de |
|
37493 |
Coppello geamendeerd, werd in stemming gebracht. Deze motie, door de vergadering |
|
37494 |
met algemeene stemmen aangenomen, luidde als volgt: „De vergadering verzoekt |
|
37495 |
de directie dringend om, na ingewonnen rechtskundig advies en daartoe termen |
|
37496 |
vindende, de afgetreden directie in rechten aan te spreken tot vergoeding van alle |
|
37497 |
schade door aankoop van de aandeelen Zuid-Perlak door de Perlak geleden. In |
|
37498 |
geval het bestuur daartoe niet besluit, zal het rechtskundig advies ter kennis |
|
37499 |
worden gebracht van de algemeene vergadering van aandeelhouders." |
|
37500 |
Procedure tegen den heer E. Deen. Naar aanleiding van de op 4 Juni 1915 |
|
37501 |
aangenomen motie heeft de directie zich gewend tot mr. K. J. Philips, advocaat |
|
37502 |
en procureur te Amsterdam, die in zijn advies tot de conclusie kwam, om een |
|
37503 |
procedure tegen den heer E. Deen aan te vangen. Hiertoe is overgegaan en de |
|
37504 |
directie heeft eene procedure aanhangig gemaakt bij den kantonrechter te 's Gra- |
|
37505 |
venhage, waarbij de heer E. Deen wordt aangesproken tot betaling van schade |
|
37506 |
vergoeding, begroot op een bedrag van f 4.831.500. In October 1915 werd door den |
|
37507 |
kantonrechter mr. Boudewijnse te 's Gravenhage de vordering aangebracht. Als |
|
37508 |
gemachtigde van eischeresse concludeerde mr. O. J. de Vries, advocaat te 's Gra- |
|
37509 |
venhage, tot toewijzing van den eisch. Voor gedaagde kwamen op mrs. J. Kappeyne |
|
37510 |
van de Coppello, advocaat te Amsterdam, en W. A. Telders, advocaat te 's Graven- |
|
37511 |
hage. De kantonrechter te 's Gravenhage, mr. Boudewijnse, op 6 November 1917 |
|
37512 |
bij vervroeging uitspraak doende inzake de vordering van de Perlak-Petroleum |
|
37513 |
Maatschappij tegen den heer Deen, verklaarde eischeres niet ontvankelijk in haar |
|
37514 |
vordering. Het vonnis overwoog o. m., dat ten aanzien van geen der door de |
|
37515 |
Perlak-Maatschappij gestelde punten aannemelijk wordt gemaakt, dat gedaagde |
|
37516 |
ter verkrijging van de goedkeuring van de balans en winst- en verliesrekening over |
|
37517 |
1909 en daarmede van zijn décharge als directeur, opzettelijk misleidend tegenover |
|
37518 |
de aandeelhouders van eischeresse heeft gehandeld. Met voorbijgang van het over |
|
37519 |
en weer door partijen aangeboden getuigenbewijs is eischeresse tevens veroordeeld |
|
37520 |
in de kosten van het geding. |
|
37521 |
De mpij. ging daarop bij de rechtbank te 's-Gravenhage in hooger beroep. Door |
|
37522 |
ziekte en daaropvolgenden dood van den advocaat harer tegenpartij, kon in October |
|
37523 |
van dit verslagjaar in dit proces niet worden gepleit. Deze pleidooien hadden nu |
|
37524 |
plaats op 3 en 5 Mei 1920, waarop eind Juni 1920 de uitspraak volgde. Het volledige |
|
37525 |
vonnis is opgenomen in jaarg. 1922 blz. 1126 en volgende. De rechtbank vernietigde |
|
37526 |
daarbij het vonnis van den Kantonrechter te 's Gravenhage van 6 Nov. 1917, wees de |
|
37527 |
vordering der mpij. toe en veroordeelde geintimeerde om aan de mpij. te vergoeden |
|
37528 |
alle kosten, schaden en interessen door haar geleden en nog te lijden tengevolge van |
|
37529 |
voormelden aankoop der 1500 aandeelen Zuid Perlak op te maken bij staat en to |
|
37530 |
vereffenen volgens de wet. |
|
37531 |
Cassatie-beroep. Op 16 October 1920 heeft het cassatie-beroep, door den |
|
37532 |
heer Deen tegen het vonnis van de Haagsche rechtbank plaats gehad. De plei- |
|
37533 |
dooien voor den Hoogen Raad zijn op 11 Maart 1921 begonnen. Op 17 Juni 1921 deed |
|
37534 |
de Hooge Raad uitspraak waarbij zij het cassatieberoep van den |
|
37535 |
heer Deen heeft verworpen. |
|
37536 |
De conclusie van den advocaat-generaal alsmede de beslissing van den Hoogen |
|
37537 |
Raad zijn eveneens in extenso opgenomen in jaarg. 1922 (blz. 1131 e.v.) |
|
37538 |
In het verslag over 1921 deelt de directie mede dat de heer Deen de gevorderde |
|
37539 |
schadevergoeding van f 4.831.500 met 5 pct. rente 's jaars sinds 10 Nov. 1915 |
|
37540 |
heeft betwist en dat daarover thans voor de Rechtbank te 's Gravenhage wordt |
|
37541 |
geprocedeerd. In het verslag over 1922 werd medegedeeld dat in dit geding de |
|
37542 |
heer Deen werd veroordeeld tot betaling van f 4.786.200 met rente à 5 pct. 's jaars |
|
37543 |
sinds den 10en November 1915 tot den dag der betaling, tegen afgifte door de |
|
37544 |
mpij. van de 1500 gewone aandeelen „Zuid Perlak“. Tegen dit vonnis werd cas- |
|
37545 |
satieberoep ingesteld. Op 26 October 1923 verklaarde de Hooge Raad eenige cas- |
|
37546 |
satiemiddelen gegrond, concludeerde tot vernietiging van het vonnis der Haagsche |
|
37547 |
Rechtbank en tot verwijzing der zaak naar deze Rechtbank. |