Page 1129 in yearbook 1925

Page 1129 in yearbook 1925

Page Block

Scanned page

Yearbook Vol. Seq P.no Type Size File
1925 vanoss_1925_domestic 1129 1079 content 1369 × 2368 1925/43170

Blocks on this page 0

No blocks have been marked on this page.

Page content 72

The raw OCR output of this page, line by line.
31930 PETROLEUM-MAATSCHAPPIJEN. 1079
31931 vindende, de afgetreden directie in rechten aan te spreken tot vergoeding van alle
31932 schade door aankoop van de aandeelen Zuid-Perlak door de Perlak geleden. In
31933 geval het bestuur daartoe niet besluit, zal het rechtskundig advies ter kennis
31934 worden gebracht van de algemeene vergadering van aandeelhouders."
31935 Procedure tegen den heer E. Deen. Naar aanleiding van de op 4 Juni 1915
31936 aangenomen motie heeft de directie zich gewend tot mr. K. J. Philips, advocaat
31937 en procureur te Amsterdam, die in zijn advies tot de conclusie kwam, om een
31938 procedure tegen den heer E Deen aan te vangen. Hiertoe is overgegaan en de
31939 directie heeft eene procedure aanhangig gemaakt bij den kantonrechter te 's Gra-
31940 venhage, waarbij de heer E. Deen wordt aangesproken tot betaling van schade
31941 vergoeding, begroot op een bedrag van f 4.831.500. In October 1915 werd door den
31942 kantonrechter mr. Boudewijnse te 's Gravenhage de vordering aangebracht. Als
31943 gemachtigde van eischeresse concludeerde mr. O. J. de Vries, advocaat te 's Gra-
31944 venhage, tot toewijzing van den eisch. Voor gedaagde kwamen op mrs. J. Kappeyne
31945 van de Coppello, advocaat te Amsterdam, en W. A. Telders, advocaat te 's Graven-
31946 hage. De kantonrechter te 's Gravenhage, mr. Boudewijnse, op 6 November 1917
31947 bij vervroeging uitspraak doende inzake de vordering van de Perlak-Petroleum
31948 Maatschappij tegen den heer Deen, verklaarde eischeres niet ontvankelijk in haar
31949 vordering. Het vonnis overwoog o. m., dat ten aanzien van geen der door de
31950 Perlak-Maatschappij gestelde punten aannemelijk wordt gemaakt, dat gedaagde
31951 ter verkrijging van de goedkeuring van de balans en winst- en verliesrekening over
31952 1909 en daarmede van zijn décharge als directeur, opzettelijk misleidend tegenover
31953 de aandeelhouders van eischeresse heeft gehandeld. Met voorbijgang van het over
31954 en weer door partijen aangeboden getuigenbewijs is eischeresse tevens veroordeeld
31955 in de kosten van het geding.
31956 De mpij. ging daarop bij de rechtbank te 's-Gravenhage in hooger beroep. Door
31957 ziekte en daaropvolgenden dood van den advocaat harer tegenpartij, kon in October
31958 van dit verslagjaar in dit proces niet worden gepleit. Deze pleidooien hadden nu
31959 plaats op 3 en 5 Mei 1920, waarop eind Juni 1920 de uitspraak volgde. Het volle tige
31960 vonnis is opgenomen in jaarg. 1922 blz. 1126 en volgende. De rechtbank vernietigde
31961 daarbij het vonnis van den Kantonrechter te 's Gravenhage van 6 Nov. 1917, wees de
31962 vordering der mpij. toe en veroordeelde geintimeerde om aan de mpij. te vergoeden
31963 alle kosten, schaden en interessen door haar geleden en nog te lijden tengevolge van
31964 voormelden aankoop der 1500 aandeelen Zuid Perlak op te maken bij staat en te
31965 vereffenen volgens de wet.
31966 Cassatie-beroep. Op 16 October 1920 heeft het cassatie-beroep, door den
31967 heer Deen tegen het vonnis van de Haagsche rechtbank plaats gehad. De plei-
31968 dooien voor den Hoogen Raad zijn op 11 Maart 1921 begonnen. Op 17 Juni 1921 deed
31969 de Hooge Raad uitspraak waarbij zij het cassatieberoep van den
31970 heer Deen heeft verworpen.
31971 De conclusie van den advocaat-generaal alsmede de beslissing van den Hoogen
31972 Raad zijn eveneens in extenso opgenomen in jaarg. 1922 (blz. 1131 e.v.)
31973 In het verslag over 1921 deelt de directie mede dat de heer Deen de gevorderde
31974 schadevergoeding van f 4.831.500 met 5 pct. rente 's jaars sinds 10 Nov. 1915
31975 heeft betwist en dat daarover thans voor de Rechtbank te 's Gravenhage wordt
31976 geprocedeerd. In het verslag over 1922 werd medegedeeld dat in dit geding bij
31977 vonnis van 29 Dec. 1922, de heer Deen werd veroordeeld tot betaling van f 4.786.200
31978 met rente à 5 pct. 's jaars sinds den 10en November 1915 tot den dag der betaling,
31979 tegen afgifte door de mpij. van de1500 gewone aandeelen „Zuid Perlak“. Tegen
31980 dit vonnis werd cassatieberoep ingesteld. In het verslag over 1923 wordt mede-
31981 gedeeld dat de Hooge Raad in zijn zitting van 21 Dec. 1923 het vonnis van
31982 de Haagsche Rechtbank van 29 Dec. 1922 vernietigde, met terugwijzing der zaak
31983 naar dezelfde Rechtbank, ter afdoening met inachtneming van zijn arrest.
31984 Op 29 April 1924 heeft de Haagsche Rechtbank opnieuw vonnis gewezen
31985 en het beroep ongegrond geoordeeld. De eerste schadepost bij het vonnis van
31986 29 Dec. 1922 vastgesteld op f 1.028.700 per 10 Nov. 1915 werd gehandhaafd, terwijl
31987 t. o. v. de tweede post, zijnde het kapitaalverlies door de Perlak op den aankoop
31988 der aandeelen Zuid-Perlak geleden, de Rechtbank besliste, dat de Perlak tot het
31989 door haar gestelde schadebedrag van f 3.682.500 op haren eed zou worden geloofd.
31990 De eed tot vaststelling van de genoemde post werd op 27 Mei 1924 door den
31991 heer Blok Wijbrandi, directeur der Perlak, afgelegd, tot een bedrag van f 3.271.300,
31992 daarmede de totale vordering afrondende op f 4.300.000. Op 27 Juni 1924 wees de
31993 Rechtbank dan ook de vordering van f 4.300.000 toe. Van genoemd bedrag moet
31994 Deen rente à 5 pct. 's jaars betalen sinds 10 Nov. 1915 als in beginsel bij het
31995 arrest van den Hoogen Raad van 21 Dec. 1923 beslist. Er loopen nog enkele proce-
31996 dures hier te lande en in Engeland als gevolg van beslagen op bezittingen van
31997 E. Deen en Mr. H. Deen.
31998 Actie tegen het bestuur. In een buitengewone vergadering van aandeel-
31999 houders van October 1920 werd vruchteloos geageerd tegen het bestuur. Zie voor
32000 uitgebreide mededeelingen hieromtrent in jaarg. 1922, blz. 1139.
32001 In een tweede buitengewone algem. vergadering werden de voorstellen van het be-