|
53013 |
DIVERSE CULTUUR-ONDERNEMINGEN. 1435 |
|
53014 |
der Heeren Gebr. Boissevain en Dunlop & Co. de inschrijving open tot |
|
53015 |
den koers van 170 pct. (incl. div. 1911). In October 1912 werd voor f 251.000 |
|
53016 |
aandeelen deelgenomen in de toen opgerichte Houtaankap Mpij. „Noord |
|
53017 |
Si-Maloer", waarvan de directie aan de Nederlandsch-Indische Houtaan- |
|
53018 |
kap Maatschappij werd opgedragen. In Maart 1915 werd het kapitaal op |
|
53019 |
geautoriseerd f 4.800.000 gebracht. In Nov. van dat jaar werden f 600.000 |
|
53020 |
onderhands geplaatst, waarna derhalve f 3.000.000 uitstaande was. Uithoofde |
|
53021 |
van de transactie met de Houtaankap Mpij. „Noord-Simaloer" (zie jaar- |
|
53022 |
gang 1920, deel I) werden f 186.600 aand. afgegeven, terwijl in den loop van |
|
53023 |
1917 een verder bedrag van f 65.400 ondershands werd geplaatst, waardoor |
|
53024 |
het uitstaande kapitaal op f 3.600.000 werd gebracht. Gelijk hiervoor reeds |
|
53025 |
vermeld is de Noord-Si-Maloer geliquideerd en kreeg de Ned. Inv. Hout- |
|
53026 |
aankap Mpij. uit de liquidatie 201 harer eigen aandeelen terug, welke |
|
53027 |
tegen den koers van 31 Dec. 1922 onder het hoofd , effecten" met f 3618 |
|
53028 |
op de balans per 31 Dec. 1922 voorkwamen. De 201 aand. nos. 5700-5789 en |
|
53029 |
5890-6000 vervielen 28 Oct. uit de off. noteering. Op die per ult. 1923 zijn |
|
53030 |
zij als aand. in portefeuille (f 120.600) vermeld, tengevolge waarvan op |
|
53031 |
de verlies- en winstrekening een creditpost van f 116.982 ontstond. Het |
|
53032 |
aandeelenkapitaal is verdeeld in aandeelen aan toonder, elk |
|
53033 |
groot f 600, nos. 1-8000. Winstverdeeling: Eerst 5 pct. over het |
|
53034 |
aandeelenkapitaal, en verder 10 pct. aan commissarissen, 10 pct. aan de |
|
53035 |
directie, 10 pct. aan het reservefonds en het restant aan aandeelhouders. |
|
53036 |
Dividenden 1895: 3 pct. (no. 1), 1896-1906: nihil; 1907-1916: 73, 8, 8, |
|
53037 |
12, 12, 12, 12, 12, 8 en 8 pct. (no. 11); 1917-1923: nihil. |
|
53038 |
6 pct. 5-jarige obligatieleening 1917, groot f 1.200.000, |
|
53039 |
in obligatiën groot f 1000, met coupons per 1 Mei en 1 Nov. (thans |
|
53040 |
zonder coupons). De leening was op 1 Nov. 1922 in |
|
53041 |
haar geheel à pari aflosbaar. Deze aflossing werd |
|
53042 |
echter voorloopig opgeschort; men leze de mede- |
|
53043 |
deelingen omtrent opschorting der verplichte |
|
53044 |
rentebetaling en aflossing in de kleine letter. |
|
53045 |
Trustee: Centrale Trust Co. Op 5 November 1917 heeft bij Gebr. |
|
53046 |
Boissevain en Dunlop & Co. de inschrijving op deze leening opengestaan |
|
53047 |
tot den koers van 100 pct., met voorkeursrecht voor houders van 4 pct. |
|
53048 |
oblig. 1911, wier aanbiedingen bij den hieronder genoemden inkoop van |
|
53049 |
4 pct .. obl. aanvaard zijn. Uit de opbrengst der 6 pct. leening werd |
|
53050 |
maximum f 500.000 aangewend voor aflossing van 4 pct. obligatiën 1911, een |
|
53051 |
tweede f 500.000 diende als storting op een gelijk bedrag aandeelen der |
|
53052 |
Vereenigde Javasche Houthandel Maatschappijen, terwijl het restant |
|
53053 |
voor versterking der kasmiddelen diende. 5 pct. obligatie- |
|
53054 |
leening 1916, groot f 1.800.000, verdeeld in obligatiën groot f 1000, |
|
53055 |
met coupons per 1 Maart en 1 September, waarvan de eerste 1 Maart 1917 |
|
53056 |
verviel. Aflosbaar door uitloting à pari in 25 jaren, overeenkom- |
|
53057 |
stig het volgende aflossingsplan : |
|
53058 |
1920-1944: 37, 40, 41, 44, 46, 48, 51, 53, 55, 59, 61, 65, 68, 71, 74, 79, 82, |
|
53059 |
86, 91, 96, 100, 105, 110, 116 en 122 stuks. |
|
53060 |
Recht tot versterkte of geheele aflossing na 1 Maart 1922. Uitloting |
|
53061 |
in Januari, aan te vangen in 1920, ter aflossing op 1 Maart d.a.v. |
|
53062 |
Trustee: de Centrale Trust Cie. Ten kantoren van Gebr. Boissevain |
|
53063 |
en Dunlop & Co. stond op 19 Sept. 1916 de inschrijv. op deze leening open |
|
53064 |
à 99 pct. Verhandeling der stukken incl. coupon per |