|
2683 |
INDUSTRIEELE ONDERNEMINGEN. 575 |
|
2684 |
aan commissarissen en 15 pct. voor het personeel. Het bedrag aan aandeel- |
|
2685 |
houders toekomende wordt tot 1 pct. over het uitstaand kapitaal geheel aan |
|
2686 |
houders van gew. aand. uitgekeerd; het meerdere wordt tusschen gewone- |
|
2687 |
en pref. aandeelhouders verdeeld zoodanig dat de deswege uitgekeerde |
|
2688 |
pct. zich verhouden als 10 : 1. Dividenden verjaren na 5 jaar. |
|
2689 |
Dividenden kunnen, mits dit bij uitgifte van aan- |
|
2690 |
deelen is bepaald, definitief of tijdelijk in francs |
|
2691 |
worden betaald, waarbij 208 francs op f 100 worden |
|
2692 |
aangenomen) Dividend oprichtersbewijzen 1897-1910: 0, 0, 0, |
|
2693 |
92, 100, 64, 216, 240, 120, 0, 414, 300, 300 en f 300 no. 9). Over 1911-1913 werd |
|
2694 |
niets uitgekeerd; over 1914 f 230.74 op no. 10, 24 Dec. 1915. Aflossing op 24 Dec. |
|
2695 |
1915 met f 1538.26. Dividend gewone aandeelen: 1897- |
|
2696 |
1913: 0, 5, 5, 7}, 9, 8, 10, 10, 8, 5, 12, 5, 12, 12, 5, 5 en 6 pct. |
|
2697 |
(no. 18); 1914-1920: 11}, 23, 22, 21, 20, 20 en 10 pct .; 1921: nihil; |
|
2698 |
1922 en 1923: 5 en 5 pct. (no. 30). Dividend preferente aan- |
|
2699 |
deelen 1916-1920: 3.7, 7.4, 7 3, 7.4 en 6.275 pct .; 1921-1923: telkens 6 pct. |
|
2700 |
(no. 10, 3 Juni 1924). Wegens nieuwe uitbreidingen werd einde 1920 |
|
2701 |
een 7 pct. obligatieleening gecreëerd groot f 4.000.000. Nadat onders- |
|
2702 |
hands f 1.000.000 was geplaatst stond op 23 December 1920 bij R. Mees & |
|
2703 |
Zoonen, de Twentsche Bank, H. Oyens & Zonen en Oppenheim & Van |
|
2704 |
Till de inschrijving open op de resteerende f 3.000.000 7 pct. obliga. |
|
2705 |
tiën 1920 tot den koers van 100 pct. Stukken groot f 1000, meu |
|
2706 |
coupons per 2 Januari en 1 Juli. Aflossing te beginnen 2 Jan. |
|
2707 |
1922, jaarlijks f 200.000, door uitloting à pari in October van elk jaar |
|
2708 |
ter aflossing op 2 Januari d.a.v. Versterkte of geheele aflos- |
|
2709 |
sing na 2 Januari 1926 voorbehouden. De, obligatiën verkregen 27 Januari |
|
2710 |
1921 officieele noteering. Zij zijn dooreen-leverbaar met na te noemen |
|
2711 |
obligaties van 1921. Men zie het prospectus aan het einde van deel I, |
|
2712 |
jaarg. 1921. Verdere uitbreidingen maakten in 1921 weder een 7 pct. leening |
|
2713 |
noodig groot f 2.000.000. Op het geheele bedrag dezer 7 pct. obliga- |
|
2714 |
tiën 1921 stond bij dezelfde emittenten als voor de leening 1920 op |
|
2715 |
15 Juni 1921 de inschrijving open à 100 pct. Obligatiën groot f 1000 |
|
2716 |
met coupons per 2 Januari en 1 Juli. Aflossing te beginnen |
|
2717 |
2 Januari 1922 in gelijke jaarlijksche termijnen van f 100.000, door uit- |
|
2718 |
loting à pari in October van elk jaar ter aflossing op 2 Januari d.a.v. |
|
2719 |
Versterkte of geheele aflossing na 2 Januari 1926 voorbehou- |
|
2720 |
den. Coupons der beide leeningen verjaren na 5, aflosbare obliga- |
|
2721 |
tiën na 30 jaar. De obligatiën 1921 verkregen 15 Juli 1921 officieele no- |
|
2722 |
teering en zijn dooreenleverbaar met de 7 pct. obligaties 1920. |
|
2723 |
Voor het prospectus zie men aan het einde van deel II, |
|
2724 |
jaargang 1921. Ter consolidatie van de schuld, in 1913 aan- |
|
2725 |
gegaan in verband met de overname van de aandeelen Nouvelle |
|
2726 |
St. Comm. Africaine, werd op 1 October 1915 de inschrijving |
|
2727 |
opengesteld op f 1.000.000 5 pct. obligatiën 1915, groot f 1000, |
|
2728 |
met coupons per 1 Mei en 1 Nov. Aflossing in 25 jaar volgens |
|
2729 |
een aflossingsplan; na 1919 mag meer worden afgelost dan het plan aangeeft. |
|
2730 |
Voor 1 Nov. 1919 mocht de leening niet bij wijze van conversie worden afge- |
|
2731 |
lost. Zie voor emittenten hierboven en voor het prospectus jrg. 1915/16, deel I.I. |
|
2732 |
5 pcts. obligatiën 1897 en 5 pcts. obligatiën 1903 |
|
2733 |
(dooreen leverbaar) groot f 1000, met coupons per 1 Mei en 1 Nov. |
|
2734 |
De le leening was oorspronkelijk f 600.000 groot. De inschrijving was op 9 |