|
33543 |
1108 PETROLEUM-MAATSCHAPPIJEN. |
|
33544 |
winnen, bereiden, koopen en verkoopen van petroleum en andere delfstof- |
|
33545 |
fen. Inbreng: Tegen het volgestorte kapitaal is ingebracht de conces- |
|
33546 |
sie „Peudawa”, gelegen in het landschap Peudawa, Gouvernement Atjeh en |
|
33547 |
Onderhoorigheden. Zij werd 5 Sept. 1905 voor 75 jaren uitgegeven en is |
|
33548 |
409 H.A. groot. Het aan het Gouvernement te betalen vast recht bedraagt |
|
33549 |
f 102.25 per jaar. Tevens werd ingebracht een royalty-contract |
|
33550 |
met de „Koninklijke". Directie: H. Kerbert en A. Weiss, beiden te |
|
33551 |
Amsterdam. Commissarissen: B. Nierstrasz te Amsterdam en |
|
33552 |
J. L. Pierson te Baarn. Kapitaal: f 2.300.000, verdeeld in aan- |
|
33553 |
deelen groot f 500, geheel geplaatst en volgestort. De Heeren |
|
33554 |
Adolph Boissevain & Co. te Amsterdam berichtten dat zij door bemid- |
|
33555 |
deling van de Heeren Somer & de Haime van af 24 September |
|
33556 |
1912 door verkoop ter beurze f 800.000 aandeelen aan de markt zouden bren- |
|
33557 |
gen; de eerste koers bedroeg 45} pct. De overige f 1.500.000 aandeelen werden |
|
33558 |
aldus geblokkeerd, dat tot data, varieerende van 31 December 1912 |
|
33559 |
tot 20 Juli 1913 zekere posten aandeelen niet verkocht werden tot koersen |
|
33560 |
van 60 tot 160 pct. Winstverdeeling: eerst 5 pct. dividend; van |
|
33561 |
het restant 8 pct. aan het reservefonds, totdat dit f 100.000 bedraagt, |
|
33562 |
waarna deze 8 pct. aan aandeelhouders komt, 10 pct. aan de directeuren, |
|
33563 |
12 pct. aan commissarissen en 70 pct. aan aandeelhouders. Dividenden |
|
33564 |
verjaren na 5 jaar, in welk geval deze bedragen aan het reservefonds |
|
33565 |
ten goede komen. Dividendbewijs no. 1 bevindt zich nog aan de stukken. |
|
33566 |
Adres: Amsterdam, Westeinde 7. |
|
33567 |
1912 1913 1914 1915 1916 1917 1918 1919 1920 |
|
33568 |
Hoogste koers . 462 459 26 149 11 13 8 7% 62 |
|
33569 |
Laagste koers 343 15 10 3 5 4 2 5 |
|
33570 |
"1921 en 1922: geen noteering; 1923: 5-1}; 1924: 25-1. |
|
33571 |
1 |
|
33572 |
Exploratie- en royaltycontract met de Koninklijke. De Koninklijke neemt |
|
33573 |
op zich om boringen te doen tot een diepte van zoo mogelijk 1300 M. De royalty |
|
33574 |
loopt van f 1.75 per ton bij 100.000 ton tot / 2 .- per ton bij 200.000 ton en tot f 2 25 |
|
33575 |
per ton bij meer dan 200.000 ton productie per jaar. Bij onderteekening van het |
|
33576 |
contract betaalde de Koninklijke / 100.000 in contanten en zegde gedurende de |
|
33577 |
eerste drie jaren f 10.000 per jaar toe. De „Koninklijke” is bevoegd om, wanneer |
|
33578 |
voor 25 Juli 1915 geen bevredigende resultaten verkregen zijn, de werkzaamheden |
|
33579 |
te staken en de terreinen ter beschikking van de Peudawa te stellen Blijft zij |
|
33580 |
echter met het exploiteeren doorgaan, dan garandeert zij aan de Peudawa een |
|
33581 |
minimum royalty voor het 4e jaar van f 50.000, en voor het 5e jaar en de volgende |
|
33582 |
jaren van / 75.000 per jaar. |
|
33583 |
1915. Op de alg. verg. in Juli kwam een schrijven in van de „Koninklijke", met |
|
33584 |
de mededeeling, lat de exploitabele hoeveelheden olie, uit de concessie „Peudawa" |
|
33585 |
te winnen, uiterst gering worden geacht en zij daarom gebruik maakt van haar |
|
33586 |
recht (zie boven) om de werkzaamheden te staken. Na deze opzegging werden |
|
33587 |
met het Bestuur onderhandelingen gevoerd omtrent eene voortzetting der werk- |
|
33588 |
zaamheden op het terrein der concessie Peudawa, met het resultaat, uat met |
|
33589 |
opheffing van de verplichting tot betaling van minimum-royalty over dit contract- |
|
33590 |
jaar, met de „Koninklijke“ is overeengekomen dat de boringen op het concessie- |
|
33591 |
terrein voorloopig worden voortgezet met de bedoeling om alsnog de olielaag aan |
|
33592 |
te boren. Overigens blijven de bepalingen in het oude contract, voor het geval |
|
33593 |
dat er olie wordt aangeboord, van kracht. De „Koninklijke" heeft reeds geseind |
|
33594 |
om op het terrein door te boren. |
|
33595 |
1916. Op 10 Juni 1916 ontving de mpij. van de „Koninklijke“ een schrijven waarin |
|
33596 |
werd medegedeeld dat de diepboring van put 21, op 1352 M. diepte wegens technische |
|
33597 |
moeilijkheden moest worden gestaakt en het contract met ons dien- |
|
33598 |
tengevolge werd opgezegd. De directe oorzaak der staking was het |
|
33599 |
ombuigen der onderste pijpleiding door grondverschuiving. Het bestuur heeft ge- |
|
33600 |
meend voorloopig van een liquidatie te moeten afzien daar nog voldoende gelden |
|
33601 |
beschikbaar zijn om gedurende eenige jaren het aan de Nederl. Indische regeering, |
|
33602 |
wegens de verleende concessie verschuldigde vast recht te voldoen, teneinde aldus |