|
66469 |
SPOORWEGFONDSEN. 1669 |
|
66470 |
Mpij. tot Exploit. van Staatsspoorwegen. 4 pcts. |
|
66471 |
obligatiën van 1903 en van 1907. De leening van 1903 |
|
66472 |
wordt gevormd door de serien 1-8 ad f 1.000.000 elk der leening groot |
|
66473 |
f 15.000.000, uitgegeven 1 April 1903 à 101 pct. (De resteerende f 7.000.000 dezer |
|
66474 |
leening, werden dd. 1 Maart 1905 als 3} pets. obligatiën uitgegeven). De lee- |
|
66475 |
ning van 1 April 1907 wordt gevormd door de seriën 7-15 (de seriën 1-6 zijn |
|
66476 |
in 1906 als 3} pets. obligatiën uitgegeven), der leening van f 15.000.000 tot |
|
66477 |
welker uitgifte de op 21 Juni 1905 gehouden vergadering van aandeelhou- |
|
66478 |
ders besloot. De inschrijving op deze f 9.000.000 was op 13 Maart 1907 |
|
66479 |
tot den koers van 100} pct. opengesteld. Obligatiën groot |
|
66480 |
f 1000 met coupons 1 April en 1 October. Aflossing à pari in |
|
66481 |
60 jaar door jaarlijksche uitlotingen in October, ter betaling op 1 April |
|
66482 |
d.a.v. Jaarlijksche aflossing der obligatiën 1903 voor het eerst in 1904 |
|
66483 |
ad f 34.000 en der obligatiën 1907 voor het eerst in 1908 ad f 38.000, ver- |
|
66484 |
meerderd met de vrijgevallen rente uit de vroeger afgeloste bedragen. |
|
66485 |
De Maatschappij behoudt zich het recht voor alle of een deel der nog uit- |
|
66486 |
staande obligatiën te allen tijde à pari af te lossen. Voor de uitstaande |
|
66487 |
bedragen zie men de tabel „Specificatie Obligatieschuld". |
|
66488 |
1905 1906 1907 1908 1909 1910 1911 1912 1913 1914 |
|
66489 |
Hoogste koers 104g 1043 103 1034 1032 103% 1018 1002 98 982 |
|
66490 |
Laagste koers 102₺ 1018 100 100 1012 100% 100% 982 94 942 |
|
66491 |
Koersen 1915: 941-87%; 1916: 983-87; 1917: 96-892; 1918: 91-80 |
|
66492 |
1919: 85-76; 1920: 762-65; 1921: 848-752; 1922: 82-76; 1923: 853-724. |
|
66493 |
1924: 83-70%. |
|
66494 |
Mij. tot Expl. v. Staatsspoorwegen. 4 pct. leening |
|
66495 |
van 1923, groot f 3.843.600 en verdeeld in 3203 obligatiën groot f 1200. |
|
66496 |
De leening is evenals de 4} pct. leening 1923 ontstaan door omwisseling |
|
66497 |
stuk voor stuk van obligatiën tegen certificaten 4} pct. eerste hypotheek |
|
66498 |
N. B. D. S., welke omwisseling voorzoover geschied in 4 pct. obligatiën |
|
66499 |
S. S., kosteloos plaats vond tusschen 15 Maart en 15 Mei 1923 (zie ook |
|
66500 |
onder 4} pct. obligatiën 1923). De 4 pct. obligatiën zijn groot |
|
66501 |
f 1200 met coupons per 1 Mei en 1 Nov. Aflossing: elk jaar te |
|
66502 |
beginnen 1 Mei 1923 zal 0.42 pct. van het uitgegeven bedrag, vermeerderd |
|
66503 |
met door aflossing vrijgevallen rente worden afgelost, zoodat de geheele |
|
66504 |
leening binnen 60 jaren is gedelgd. Versterkte of geheele aflossing voor- |
|
66505 |
behouden. Loting in Januari (eerste maal 1924). Bij naasting door den |
|
66506 |
Staat is deze bevoegd zich in de plaats der S.S. te stellen. Blijkens het no- |
|
66507 |
teeringsbericht werden 3203 certificaten tegen 4 pct. obligatiën verwisseld. |
|
66508 |
De noteering der 4 pcts stukken werd 12 Sept. 1923 verkregen. Men zie |
|
66509 |
het prospectus in deel II 1923, pag. 59 der prospecti. |
|
66510 |
Koersen 1923: 772-72; 1924: 813-66. |
|
66511 |
MIj. t. Expl. v. Staatsspoorwegen; 3} pct. leening van |
|
66512 |
1887, groot f 17.239.000, waarvan de eerste uitgifte van 5 seriën elk à |
|
66513 |
f 1.000.000 plaats vond in October 1887 ter conversie der 5 pct. leening van |
|
66514 |
1873, en de tweede uitgifte van 12 seriën, elk à f 1.000.000 en eene serie à |
|
66515 |
f 239.000 in Januari 1888 geschiedde ter conversie van alle toenmaals be- |
|
66516 |
staande 4 pcts. leeningen. Koers van uitgifte telkens 97 pct. Houders van |
|
66517 |
aflosbaar gestelde obligatiën hadden bij de inschrijving den voorrang, daar- |
|
66518 |
na de houders van aandeelen en van bewijzen van oprichtersrechten. Obli- |
|
66519 |
gatiën, groot f 1000; coupons 1 Mei en 1 November. Aflo s- |