|
2789 |
INDUSTRIEELE ONDERNEMINGEN. 585 |
|
2790 |
werd gebezigd tot afschrijving van het saldo der rekening „Inkoop van Op- |
|
2791 |
richtersbewijzen"), 52 pct. aan aandeelhouders, 20 pct. aan de directie, 5 pct. |
|
2792 |
aan commissarissen en 15 pct. voor het personeel. Het bedrag aan aandeel- |
|
2793 |
houders toekomende wordt tot 1 pct. over het uitstaand kapitaal geheel aan |
|
2794 |
houders van gew. aand. uitgekeerd; het meerdere wordt tusschen gewone- |
|
2795 |
en pref. aandeelhouders verdeeld zoodanig dat de deswege uitgekeerde |
|
2796 |
pct. zich verhouden als 10 : 1. Dividenden verjaren na 5 jaar. |
|
2797 |
Dividenden kunnen, mits dit bij uitgifte van aan- |
|
2798 |
deelen is bepaald, definitief of tijdelijk in francs |
|
2799 |
worden betaald, waarbij 208 francs op f 100 worden |
|
2800 |
aangenomen) Dividend oprichtersbewijzen 1897-1910: 0, 0, 0, |
|
2801 |
92, 100, 64, 216, 240, 120, 0, 414, 300, 300 en f 300 no. 9). Over 1911-1913 werd |
|
2802 |
niets uitgekeerd; over 1914 f 230.74 op no. 10, 24 Dec. 1915. Aflossing op 24 Dec. |
|
2803 |
1915 met f 1538.26. Dividend gewone aandeelen: 1897- |
|
2804 |
1913: 0, 5, 5, 7}, 9, 8, 10, 10, 8, 5, 12, 5, 12, 12, 5, 5 en 6 pct. |
|
2805 |
(no. 18); 1914-1920: 11}, 23, 22, 21, 20, 20 en 10 pct .; 1921: nihil; |
|
2806 |
1922 en 1923: 5 en 5 pct. (no. 30); 1924: nihil. Dividend pref. aan- |
|
2807 |
deelen 1916-1920 : 3.7, 7.4, 7.3, 7.4 en 6.275 pct. ; 1921-1924 : telkens 6 pct. |
|
2808 |
(no. 11, 30 Mei 1925). Wegens nieuwe uitbreidingen werd einde 1920 |
|
2809 |
een 7 pct. obligatieleening gecreëerd groot f 4.000.000. Nadat onders- |
|
2810 |
hands f 1.000.000 was geplaatst stond op 23 December 1920 bij R. Mees & |
|
2811 |
Zoonen, de Twentsche Bank, H. Oyens & Zonen en Oppenheim & Van |
|
2812 |
Till de inschrijving open op de resteerende f 3.000.000 7 pct. obliga- |
|
2813 |
tiën 1920 tot den koers van 100 pct. Stukken groot f 1000, met |
|
2814 |
coupons per 2 Januari en 1 Juli. Aflossing te beginnen 2 Jan. |
|
2815 |
1922, jaarlijks f 200.000, door uitloting à pari in October van elk jaar |
|
2816 |
fer aflossing op 2 Januari d.a.v. Versterkte of geheele aflos- |
|
2817 |
sing na 2 Januari 1926 voorbehouden. De obligatiën verkregen 27 Januari |
|
2818 |
1921 officieele noteering. Zij zijn dooreen-leverbaar met na te noemen |
|
2819 |
obligaties van 1921. Men zie het prospectus aan het einde van deel I, |
|
2820 |
jaarg. 1921. Verdere uitbreidingen maakten in 1921 weder een 7 pct. leening |
|
2821 |
noodig groot f 2.000.000. Op het geheele bedrag dezer 7 pct. obliga- |
|
2822 |
tiën 1921 stond bij dezelfde emittenten als voor de leening 1920 op |
|
2823 |
15 Juni 1921 de inschrijving open à 100 pct. Obligatiën groot f 1000 |
|
2824 |
met coupons per 2 Januari en 1 Juli. Aflossing te beginnen |
|
2825 |
2 Januari 1922 in gelijke jaarlijksche termijnen van f 100.000, door uit- |
|
2826 |
loting à pari in October van elk jaar ter aflossing op 2 Januari d.a.v. |
|
2827 |
Versterkte of geheele aflossing na 2 Januari 1926 voorbehou- |
|
2828 |
den. Coupons der beide leeningen verjaren na 5, aflosbare obliga- |
|
2829 |
tiën na 30 jaar. De obligatiën 1921 verkregen 15 Juli 1921 officieele no- |
|
2830 |
teering en zijn dooreenleverbaar met de 7 pct. obligaties 1920. |
|
2831 |
Voor het prospectus zie men aan het einde van deel II, |
|
2832 |
jaargang 1921. Nadat in Juni 1925 behalve f 2.000.000 pref. aandeelen |
|
2833 |
f 1.200.000 53 pct. obligatiën ondershands waren geplaatst ter uitbreiding |
|
2834 |
van de belangensfeer der mpij. werd deze 5} pct. leening op geautoriseerd |
|
2835 |
f 6.000.000 gebracht en stond op 16 Juni 1925 o.a. bij R. Mees & Zoonen |
|
2836 |
te Rotterdam de inschrijving à 97 pct. open op denog niet uitgegeven |
|
2837 |
f 4.800.000 54 pct. obligatiën. Houders der uitstaande f 4.800.000 |
|
2838 |
7 pct. obligatiën 1920 en 1921, welke toch 2 Jan. 1926 vervroegd aflosbaar |
|
2839 |
zouden zijn, hadden voorkeur bij de inschrijving en konden met hun |
|
2840 |
stukken betalen, waarbij koers- en renteverschil werden verrekend. |