|
32871 |
PETROLEUM-MAATSCHAPPIJEN 1101 |
|
32872 |
Begin Sept. 1925. Officieel wordt tegengesproken dat de Corona, de Mexi- |
|
32873 |
oaaneche dochteronderneming, processen zou hebben verloren over den eigendoms- |
|
32874 |
titel van terreinen in Mexico. |
|
32875 |
Sept. 1925. De Curacaosche Petroleum Ind. Mij. verkrijgt concessie tot het |
|
32876 |
plaatsen van een droogdok in het Schottegat op Curaçao. |
|
32877 |
1 Oct. 1925. Het verkoopkantoor voor Petroleum-producten „Acetylena" ver- |
|
32878 |
andert haar naam in „Bataafsche Import Mpij., Verkoopkantoor van „Koninklijke- |
|
32879 |
Shell" Producten". |
|
32880 |
16-28 Nov. 1925. De Koninklijke bood den houders van 'Certificaten A |
|
32881 |
der Geconsolideerde Hollandsche Petroleum Cie. één harer |
|
32882 |
gewone aandeelen incl. div. 1926 in ruil voor elk tweetal certificaten met div.bewijs |
|
32883 |
no. 18 e. v. De Koninklijke gaf bij deze gelegenheid f 4.758.000 aandeelen uit. |
|
32884 |
31 Dec. 192'5. Het geplaatste kapitaal der Koninklijke bedraagt f 437.209.000, |
|
32885 |
verdeeld in f 1.500.000 preferente, f 28.500.000 prioriteits- en f 407.209.000 gewone |
|
32886 |
aandeelen. Het kapitaal der Shell bedraagt £ 26.401.644 waarvan £ 2.000.000 5 pct. |
|
32887 |
le preferente-, £ 5.000.000 7 pct. 2e preferente- en £ 19.401.644 gewone aandeelen. Het |
|
32888 |
kapitaal der Bataafsche en Anglo Saxon bleef ongewijzigd op resp. f 300.000.000 en |
|
32889 |
£ 16.000.000 |
|
32890 |
1926. 5 Jan. 1926. De Koninklijke en de Shell betalen 10 pct. interim- |
|
32891 |
dividend over 1925. |
|
32892 |
22 Jan. 1926. Bij de Ned. Handel Mij. staat de inschrijving open op f 18.000.000 |
|
32893 |
42 pct. obligatiën der Bataafsche Petroleum Mpij., deel van een leening ad f 72.000.000 |
|
32894 |
waarvan reeds f 6.000.000 ondershands was geplaatst. De leening wordt tusschen |
|
32895 |
1 Febr. 1931 en 1 Febr. 1946 afgeloet; de opbrengst diende voor uitbreidingen vooral |
|
32896 |
in Curaçao, Venezuela en Argentinië. |
|
32897 |
16 Febr. 1926. Een buitengewone vergadering van aandeelhouders der V.O.C. |
|
32898 |
Holding Co. Ltd. verwerpt met groote meerderheid de voorstellen van de minder- |
|
32899 |
heid van het bestuur tot herziening van het contract tusschen de V. O. C. en de |
|
32900 |
Caribbean Oil Co. (van de Kon. Shell groep), waarbij de V. O. C. verplicht is tot |
|
32901 |
30 Juni 1936 tot 4.000.000 barrels olie per jaar tot een prijs, gebaseerd op de wereld- |
|
32902 |
marktprijs te leveren aan de Caribbean Petroleum Co. en alles wat zij boven 4.000.000 |
|
32903 |
barrels per jaar produceert eerst aan die mpij. te koop te bieden. De surplus |
|
32904 |
productie bedraagt thans plm. 3.000.000 barrels en was door de V. O. C. (de meer- |
|
32905 |
derheid in het Bestuur) verkocht voor denzelfden prijs als voor de eerste 4.000.000 |
|
32906 |
barrels wordt betaald. De oppositie onder leiding van C. S. Gulbenkian, die om |
|
32907 |
deze kwestie met nog 4 commissarissen uit het bestuur der V. O. C. trad, wenechte |
|
32908 |
vrijheid voor de V. O. C. tot verkoop van genoemd surplus aan wie zij wil. |
|
32909 |
Volgens berichten zou £ 1.200.000 tot £ 1.500.000 voor aanleg van inrichtingen noodig |
|
32910 |
zijn om de mpij. in staat te stellen haar olie zelf aan diep water te leveren, |
|
32911 |
terwijl £ 1.000.000 zou worden verloren wegens stopzetting van de werkzaamheden |
|
32912 |
tijdens het aanleggen der transportinrichtingen. Van de zijde der meerderheid |
|
32913 |
werd er de aandacht op gevestigd dat het contract in kwestie in 1924 met instem- |
|
32914 |
ming der opposanten was aangegaan en partijen het er over eene waren dat de |
|
32915 |
bedongen prijs billijk was. Verder werd er op gewezen dat aangegane contracten |
|
32916 |
moeten worden nagekomen en dat het dwaas zou zijn, bovenbedoelde kosten te |
|
32917 |
maken alléén voor het geval de Caribbean de surplus-olie niet zou willen koopen. |
|
32918 |
De meerderheid van het Bestuur der V. O. C., ofschoon vertegenwoordigers van |
|
32919 |
de Kon. Shell-groep, achtten het contract in kwestie in het wezenlijk belang der |
|
32920 |
V. O. C. |
|
32921 |
Maart 1926. De Anglo Jugo Slav Petr. Co. ondervindt schijnbaar door toe- |
|
32922 |
doen van de Joego Slavische Regeering moeilijkheden bij de exploitatie van hare |
|
32923 |
concessie in Joego Slavië. De Engelsche Regeering wil er zich niet mee bemoeien. |
|
32924 |
Een later bericht meldt dat de vergunning voor den bouw van een raffinaderij |
|
32925 |
zou zijn ingetrokken omdat het gekozen punt te Topchider aan den Donau te |
|
32926 |
gevaarlijk werd geacht voor de stad en omgeving. |
|
32927 |
April 1926. De fa. Lazard Frères is aangesteld als financieel vertegenwoor- |
|
32928 |
digeter der groep in Frankrijk. De relatie met de fa. Rothschild is echter niet |
|
32929 |
gewijzigd. |
|
32930 |
Mei 1926. De Shell Union Oil Corp. boekte in 1925 $ 50.293.550 bruto ontvangsten |
|
32931 |
tegen $ 50.984.588 in 1924 terwijl $ 20.415.960 beschikbaar was voor dividend. Na |
|
32932 |
betaling van 6 pct. op de pref. aandeelen werd $ 1.40 op elk der 10 millioen gewone |
|
32933 |
aandeelen betaald en de rest geboekt op de surplusrekening, die daarna met |
|
32934 |
$ 24.804.779 op de balane paraisseerde. |
|
32935 |
1 Juni 1926 De Bataafeche plaatst het 2e gedeelte ad f 24.000.000 van haar |
|
32936 |
44 pcts. leening 1926 ad f 72.000.000 en wel f 6.000.000 ondershands en f 18.000.000 à |
|
32937 |
97} pct. bij publieke emissie door de Nederl. Handel Mpij. Doel ale voor het ge- |
|
32938 |
deelte in Jan. 1926 geplaatst. |
|
32939 |
Aug. 1926. De Koninklijke plaatst f 4.894.000 aandeelen incl. div. 1926 tegen |
|
32940 |
ontvangst van een (nog onbekend) aantal aandeelen in de Anglo Saxon Petroleum |
|
32941 |
Co. De Koninklijke bezat reede £ 9.600.000 van de £ 16.000.000 aand. der Anglo Saxon. |
|
32942 |
24 Aug. 1926. Het jaarverslag over 1925 der Ned .- Ind. Aardolie Mpij. |
|
32943 |
wordt gepubliceerd. Er blijkt uit dat men nog met verschillende exploratiebronnen |
|
32944 |
bezig is. Terwijl men verder exploreert met diepere boringen worden op het terrein |
|
32945 |
Betoeng thane 49 van de 52 ondiepe putten rendabel geexploiteerd. Men had en |
|
32946 |
verwachtte nog veel gebrek aan werkvolk vooral door het wegloopen naar de rubber- |
|
32947 |
plantages. In 1925 werden totaal 4071 M. geboord tegen 2582 in 1924 terwijl de |
|
32948 |
productie in 1925 13205 K.G .- ton bedroeg (1924: 5.686 K.G .- ton), waarvan 12.752 K.G .- ton |