|
2968 |
INDUSTRIEELE ONDERNEMINGEN 589 |
|
2969 |
deel der winst in aandeelen in 1918 tot f 750.000, terwijl in 1919 nog |
|
2970 |
f 200.000 geplaatst werd. Door de emissies van 1919 en 1920 steeg het |
|
2971 |
geplaatst gewoon kapitaal tot f 2.500.000 en het cum. pref. kapitaal tot |
|
2972 |
f 1.500.000. Ter afboeking van het verlies per ulto 1923 werd 17 April 1924 |
|
2973 |
besloten 90 pct. of f 2.250.000 op het gewone kapitaal af te schrijven en |
|
2974 |
het cumulatierecht der cum. pref. aandeelen na 1 Juli 1924 op te heffen. |
|
2975 |
Het kapitaal bedraagt dus thans f 250.000 in gewone aandeelen |
|
2976 |
van f 1000 op f 100 afgestempeld en f 1.500.000 preferente |
|
2977 |
aandeelen groot f 1000. Beide soorten aandeelen verkregen 2 Juni |
|
2978 |
1920 officieele noteering en zijn sedert 28 Oct. 1924 slechts leverbaar mits |
|
2979 |
voorzien van de stempels vermeldende resp. de terugbrenging tot f 100 en de |
|
2980 |
opheffing van de cumulatie. De afstempeling kon tot 1 Jan. 1925 ge- |
|
2981 |
schieden. Een regeling tot bijboeking van de afschrijving uit latere |
|
2982 |
winsten blijkt uit de hierna vermelde winstverdeeling. Winstverdee- |
|
2983 |
ling: na aftrek van winstaandeel aan directeuren wordt eerst aange- |
|
2984 |
zuiverd het achterstallig dividend ad 6 pct. over 1921, 1922, 1923 en |
|
2985 |
de eerste helft van 1924 van de vroegere cumulatief preferente aan- |
|
2986 |
deelen, in totaal f 315.000 bedragend. Wanneer dit in eenig jaar geheel |
|
2987 |
mocht zijn aangezuiverd is de verdeeling als volgt: eerst 6 pct. aan de |
|
2988 |
preferente aandeelhouders, daarna f 10 op elk gewoon aandeel. Vervol- |
|
2989 |
gens wordt voor zoover mogelijk en zoolang de hierna te noemen reserve |
|
2990 |
bestaat en minder bedraagt dan f 2.250.000, een bedrag van f 50 per ge- |
|
2991 |
woon aandeel gestort in een „reserve gewone aandeelen". De venn. mag |
|
2992 |
deze reserve als bedrijfskapitaal gebruiken en vergoedt daarover, zoolang |
|
2993 |
deze reserve bestaat en minder bedraagt dan f 2.250.000, 6 pct. per jaar, |
|
2994 |
waarmede de reserve wordt vergroot. Zoodra en zoolang de reserve met |
|
2995 |
inbegrip der gekweekte rente het bedrag van f 2.250.000 heeft bereikt, zal |
|
2996 |
de alg. verg. van aandeelhouders kunnen besluiten, dat op ieder gewoon |
|
2997 |
aandeel f 900 zal worden bijgeschreven, zoodat de gewone aandeelen dan |
|
2998 |
wederom f 1000 per stuk zullen bedragen. Deze reserve zal daarmede |
|
2999 |
ophouden te bestaan. Alsdan zal het primaire dividend voor de prefe- |
|
3000 |
rente aandeelen van 6 op 7 pct. worden verhoogd. Deze reserve kan zoo- |
|
3001 |
lang zij bestaat gebruikt worden voor afschrijving van verliezen, nadat |
|
3002 |
het reservefonds geheel is verbruikt. De dividendbelasting, eventueel |
|
3003 |
over de uitkeering der „reserve gewone aandeelen" verschuldigd en de |
|
3004 |
registratierechten eventueel over het op de aandeelen bijgeschreven bedrag |
|
3005 |
te betalen, resp. de voor bedoelde belastingen in de plaats tredende hef- |
|
3006 |
fingen, komen ten laste der venn. Zoodra en zoolang de genoemde reserve |
|
3007 |
met inbegrip der gekweekte rente het bedrag van f 2.250.000 zal hebben |
|
3008 |
bereikt, zal aan de houders van gewone aandeelen in plaats van f 10 |
|
3009 |
per stuk, als hiervoren omschreven, voorzoover mogelijk worden uitge- |
|
3010 |
keerd f '60 per stuk. Van het resteerende wordt 15 pct. gestort in het |
|
3011 |
reservefonds. Van het daarna overblijvende komt 7} pct. aan Commissa- |
|
3012 |
rissen en 923 pct. aan houders van gewone en pref. aandeelen, met dien |
|
3013 |
verstande, dat op ieder pref. aandeel § zal worden uitgekeerd van hetgeen |
|
3014 |
een gewoon aandeel uit dien hoofde zal ontvangen. De vergadering van |
|
3015 |
gewone aandeelhouders kan besluiten het laatst genoemde winstaandeel |
|
3016 |
der gewone aand., te storten in de reserve gewone aand. Dividenden v e r- |
|
3017 |
jaren na 5 jaar. Dividend cum. pref. aand. 1917-1920: 8, 8, 9 |
|
3018 |
en 6 pct. (no. 4): sedert nihil; achterstallig dividend sedert 1 Juli |
|
3019 |
1924: 21 pct .; dividend gewone aand. 1917-1920: 8 (over |