|
29154 |
1034 MIJNBOUW-MAATSCHAPPIJEN. |
|
29155 |
de geschiedenis der mpij. zie men het laatst den jaargang 1909. In 1904 |
|
29156 |
werd de diepbouw-exploitatie gestaakt, en begon de mpij. zich meer be- |
|
29157 |
paaldelijk met de exploitatie van de petroleum-bronnen op hare concessie- |
|
29158 |
terreinen bezig te houden (zie jaarg. 1906 en 1907). Sedert 1919 neemt |
|
29159 |
de kolenmijnexploitatie weer een belangrijker plaats in. Voor het kolen- |
|
29160 |
transport werd in 1923 een dochter-mpij., de „,Reederij Oost- |
|
29161 |
Borneo" opgericht, welke over een schip van 2200 ton beschikt. |
|
29162 |
Exploitatie-overeenkomst met de Koninklijke. De |
|
29163 |
maatschappij sloot in 1902 met de „Koninklijke“ een exploitatiecontract, |
|
29164 |
volgens hetwelk door laatstgenoemde aan de Oost Borneo Maatschappij |
|
29165 |
voor de eerste honderd duizend ton ruwe olie op hare concessies |
|
29166 |
Moeara en Pelarang gewonnen, een royalty zou worden uitgekeerd |
|
29167 |
van f 4.25 per ton, terwijl vervolgens de cijns f 1.25 per ton gewonnen |
|
29168 |
olie zou bedragen. Nadat de exploitatie gedurende 1905 51.392 ton had opge- |
|
29169 |
leverd, waren inclusief de productie der voorgaande 3 jaren de eerste 100.000 |
|
29170 |
ton petroleum bereikt, en ontvangt de mpij. dus voor het verdere product |
|
29171 |
(in 1905 nog 12.970 ton) een royalty van f 1.25 per ton. De concessies wer- |
|
29172 |
den op de Koninklijke overgeschreven. Aan den oorspronkelijk |
|
29173 |
rechthebbende der vergunningen, den heer W. de Jongh Dzn., werd |
|
29174 |
tot en met 1922 5 pct. van de royalty opbrengst der olie, verkregen uit de |
|
29175 |
door hem ingebrachte concessie-terreinen, uitgekeerd Behalve de beide |
|
29176 |
genoem'de petroleumconcessies, bezat de mpij. aanvankelijk de steenkolen- |
|
29177 |
concessie Batoe Panggal, waarvan de lagen voor zoover verkend reeds |
|
29178 |
12 millioen ton steenkolen bevatten; ulto 1919 werden haar nog verleend |
|
29179 |
de steenkolen-concessies Boesang en Sigian en begin 1920 Leah-Lemas en |
|
29180 |
Batoe-Bebal; al deze concessies zijn gelegen aan de Mahakamrivier Begin |
|
29181 |
1922 werden verkregen de petroleum- en gasconcessies Kari Orang en Sem- |
|
29182 |
boeloe bij Sangkoelirangbaai, voor welke twee concessies royaltycontracten |
|
29183 |
liepen met de Nederl. Kol. Petr. Mpij. Van deze mpij. werden begin 1923 |
|
29184 |
nog overgenomen de steenkolenconcessies B. Oetak en S. Pinang aan de |
|
29185 |
Boengaloenrivier. Ook werden royaltycontracten met deze mpij gesloten |
|
29186 |
voor 4 petroleumconcessies Koetei I, II, III en IV, gelegen bij de Sang- |
|
29187 |
koelirangbaai. In 1924 droeg de Ned. Kol. Petr. Mij. echter alle olie- en gas- |
|
29188 |
concessies weer op de Oost-Borneo Mij. over, en verviel daardoor ook het |
|
29189 |
royalty-contract. Begin 1925 nam de Mpij. voor ¿ deel in het Bauxiet Syndic. |
|
29190 |
te Den Haag. Zie bijzonderheden bij de Mijnbouw Mpij „Aequator". In |
|
29191 |
Maart 1926 werd te Batavia de N. V. Samarinda-Tenggarongsche Electri- |
|
29192 |
citeits Mij. opgericht met een kapitaal van f 200.000, waarin de O .- Borneo |
|
29193 |
voor f 10.000 en het zelfbestuur van Koetei voor f 150.000 deelnam. Deze |
|
29194 |
vennootschap exploiteert de electrische verlichting van Samarinda en Teng- |
|
29195 |
garong en betrekt sedert begin 1927 den stroom van de nieuwe Centrale |
|
29196 |
der O. B., in 1925 gebouwd. Begin 1927 werd opgericht de Mijnbouw Mpij. |
|
29197 |
„Mercuur" met een geplaatst kapitaal van f 10000 waarin door de Oost |
|
29198 |
Borneo en de Billiton elk voor de helft werd deelgenomen. Doel: on- |
|
29199 |
derzoek naar een kwikertsvoorkomen op Sumatra. Het onderzoek ving |
|
29200 |
reeds aan. Kapitaal thans f 5.000.000, verdeeld in f 1.314.500 pref. |
|
29201 |
aandeelen, groot f 1000 en f 500, alle geplaatst en f 3.685.500 ge- |
|
29202 |
wone aandeelen, groot f 1000 en f 500, waarvan geplaatst f 1.535.500. |
|
29203 |
Het kapitaal bedroeg aanvankelijk f 1.600.000, werd in 1900 gebracht op |
|
29204 |
f 2.600.000 en was op 1 Januari 1907 verdeeld in f 1.000.000 8 pct. cumu- |
|
29205 |
latief le preferente aandeelen, f 701.000 6 pct. cumulatief preferente aan- |