|
1636 |
554 INDUSTRIEELE ONDERNEMINGEN. |
|
1637 |
Inclusief |
|
1638 |
Datum. Bedrag. Koers Dividend. Voorkeur. |
|
1639 |
geplaatst was 1 200.000 .- |
|
1640 |
19 Oct. 1907 .. 100 000 .- 110 % 1907/08 geen voorkeur. |
|
1641 |
1 Oct. 1909 200.000 .- 120 % 1909/10 voork. à 110 % 3 : % |
|
1642 |
19 Sept. 1911 .. 300.000 .- 124 % 1911 12 5 : 3 (no. opgave) |
|
1643 |
25 Juni 1912 .. 200.000 .- 125 % 1912/13 4 : 1 (no. opgave) |
|
1644 |
17-24 Febr. 1913 .. 500.000 .- 125 % 1912/13 2 : 1 (no. opgave) |
|
1645 |
23 Juni-2 Juli 1914 .. 500.000 .- 130 % 1914/15 3 : 1 (no. opgave) |
|
1646 |
27 Sept. 1917 .. 500.000 .- 125 % 1916 17 4 : 1 (no. opgave) |
|
1647 |
12 Juli 1918 . 1.250.000 .- 130 % 1918/19 2 : 1 (no. 24) |
|
1648 |
10 Juni 1919 1.250.000 .- 125 % 1919/20 3 : 1 (no. 23) |
|
1649 |
10 Sept. 1920 " 2.500.000 .- 105 % 1920 21 4 : 1 (no. 22)1) |
|
1650 |
8 Jan. 1926 " 960.000 .- 130 % 1925/26 5 : 1 (no. 27)2) |
|
1651 |
3 Dec. 1926 ., 640.000 .- 150 % 1926/27 9 : 1 (no. 29)2) |
|
1652 |
14 Nov. 1927 2.560.000 .- 150 % 1927/28 5 : 2 (no. 30)2) |
|
1653 |
1) 4 : 1 wil hier zeggen, dat 4 div.bew. no. 22 van aand. à f 500, dienden om met |
|
1654 |
voorkeur in te schrijven op # 1000 nieuwe aandeelen. De verhouding was dus |
|
1655 |
feitelijk 2 : 1. Dit is de eerste emissie van aandeelen à f 1000. 2) Claims no. 27 |
|
1656 |
werden verhandeld van f 30 tot f 34, no. 29 van f 8.25 tot f 11.25 en no. 30 van |
|
1657 |
f 35 tot f 46. |
|
1658 |
Dividenden 1902/3-1919/20: 4, 7, 8, 8, 10, 10, 12, 10, 12, 12, 12, |
|
1659 |
6, 5, 8, 10, 10, 10 en 10 pct .; 1920/21-1926/27: 0, 0, 0, 4, 8, 10 en 12 pct. |
|
1660 |
(no. 31, 15 Nov. 1927). Winstverdeeling sedert bovengemelde |
|
1661 |
kapitaalsreductie: eerst ten minste 10 pct. reservefonds, daarna 6 pct. |
|
1662 |
over het nom. gestort kapitaal aan aandeelhouders; van het resteerende: |
|
1663 |
20 pct. oprichtersbewijzen, 5 pct. commissarissen, 75 pct aandeelhouders. |
|
1664 |
Indien het reservefonds zulks toelaat, zal de A. V. van aandeelhouders |
|
1665 |
kunnen besluiten om daaruit een zoodanig bedrag aan te wenden tot ver- |
|
1666 |
meerdering van het maatschappelijk kapitaal, dat alsdan het bedrag van |
|
1667 |
ieder aandeel groot f 320, zal worden verhoogd tot f 500 en dat van ieder |
|
1668 |
aandeel groot f 640 tot f 1000, welke verhooging op de bewijzen van aandeel |
|
1669 |
zal worden bijgestempeld. Ter verruiming der bedrijfsmiddelen stond op |
|
1670 |
24 Juni 1921 ten kantore van Marx & Co.'s Bank en Kerkhoven & Co. |
|
1671 |
de inschrijving open op f 2.500.000 7 pct. obligatiën, in stukken |
|
1672 |
van f 1000, tot den koers van 100 pct. Coupons 2 Jan. en 1 Juli. |
|
1673 |
Aflossing: jaarlijks, aangevangen 1923, worden op 1 Juli door uit- |
|
1674 |
loting in Mei 100 obligatiën à pari aflosbaar gesteld. Meerdere aflossing |
|
1675 |
toegestaan ; gedurende de jaren 1923-1927 echter slechts tegen 102} pct. |
|
1676 |
en vervolgens gedurende ieder opvolgend vijfjarig tijdperk tegen } pct. |
|
1677 |
beneden den koers van het vorige. De obligatiën verkregen 26 Aug. 1921 |
|
1678 |
officieele noteering te Amsterdam. Men zie het prospectus aan het einde |
|
1679 |
van deel II, jaarg. 1921. 6 pct. obligatieleening van 1917, |
|
1680 |
groot f 1.500.000. De inschrijving op f 1.000.000 dezer obligaties stond |
|
1681 |
4 Oct. 1917 bij meergencemde emittenten open à 100 pct., terwijl 17 Oct. |
|
1682 |
d.a.v. verkoop ter beurze plaats vond van de resteerende f 500.000 oblig. |
|
1683 |
Obligatiën groot f 1000, coupons per 1 April en 1 October. |
|
1684 |
Aflossing binnen 25 jaren, door jaarlijksche uitloting à pari van |
|
1685 |
minstens 50 obligatiën, voor het eerst op 1 April 1920. De obligatiën zijn |
|
1686 |
dooreen leverbaar met die van de 6 pct. obligatieleening 1919, |
|
1687 |
eveneens groot f 1.500.000, verdeeld in stukken van f 1000, welke 24 Nov. |
|
1688 |
1919 door dezelfde emittenten ter inschrijving werden aangeboden à 100 pct. |
|
1689 |
Coupons per 1 April en 1 Oct. Aflossing à pari bij uitloting |
|
1690 |
binnen 25 jaren, voor het eerst 1 April 1922, toen minstens 50 obligaties |
|
1691 |
afloshaar moesten worden gesteld. Deze obligatiën werden 28 Jan. 1920 |
|
1692 |
in de officieele noteering te Amsterdam opgenomen. De uitgifte der 6 pct. |
|
1693 |
leeningen geschiedde ter verruiming der bedrijfsmiddelen. Ter aflossing |