Scanned page
| Yearbook | Vol. | Seq | P.no | Type | Size | File |
|---|---|---|---|---|---|---|
| 1928 | vanoss_1928_domestic |
609 | 557 | content | 1379 × 2330 | 1928/52447 |
Blocks on this page 1
Company header
G. Bogaers & Zoon's Wollenstoffenfabrieken
Main
Page content 59
| 1828 | INDUSTRIEELE ONDERNEMINGEN. 557 |
| 1829 | Jaarcijfers 1920/21. De als gevolg van critiek op de jaarcijfers van 1920/21 |
| 1830 | opnieuw opgemaakte balans over dit boekjaar, vindt men in jaarg. 1923. De eerder |
| 1831 | ·opgemaakte balans is opgenomen in jaarg. 1922. |
| 1832 | Uit Verslag 1926/27. Het afgesloten boekjaar heeft zich gekenmerkt door een |
| 1833 | belangrijken afzet van onze producten, speciaal in die landen waar wij sinds kor- |
| 1834 | ten tijd ter plaatse fabriceeren en dientengevolge eene krachtige uitbreiding aan |
| 1835 | onze verkoopsorganisatie konden geven. De deswege getroffen maatregel, welken wij |
| 1836 | voornemens zijn geleidelijk systematisch verder door te voeren, stelt ook voor het |
| 1837 | nieuw aangevangen boekjaar gunstige resultaten in uitzicht. De Deelnemingen in |
| 1838 | Dochtermaatschappijen en Aanverwante Ondernemingen, alsmede de voorschotten |
| 1839 | in rekening-courant, vermeerderden aanzienlijk, hetwelk in onmiddellijk verband |
| 1840 | staat met de fabricatie in het buitenland en de vermeerdering der omzetten aldaar. |
| 1841 | Het aan het verslag toegevoegde „Overzicht der Belangen bij Dochtermaat- |
| 1842 | schappijen en Aanverwante Ondernemingen" geeft een duidelijk beeld van de ver- |
| 1843 | hoogde activiteit en toont aan dat, van het sinds de vorige Balans aan de buiten- |
| 1844 | landsche ondernemingen verschaft kapitaal, het grootste deel, nl. niet minder |
| 1845 | dan 2} millioen gulden, op rekening komt van de toename der Debiteuren ten |
| 1846 | gevolge van den verhoogden afzet, derhalve zuiver bedrijfskapitaal vertegen- |
| 1847 | woordigt. |
| 1848 | Ten aanzien van het belang in onze Dochterondernemingen (zie gecombi- |
| 1849 | neerd Overzicht) valt op te merken, dat geen waarde is uitgetrokken voor |
| 1850 | Goodwill en/of Patenten, voorts, dat onder Kapitaalsreserve is te verstaan de |
| 1851 | surpluswinst boven hetgeen ter verdeeling is gebracht, derhalve geen reserve tegen |
| 1852 | bekende risico's |
| 1853 | G. Bogaars & Zoon's Wollenstoffenfabrieken in liq., te |
| 1854 | Tilburg. Opgericht 7 Febr. 1920. Duur: tot 31 Dec. 1970. Do el: de |
| 1855 | voortzetting der zaken welke vanaf 1798 bestaan en sedert 1832 zijn gedreven |
| 1856 | onder de fa. G. Bogaers & Zn. en ten doel hebbende het fabriceeren van |
| 1857 | wollen en. andere stoffen, het handel drijven daarin en alles wat met een |
| 1858 | en ander in den ruimsten zin in verband staat. De fabriek te Tilburg |
| 1859 | beslaat een oppervlakte van 7800 M2. De venn. vindt haar afzet zoo- |
| 1860 | wel in binnen- als buitenland; de firma leverde reeds ruim een eeuw aan |
| 1861 | ·den Staat der Nederlanden. Kapitaal: geautoriseerd f 2.000.000, ver- |
| 1862 | deeld in f 500.000 gewone aand. A, geheel geplaatst, f 500.000 gewone aand. |
| 1863 | B, waarvan geplaatst f 200.000 en f 1.000.000 Cum. pref. winstdee- |
| 1864 | lende aandeelen serie C., waarvan geplaatst f 700.000. Aandeelen |
| 1865 | alle groot f 1000. Op deze aandeelen was 20 Sept. 1927 |
| 1866 | bij de A. B. te Amsterdam en Tilburg een liquida- |
| 1867 | tieuitkeering groot f 12.85 betaalbaar tegen inlevering der |
| 1868 | stukken met talons en dividendbew. Er staan 100 oprichtersbew. |
| 1869 | aan toonder uit, aflosbaar à f 1000 per stuk. Winstverdeeling: |
| 1870 | eerst 7 pct. cumulatief op de cum. pref. winstd. aand., daarna tot 7 pct. op |
| 1871 | de gewone aand .; van het restant: directie 12 pct., wanneer er één direc- |
| 1872 | teur en 20 pct. wanneer er twee directeuren zijn; 2} pct. aan elken commis- |
| 1873 | saris met een max. van 10 pct. voor hen te zamen; 2} pct. extra aan den |
| 1874 | gedel. commissaris, wanneer deze benoemd is, 10 pct. aan het reservefonds, |
| 1875 | f30 voor elk opr.bew., terwijl zoo mogelijk f 7000 moet worden bestem'd |
| 1876 | voor intrekking van oprichtersbewijzen; het resteerende komt aan aan- |
| 1877 | deelhouders met dien verstande 'dat een gewoon aandeel hiervan tienmaal |
| 1878 | zooveel ontvangt als een preferent; de preferente aandeelen zullen uit dit |
| 1879 | restant nooit meer dan 3 pct. ontvangen. Dividend (uitkeering aan |
| 1880 | firma-leden 1909-1913 resp .: 9, 7.3, 19, 26 en 23 pct.), id. der N.V .: ge w. |
| 1881 | a and. 1920: 11 pct .; sedert: nihil; cum. pref. winstd. aand. |
| 1882 | (op basis van 7.4 pct. voor een vol jaar) 7 mnd. 1920: 4.483 pct. (no. 1); |
| 1883 | sedert: nihil, zoodat ulto 1926 42 pct. dividend geaccumuleerd was. De |
| 1884 | eerste publieke emissie van aandeelen had plaats, toen op 21 Mei 1920 bij |
| 1885 | de Amsterdamsche Bank de inschrijving openstond op f 700.000 cu m. |
| 1886 | pref winstd. aandeelen C à 100 pct. inclusief 1712 primair |