|
2573 |
570 INDUSTRIEELE ONDERNEMINGEN. |
|
2574 |
f 200.000 geplaatst werd. Door de emissies van 1919 en 1920 steeg het |
|
2575 |
geplaatst gewoon kapitaal tot f 2.500.000 en het cum. pref. kapitaal tot |
|
2576 |
f 1.500.000. Ter afboeking van het verlies per ulto 1923 werd 17 April 1924 |
|
2577 |
besloten 90 pct. of f 2.250.000 op het gewone kapitaal af te schrijven en |
|
2578 |
het cumulatierecht der cum. pref. aandeelen na 1 Juli 1924 op te heffen. |
|
2579 |
Het kapitaal bedraagt dus thans f 250.000 in gewone aandeelen |
|
2580 |
van / 1000 op f 100 afgestempeld en f 1.500.000 preferente |
|
2581 |
aandeelen groot f 1000. Beide soorten aandeelen verkregen 2 Juni |
|
2582 |
1920 officieele noteering en zijn sedert 28 Oct. 1924 slechts leverbaar mits |
|
2583 |
voorzien van de stempels vermeldende resp. de terugbrenging tot f 100 en de |
|
2584 |
opheffing van de cumulatie. De afstempeling kon tot 1 Jan. 1925 ge- |
|
2585 |
schieden. Een regeling tot bijboeking van de afschrijving uit latere |
|
2586 |
winsten blijkt uit de hierna vermelde winstverdeeling. Winstverdee- |
|
2587 |
ling: na aftrek van winstaandeel aan directeuren wordt eerst aange- |
|
2588 |
zuiverd het achterstallig dividend ad 6 pct. over 1921, 1922, 1923 en |
|
2589 |
de eerste helft van 1924 van de vroegere cumulatief preferente aan- |
|
2590 |
deelen, in totaal f 315.000 bedragend. Wanneer dit in eenig jaar geheel |
|
2591 |
mocht zijn aangezuiverd is de verdeeling als volgt: eerst 6 pct. aan de |
|
2592 |
preferente aandeelhouders, daarna f 10 op elk gewoon aandeel. Vervol- |
|
2593 |
gens wordt voor zoover mogelijk en zoolang de hierna te noemen reserve |
|
2594 |
bestaat en minder bedraagt dan f 2.250.000, een bedrag van f 50 per ge- |
|
2595 |
woon aandeel gestort in een „reserve gewone aandeelen". De venn. mag |
|
2596 |
deze reserve als bedrijfskapitaal gebruiken en vergoedt daarover, zoolang |
|
2597 |
deze reserve bestaat en minder bedraagt dan f 2.250.000, 6 pct. per jaar, |
|
2598 |
waarmede de reserve wordt vergroot. Zoodra en zoolang de reserve met |
|
2599 |
inbegrip der gekweekte rente het bedrag van f 2.250.000 heeft bereikt, zal |
|
2600 |
de alg. verg. van aandeelhouders kunnen besluiten, dat op ieder gewoon |
|
2601 |
aandeel f 900 zal worden bijgeschreven, zoodat de gewone aandeelen dan |
|
2602 |
wederom f 1000 per stuk zullen bedragen. Deze reserve zal daarmede |
|
2603 |
ophouden te bestaan. Alsdan zal het primaire dividend voor de prefe- |
|
2604 |
rente aandeelen van 6 op 7 pct. worden verhoogd. Deze reserve kan zoo- |
|
2605 |
lang zij bestaat gebruikt worden voor afschrijving van verliezen, nadat |
|
2606 |
het reservefonds geheel is verbruikt. De dividendbelasting, eventueel |
|
2607 |
over de uitkeering der „reserve gewone aandeelen" verschuldigd en de |
|
2608 |
registratierechten eventueel over het op de aandeelen bijgeschreven bedrag |
|
2609 |
te betalen, resp. de voor bedoelde belastingen in de plaats tredende hef |
|
2610 |
fingen, komen ten laste der venn. Zoodra en zoolang de genoemde reserve |
|
2611 |
met inbegrip der gekweekte rente het bedrag van f 2.250.000 zal hebben |
|
2612 |
bereikt, zal aan de houders van gewone aandeelen in plaats van f 10 |
|
2613 |
per stuk, als hiervoren omschreven, voorzoover mogelijk worden uitge- |
|
2614 |
keerd f 60 per stuk. Van het resteerende wordt 15 pct. gestort in het |
|
2615 |
reservefonds. Van het daarna overblijvende komt 7} pct. aan Commissa- |
|
2616 |
rissen en 92} pct. aan houders van gewone en pref. aandeelen, met dien |
|
2617 |
verstande, dat op ieder pref. aandeel § zal worden uitgekeerd van hetgeen |
|
2618 |
een gewoon aandeel uit dien hoofde zal ontvangen. De vergadering van |
|
2619 |
gewone aandeelhouders kan besluiten het laatstgenoemde winstaandeel |
|
2620 |
der gewone aand., te storten in de reserve gewone aand. Dividenden v e r- |
|
2621 |
jaren na 5 jaar. Dividend cum. pref. aand. 1917-1920: 8, 8, 9 |
|
2622 |
en 6 pct. (no. 4); sedert nihil; achterstallig dividend sedert 1 Juli |
|
2623 |
1924: 21 pct .; dividend gewone aand. 1917-1920: 8 (over |
|
2624 |
3 mnd.), 95 (incl. 50 pct. in aand.), 14 en 6 pct. (no. 7, 1 Juli 1921) ; sedert |