|
3019 |
578 INDUSTRIEELE ONDERNEMINGEN. |
|
3020 |
liessaldo tot f 1.890.466 steeg. Dit verlies werd gedekt door a f schrij- |
|
3021 |
ving van 80 pct. op de toen geplaatste f 2.365.000 gew. aandeelen. Tot |
|
3022 |
deze afschrijving werd 29 Juli 1925 besloten. In verband 'daarmede konden |
|
3023 |
die aandeelen vanaf 8 October 1925 ten kantore der vennootschap in |
|
3024 |
gewone aandeelen van f 200 worden verwisseld. Het kapitaal bedraagt |
|
3025 |
thans geautoriseerd f 10.000.000 waarvan geplaatst f 2.015.000, n.l. 2400 |
|
3026 |
gewone aandeelen 1e serie, groot f 200 afgegeven voor de |
|
3027 |
vroeger uitstaande 2365 aandeelen van f 1000, behoudens 35 nieuw uitge- |
|
3028 |
geven aandeelen elk van f 200, 1510 gewone aandeelen 2e serie, |
|
3029 |
groot f 1000 en 25 pref. aandeelen. De 1510 aandeelen 2e serie, benevens |
|
3030 |
de 35 aandeelen le serie, werden na de kapitaalsreductie geplaatst met de |
|
3031 |
steun van de Ned. Handel Mpij. en een 42-tal cultuurmpijen. en verkregen |
|
3032 |
20 Nov. 1925 dooreenleverbaarheid met de aand. der le serie. Het bestuur |
|
3033 |
werd met eenige commissarissen uit Indische cultuurkringen uitgebreid. |
|
3034 |
Het voor de reductie geplaatst kapitaal steeg van f 150.000 in 1910 tot |
|
3035 |
f 2.365.000 gewone- en f 25.000 preferente aandeelen in 1922, welke laatste |
|
3036 |
werden uitgegeven teneinde het nationaal karakter der Venn. te handhaven. |
|
3037 |
Voor publieke emissies zie men hieronder. Er waren uitgegeven 90 o p- |
|
3038 |
richtersaand. en 30 winstbewijzen, welke uit de winst van 1918 |
|
3039 |
overeenkomstig de statuten in 1919 werden afgelost met f 1000 per stuk. |
|
3040 |
Winstverdeeling: Na afschrijvingen, reserves en gratificatiën aan |
|
3041 |
beambten en werklieden eerst 5 pct. aan pref., daarna 5 pct. aan gewone |
|
3042 |
aandeelhouders, van hetgeen overblijft: 70 pct. aan gewone aan- |
|
3043 |
deelhouders, 15 pct. aan de directie en 15 pct. aan commissarissen. Divi- |
|
3044 |
denden verjaren na 5 jaar. Dividenden gewone aan- |
|
3045 |
deelen 1911-1920: 4, 4, 5, 5, 5}, 6}, 8, 91, 9} en 7 pct .; 1921: 6 pct. |
|
3046 |
(no. 12, 27 Mei 1922); sedert: nihil. Dividend preferente aan- |
|
3047 |
deelen 1917-1921: telkens 5 pct. (no. 5); sedert: nihil. Dividen- |
|
3048 |
den oprichtersaandeelen 1915-1918: f 7.57, f 30.30, f 60.60 |
|
3049 |
en f 98.58 (no. 4). Dividenden winstbewijzen 1915- |
|
3050 |
1918: f 11.36, f 45.45, f 90.90 en f 147.88 (no. 4). Nadat in 1916 f 25.000 |
|
3051 |
preferente aandeelen en f 125.000 gewone aandeelen toen groot |
|
3052 |
f 1000, onderhands geplaatst waren, werden laatstgenoemde op 8 Januari |
|
3053 |
1917 door de H.H. Brom & Co. in opdracht der H.H. Oyens & Zo- |
|
3054 |
nen, ter beurze van Amsterdam geïntroduceerd en stond bij laatstgenoemde |
|
3055 |
firma de inschrijving op de nieuwe ter beschikking gestelde f 125.000 aan- |
|
3056 |
deelen open tot den koers van 106 pct. incl. div. 1916, hierna waren |
|
3057 |
f 1.000 000 gewone aandeelen geplaatst. Volgens besluit van de Algemeene |
|
3058 |
Vergadering van Aandeelhouders van 24 Maart 1919 werden nog f 116.000 |
|
3059 |
gewone aandeelen uitgegeven door omwisseling daartegen van oprichters- |
|
3060 |
aandeelen en winstbewijzen. Verder werden i n 1919 85 aandeelen stuk voor |
|
3061 |
stuk uitgegeven tegen aandeelen N.V. „Volharding". Op 23 October 1919 |
|
3062 |
stond daarna de inschrijving open bij de Nederlandsche Handel Mpij., de |
|
3063 |
Rotterd. Bankvereeniging en H. Oyens & Zonen op f 1.116.000 gewone |
|
3064 |
aand. tot den koers van 115 pct. (incl. div. 1919). Voorkeur: 1 : 1 (no. 9). |
|
3065 |
Voor het prospectus zie men aan het einde van deel I, jaarg. 1920. In 1920 |
|
3066 |
en 1921 werden nog resp. 31 en 17 aandeelen ter uitbreiding van belangen |
|
3067 |
uitgegeven. De aand. worden te A'dam sedert 27 Jan. 1917 officieel geno- |
|
3068 |
teerd ; tot 2 Nov. 1925 in coupures van f 1000 en sedert in stukken van f 200 |
|
3069 |
en f 1000. Met het oog op de geldbehoeften bij de uitbreiding der dochter- |
|
3070 |
ondernem. te Weesp en Soerabaia werd een 7 pct. oblig.leening gecreëerd. |