|
4100 |
INDUSTRIEELE ONDERNEMINGEN. 597 |
|
4101 |
voorraden in. De nieuwe vennootschap heeft de fabrieken van de op- |
|
4102 |
richtende maatschappijen in huur. „De Cacao-Unie" werd ech- |
|
4103 |
ter op 19 Nov. 1923 failliet verklaard. Een addi- |
|
4104 |
tioneele bron van inkomsten werd in het leven geroepen door de oprichting |
|
4105 |
van de Exploitatie Maatschappij voor Eiwit-Produc- |
|
4106 |
ten (de E. P. genoemd). Het kapitaal der E. P. was aanvankelijk groot |
|
4107 |
f 500.000, waarvan f 225.000 geplaatst en volgestort, werd echter 10 Dec. |
|
4108 |
1925 met 90 pct. gereduceerd. De exploitatie der E. P. is geba- |
|
4109 |
seerd op een sedert eenige jaren beproefde uitvinding, welke het mo- |
|
4110 |
gelijk maakt uit eiwithoudende grondstoffen op voordeelige wijze plant- |
|
4111 |
aardig eiwit te winnen. De E. P. vervaardigt voedingsmiddelen met hooge |
|
4112 |
voedingswaarde en gepast eiwitgehalte en maakt daarbij gebruik van bo- |
|
4113 |
vengenoemd procédé. In het verslag over 1920 wordt medegedeeld dat een |
|
4114 |
regeling met buitenlandsche geïnteresseerden |
|
4115 |
omtrent de E. P. nog niet tot stand kwam en men hierover dus |
|
4116 |
nog doende is. Over de E. P. wordt in de verslagen na 1920 geen woord |
|
4117 |
gerept; het is derhalve niet mogelijk na te gaan, in hoeverre het over- |
|
4118 |
wegend belang dat de maatschappij bij de oprichting had, is ge- |
|
4119 |
wijzigd. Kapitaal, geautoriseerd thans f 100.650, verdeeld in 1000 |
|
4120 |
6} pet. cumulatief preferente winstdeelende aandeelen, groot f 100 en |
|
4121 |
650 gewone aandeelen, groot f 1 .-. Aanvankelijk waren zoowel de gewone |
|
4122 |
als de preferente aandeelen groot f 1000. Van beide soorten was sedert |
|
4123 |
1919 tot in 1921 f 650.000 geplaatst. In verband met verliezen werden in |
|
4124 |
1921 de gewone aandeelen op f 100 teruggebracht en in 1924 de gewone |
|
4125 |
verder tot f1 .- en de preferente tot f 100 gereduceerd. Van de prefe- |
|
4126 |
rente en gewone aandeelen (ad f 1000) werden bij de oprichting respec- |
|
4127 |
tievelijk f 48.000 en f 250.000 geplaatst, welke bedragen op ult. 1917 tot |
|
4128 |
respectievelijk f 393.000 en f 250.000 gestegen waren. Sedert zijn nog resp. |
|
4129 |
f: 42.000 en f 30.000 geplaatst, terwijl in Oct. 1918 bij publieke emissie |
|
4130 |
f 65.000 pref. en f 220.000 gewone aandeelen plaatsing vonden en eindelijk |
|
4131 |
in Juli 1919 f 150.000 en f 100.000 aandeelen werden uitgegeven. In 1919 |
|
4132 |
werden nog f 50.000 gew. aand. ondershands geplaatst. Winstverdee- |
|
4133 |
ling: Na afschrijvingen eerst 6} pct. cum. aan houders van pref. aand., |
|
4134 |
Daarna 6 pct. aan houders van gewone aandeelen. Van de overwinst |
|
4135 |
komt: 15 pct. aan gezamenlijke houders van cumulatief preferente aan- |
|
4136 |
deelen; 40 pct. aan gezamenlijke houders van gewone aandeelen; 20 pct. |
|
4137 |
aan directeuren ; 15 pct. aan commissarissen; 10 pct. aan het reservefonds. |
|
4138 |
Dividenden verjaren na 3 jaar. Dividend pref. aandee- |
|
4139 |
len 1915-1918: 7.6, 6.9, 7, 7 (no. 4). Dividend gewone aand. |
|
4140 |
1915-1918: 8, 7, 8 en 8 pct. (no. 4). Sedert werd geen dividend |
|
4141 |
uitgekeerd. Verlies 1921: f 244.401.87}, verlies 1920: f 571.109.66. Op 24 |
|
4142 |
October 1918 stond bij de H.H. Arnold Gilissen & Co. te Amsterdam de |
|
4143 |
inschrijving open op f 65.000 62 pct. cumulatief preferente |
|
4144 |
winstdeelende aandeelen, groot f 1000, tot den koers van |
|
4145 |
100 pct. en op f 220.000 gewone aandeelen, groot f 1000 tot |
|
4146 |
den koers van 105 pct. Voorts stond bij dezelfde emittente op 30 Juli |
|
4147 |
1919 de inschrijving open op resp. f 150.000 en f 100.000, tot koersen van |
|
4148 |
resp. 100 en 105 pct., incl. div. 1919. De aandeelen verkregen op 4 Juni |
|
4149 |
1919 officieele noteering te Amsterdam. Men zie het prospectus aan het |
|
4150 |
einde van deel I, jaarg. 1920. De noteering der aandeelen |
|
4151 |
was bij het sluiten der redactie nog niet gewijzigd |