|
8009 |
664 INDUSTRIEELE ONDERNEMINGEN. |
|
8010 |
van 10 : 1. Zoodra en zoolang het reservefonds 20 pct. van het uitgegeven |
|
8011 |
kapitaal bedraagt, vervalt de dotatie aan aandeelhouders. Dividend |
|
8012 |
1917-1919: 9, 9 en 10 pct. (no. 5, 20 Mei 1920); 1920: nihil. Nadat f 250.000 |
|
8013 |
aandeelen geplaatst waren, stond op 21 December 1917 bij het |
|
8014 |
Effectenkantoor Bouvy & Co. te Nijmegen, van der Feltz, Tresling & |
|
8015 |
Co. te Arnhem en E. van Meer's Effectenkantoor te Amsterdam, de in- |
|
8016 |
schrijving open op f 250.000 aandeelen, groot f 500, tot den koers van |
|
8017 |
100 pct. excl. div. 1917. Op 11 Juli 1919 stond bij de kantoren der Bank- |
|
8018 |
Associatie een verdere inschrijving open op f 500.000 aandeelen tot den |
|
8019 |
koers van 115 pct. (incl. + div. 1919). Voorkeur 1 : 1, no. 4. De officieele |
|
8020 |
noteering werd op 25 April 1918 verkregen. Op 13 October 1920 stond bij |
|
8021 |
dezelfde Bank de inschrijving open op f 600.000 8 pct. cum. pref. |
|
8022 |
winstd. aandeelen in stukken van f 500, tegen den koers |
|
8023 |
van 106 pct. (incl. ¿ div. 1920), waarvan reeds nom. f 200.000 aandeelen |
|
8024 |
onderhands waren geplaatst. Deze laatste mededeeling in het prospectus |
|
8025 |
werd later tegengesproken. Van de f 600.000 pref. aandeelen werd slechts |
|
8026 |
f 328.500 geplaatst. (Red.) Het prospectus vindt men aan het einde van |
|
8027 |
deel I, jaarg. 1921. Directie: H .G. A. van Aarsen, C. E. van Gelder |
|
8028 |
en W. Ouweleen. Commissarissen: Joh. J. B. J. Bouvy en |
|
8029 |
C. G. Harrenstein. |
|
8030 |
Likwidatieadres: Bank-Associatie, Keizersgracht 277, Amsterdam. |
|
8031 |
Koersen 1918: 115-98; 1919: 1412-1054; 1920: 128-104; 1921: 95-46; 1922-1926: geen koers. |
|
8032 |
Goed. Kas Deeln. On- Af- |
|
8033 |
Kapi- Reserve- Onr. en en bij Debi- Credi- Bruto kos- schrij- Saldo |
|
8034 |
taal fonds goed. grondst. bank derden teur. teur. winst ten vingen winst |
|
8035 |
1917 250.000 3.218 174.300 151.426 2.643 - 128.781 333.096 331.048 59.107 19.5341) 25.740 |
|
8036 |
1918 500.000 10.718 261.400 460.784 8.231 132.563 103.426 163.437 146.748 50.542 28.646 60.000 |
|
8037 |
1919 1.200.000 99.020 266.000 596.433 1.318 285.000 466.082 48.302 326.368 130.765 74.104 119 000 |
|
8038 |
1920 1.497.0002 - 293.663 556.236 178.260 285.000 254.494 1.328.597 868.259 317.820 38.5352V260.514 |
|
8039 |
1) Bovendien f 169.321 op grondstoffen. 2) Waarvan f 328.500 8 pct. cum pref. |
|
8040 |
aandeelen. 3) Exclusief f 828.059 afgeschreven op grondstoffen. |
|
8041 |
Jaarcijfers na 1920. Na het verslag over 1920 bereikten ons geen nieuwe |
|
8042 |
jaarcijfers. De balansen per 31 Dec. 1920 en 1919 publiceerden wij in deel I, 1923. Red. |
|
8043 |
Verliezen. Liquidatie. Op de algemeene vergadering van 7 Juli 1922 werd |
|
8044 |
door den voorzitter medegedeeld dat door de accountants Th. en L. Lim- |
|
8045 |
perg in hunne uitgebrachte uitvoerige rapporten de financieele positie van |
|
8046 |
de mpij. buitengewoon slecht genoemd wordt en zij het verlies per 16 November j.l. |
|
8047 |
becijferen op circa f 1.415.000 waarbij echter nog rekening moet worden gehouden, |
|
8048 |
dat in dit cijfer niet begrepen zijn verschillende verliezen, waarvan het bestaan |
|
8049 |
niet twijfelachtig is, doch welke voorloopig niet onder cijfers te brengen zijn. |
|
8050 |
De conclusie dezer accountants is dus, dat het verlies het totaal van het werkelijk |
|
8051 |
geplaatste aandeelenkapitaal en de reserves belangrijk overtreft, zoodat niet alleen |
|
8052 |
de aandeelen als waardeloos moeten worden beschouwd, doch ook de crediteuren |
|
8053 |
zich groote verliezen zullen moeten getroosten. Op deze vergadering kwam tevens |
|
8054 |
de terugkoop van f 31.500 gewone aandeelen en de valsche voorstelling betreffende |
|
8055 |
plaatsing van aandeelen in het prospectus van October 1920 ter sprake (zie groote |
|
8056 |
letter). Ter vergadering bleek verder dat het accountantskantoor Limperg een |
|
8057 |
andere balans per 31 December 1920 had opgesteld. Daarom werd over de balans |
|
8058 |
niet gediscussieerd en besloten het verslag af te wachten van een commissie van |
|
8059 |
aandeelhouders, welke na bestudeering van het accountantsrapport aandeelhouders |
|
8060 |
volledig zou inlichten, niet alleen wat de cijfers aangaat van de balans en verlies- |
|
8061 |
en winstrekening, maar tevens over het gevoerde beheer. In bovenbedoelde com- |
|
8062 |
miseie werden benoemd de H.H. Mr. de Jong, Van der Poel & Van der Griendt. |
|
8063 |
Deze commissie bracht 23 Januari 1923 een rapport uit waarin zij zich neer- |
|
8064 |
legde bij het accountantsonderzoek der firma Limperg, waaruit bleek dat het |
|
8065 |
verlies der mpij. nog belangrijk grooter was dan het vroeger meegedeelde bedrag |
|
8066 |
ad f 1.415.000 en dat zelfs de crediteuren nog ongeveer f 400.000 verlies zouden moeten |
|
8067 |
lijden en er bij liquidatie niets voor aandeelhouders over- |
|
8068 |
blijft. Van kwade trouw was de commissie niets gebleken. Van een actie tegen |
|
8069 |
het bestuur waarvan een gunstig resultaat alleen crediteuren ten goede zou komen, |
|
8070 |
verwachtte de commissie geen succes. Het rapport werd voor kennisgeving aange- |
|
8071 |
nomen. Op 7 Februari 1923 werd in een buitengewone vergadering het voorstel tot |