|
26897 |
986 MIJNBOUW-MAATSCHAPPIJEN. |
|
26898 |
ontginning en verwerking van delfstoffen (in hoofdzaak tinerts) op |
|
26899 |
het eiland Billiton en den handel in' de daaruit verkregen producten, |
|
26900 |
doch sedert 1924: het mede oprichten en 'deelnemen in na te noemen |
|
26901 |
Gemeensch. Mijnbouwmpij. Billiton, bovendien het zelfstandig uitoefenen |
|
26902 |
van het mijnbedrijf, deelnemen in en beheer voeren over mijnbouw- |
|
26903 |
maatschappijen, alles in den ruimsten zin 'des woords. Aangezien de con- |
|
26904 |
cessie der maatschappij op 30 April 1927 zou afloopen en pogingen tot |
|
26905 |
verlenging, in 1917 aangewend, vruchteloos bleven, werd 20 April 1920 de |
|
26906 |
Mijnbouw Mpij. „Stannum" opgericht. Door deze mpij. meende het bestuur |
|
26907 |
der Billiton-Mpij. de voordeelen van hare krachtige organisatie en hare |
|
26908 |
belangrijke relaties te kunnen behouden. Aandeelhouders der Billiton |
|
26909 |
Mpij. hadden bij de oprichting der „Stannum" voorkeur bij inschrijving |
|
26910 |
op de toen uitgegeven f 500.000 aandeelen. Begin 1923 werd echter de moge- |
|
26911 |
lijkheid geopend om na 1927 t o c h het bedrijf voort te zetten en wel door |
|
26912 |
oprichting van een gemengd bedrijf met Nederlandsch-Indië, onder den |
|
26913 |
naam: „Gemeenschappelijke Mijnbouwmpij. Billiton“. Het desbetreffende |
|
26914 |
wetsontwerp, hetwelk in extenso is opgenomen in deel I, 1925, pag. 62 der |
|
26915 |
prospectussen, werd aangenomen door den Volksraad op 14 Mei 1923, door |
|
26916 |
de 2e Kamer op 25 Maart 1924 en door de le Kamer op 23 April 1924. |
|
26917 |
Behalve haar aandeel in genoemd gemengd bedrijf, verkreeg de mpij. in |
|
26918 |
1925 nagenoeg het geheele tot nom. f 1.000.000 verhoogde kapitaal der door |
|
26919 |
haar opgerichte Mijnbouw mpij. „Stannum", die in 1926 een proefbedrijf |
|
26920 |
voor tinwinning begon bij Bangkinang, Westk. Sum. Men berekende de |
|
26921 |
aanwezigheid aldaar van ± 20.000 picols tin, in economisch winbaar erts. |
|
26922 |
„Stannum” heeft nog 7 exploratievergunningen in Djambi en heeft meer- |
|
26923 |
dere dergelijke vergunningen aangevraagd. „Stannum" leed t/m. 1927 een |
|
26924 |
verlies ad f 988.291.77. Een gelijk bedrag werd haar door de Billiton Mij. |
|
26925 |
voorgeschoten en zal aan deze uit winsten vóór andere uitkeering terug te |
|
26926 |
betalen zijn. Plannen worden onderzocht om de Billiton Mij. op |
|
26927 |
de voordeeligste manier belang te doen nemen bij de tinwinning |
|
26928 |
op Siam, in Afrika en in Bolivia. De Billiton-Maatschappij zal zoo- |
|
26929 |
lang zij directrice der Gemeensch. Mijnbouw-Mpij. is, behalve door de |
|
26930 |
„Stannum:”, direct of indirect geen nieuwe tinontginningen in Ned .- Indië |
|
26931 |
entameeren dan na overleg met den Raad van Beheer der G. M. B. De derde |
|
26932 |
ondern. waarbij de Billiton Mij. als holding cy. belang heeft, is het 27 April |
|
26933 |
1925 opgerichte Bauxiet syndicaat, waarin zij voor de helft en de „,Oost-Bor- |
|
26934 |
neo" en „Aequator” Mijnb.mijen. elk voor } belang hebben. Zie verder bij |
|
26935 |
„Aequator” elders in dit deel. De vierde dochtermpij , de N.V. Ned. Ind. |
|
26936 |
Tinsmelterij Syndicaat, waarin door de G. M. B. voor } en door 'de Billi- |
|
26937 |
ton-Mpij. voor } van het geplaatst kapitaal ad f 150.000 (met 10 pct. storting) |
|
26938 |
is deelgenomen, werd 22 Juni 1926 opgericht. Doel: onderzoek naar 'de mo- |
|
26939 |
gelijkheid van oprichting eener centrale tinsmelterij in Ned. Indië. De vijfde |
|
26940 |
dochtermpij. de Ned. Ind. Tin Exploitatie Mpij., werd 8 Oct. 1926 opgericht |
|
26941 |
met f 4.000.000 geplaatst kapitaal, waarop 10 pct. gestort. Hierin werd door |
|
26942 |
de G. M. B. en de Billiton-Mpij. elk voor de helft deelgenomen. Doel: mijn- |
|
26943 |
bouw en alles wat daarmede verband houdt. Nederl .- Indie ontvangt voor |
|
26944 |
inbreng der exploratierapporten een winstaandeel dat gelijk is aan de winst |
|
26945 |
welke op f 750.000 aandeelen wordt uitgekeerd. De mpij. verkreeg con- |
|
26946 |
cessies voor de eilanden Karimoen en Koendoer en opende in 1928/29 eenige |
|
26947 |
kleine ontginningen. De zesde dochtermpij. is de Mijnbouw Mpij. „Mer- |
|
26948 |
cuur" waarvan de Billiton Mij. en de Oost Borneo Mij. elk de helft of |