|
42515 |
1250 SCHEEPVAART-MAATSCHAPPIJEN. |
|
42516 |
reizigers le klasse is bepaald op 10 pct. boven het tarief van landsreizigers en voor de |
|
42517 |
20, 3e en 4e klasse resp. 60, 30 en 12} pct. van de le klasee. Boven 1200 mijlen mag |
|
42518 |
niet meer worden berekend dan voor landreizigers. De prijs hoeft echter niet be- |
|
42519 |
neden die voor 1200 mijlen te worden gesteld. Het maximum voor particuliere goe- |
|
42520 |
deren over 1-600 mijlen is 50 pct., boven 600 tot 1200 mijlen 25 pct. hooger dan het |
|
42521 |
lands-goederentarief en boven 1200 mijlen niet hooger dan het landegoederentarief. |
|
42522 |
Bij afstanden boven resp. 600 en 1200 behoeft de vracht niet beneden het max. |
|
42523 |
particulier tarief voor resp. 600 en 1200 mijlen te worden gesteld. Buiten de over- |
|
42524 |
eenkomet valt o.a. het vervoer van landegoederen zwaarder dan 16.000 K.G. per |
|
42525 |
colli en langer dan 36 M., de massale voortbrengselen van landeondernemingen |
|
42526 |
als tin, zout, steenkolen etc. en het vervoer van goederen voor de Staatsspoor- en |
|
42527 |
tramwegen. |
|
42528 |
Verhield zich in 1890 het vervoer van landsgoederen tot dat van par- |
|
42529 |
ticuliere goederen ongeveer als 1 tot 8, einde 1915 bedroeg deze verhouding |
|
42530 |
ongeveer 1 tot 22. Latere gegevens hieromtrent ontbreken. |
|
42531 |
Tusschen de mpij. en het Indische Gouvernement bestaat nog een |
|
42532 |
zoutvervoercontract dat ultimo 1924 afliep doch tot ultimo 1930 tegen |
|
42533 |
dezelfde vrachten is verlengd; verder een steenkolenvervoercontract tot |
|
42534 |
uito 1930 en een Banka-vervoercontract. |
|
42535 |
Kapitaal thans f 50.000.000, waarvan f 30.000.000 uitgegeven; het werd |
|
42536 |
in 1907 gebracht van f 12.000.000 op f 15.000.000, in 1912 op f 25.000.000 |
|
42537 |
en in 1920 op f 50.000.000, verdeeld in 46 seriën, de le groot f 4.000.000, |
|
42538 |
waarvan op f 3.250.000 (f 750.000 was reeds geplaatst) de inschrij- |
|
42539 |
ving werd opengesteld den 19 September 1886, tot den koers van 100 pct .; |
|
42540 |
de 2e groot f 2.000.000, de overige 44 seriën elk groot f 1.000.000; er zijn |
|
42541 |
26 seriën geplaatst, te zamen f 30.000.000, waarvan de 7e tot en met de 26e |
|
42542 |
zijn overgegaan aan de Ned. Scheepvaart Unie (in totaal f 21.824.000), |
|
42543 |
welk bedrag door verwisseling in 1919/20 nog met f 5000 steeg, zoodat de |
|
42544 |
Unie thans f 21.829.000 aandeelen K. P. M. houdt. Men zie voor data |
|
42545 |
en plaatsingsvoorwaarden verder bij de N. S. U. De K. P. M. heeft voor |
|
42546 |
f 3.000.000 deelgenomen in het kapitaal van f 50.000.000 der Ver. Ned. Scheep- |
|
42547 |
vaart Maatschappij en heeft op deze deelname 45 pct. gestort. (Voor |
|
42548 |
de Vereen. Nederl. Scheepvaart Mpij. zie men elders in dit deel). In 1928 |
|
42549 |
nam de K. P. M. f 500.000 aand. met 15 pct. storting der Ned .- Ind. Lucht- |
|
42550 |
vaart Mij. Er zijn 1600 b e wijzen van winstaand. uitgegeven. Aan- |
|
42551 |
deelen groot f 1000 aan toonder. Zij waren eerst voorzien van coupons |
|
42552 |
verschijnende 1 Januari 1889-1891, betaalbaar met 4 pct. per jaar; sedert |
|
42553 |
genieten zij gewone dividenden. Winstverdeeling: eerst 6 pct. |
|
42554 |
aan de aandeelhouders en van de overwinst 10 pct. aan het reservefonds, |
|
42555 |
totdat dit 10 pct. van het geplaatst kapitaal bereikt heeft; van het |
|
42556 |
restant 15 pct. aan den raad van bestuur en den directeur in Nederland te |
|
42557 |
zamen, 5 pct. aan den pres .- directeur in N .- Indië, 5 pct. ten behoeve van het |
|
42558 |
personeel, 20 pct. aan de houders van bewijzen van winstaandeel en 55 pct. |
|
42559 |
aan de aandeelhouders. Dividenden 1891-1920: 0, 2, 7, 9, 7}, 10, 9, 94, |
|
42560 |
84, 10, 10, 8, 7, 7, 9, 93, 83, 84, 6, 10, 9, 9, 9, 5, 10, 12, 15, 17, 14 en 8 pct .; |
|
42561 |
1921-1927: 2}, 7, 84, 10, 12, 13 en 14 pct. (no. 39, 16 Juni 1928). Bew. no. 8, |
|
42562 |
10 en 12 waren claims bij emissie van aand. Uitkeering op 1600 |
|
42563 |
bewijzenvan winstaand. 1893-1920, in guldens: 13.60, 40.90, 20.50, |
|
42564 |
54.50, 40.90, 51.15, 39.80, 63.60, 72.75, 45.45, 22.75, 22.70, 68.20, 79.55, 56.80, |
|
42565 |
62.50, 0, 109.10, 95.45, 109.10, 109.10, 0, 172.70, 259.10, 388.65, 503.35, 360.30 en |
|
42566 |
f 90.90; 1921-1927: 0, f 68.20, 170.45, 272.70, 409.10, 477.30 en f 545.45 (no. 32). |
|
42567 |
4 pcts. obligatiën van 1908/13. Op 10 April 1908 was ten kantore |
|
42568 |
der Mij. tot den koers van 993 pct. de inschrijving opengesteld op f 1.000.000 |
|
42569 |
4 pct. obligatiën, nos. 2001-3000, zijnde het restant eener leening van 1903, |
|
42570 |
groot geautoriseerd f 3.000.000 en waarvan toen f 2.000.000 (nos. 1-2000) |