|
4759 |
INDUSTRIEELE ONDERNEMINGEN. 603. |
|
4760 |
waarvoor was betaald f 224.626.25, was ulto 1927 door kapitaalsreductie tot |
|
4761 |
Kr. 41.000 (van de Kr. 50.000) teruggebracht. De in 1924 en 1925 opgerichte |
|
4762 |
A. B. Svenska Gerofabriken en de A. S. Norske Gero- |
|
4763 |
fabriken (verkoopmpijen.) leden in 1927 eveneens verliezen, als gevolg |
|
4764 |
waarvan de Noorsche zaak werd geliquideerd. Bij algeheele liquidatie der |
|
4765 |
Deensche zaak zal volgens verslag 1927 nog ca. f 250.000 verlies ten laste der |
|
4766 |
Gerofabriek komen. Omtrent goedkeuring van de balans etc. per 30 Juni |
|
4767 |
1921, oneenigheid met- en ontslag van den directeur |
|
4768 |
M. J. Gerritsen, zie men jaarg. 1924, deel I, pag. 625 en pag. 630 van |
|
4769 |
deel I 1926. Kapitaal thans geautoriseerd groot f 3.000.000, verdeeld |
|
4770 |
in f 2.000.000 gewone- en f 1.000.000 7 pct. cum. preferente aandeelen, |
|
4771 |
waarvan geplaatst f 1.212.000 gewone- en f 488.000 preferente aandeelen, |
|
4772 |
elk groot f 1000. f 4000 gewone aandeelen zijn oorspronkelijk gesplitst in |
|
4773 |
stukken van f 250 en f 10.000 in stukken van f 100; sedert 17 Oct. 1923 zijn |
|
4774 |
voor onder-aandeelen van eenzelfde nummer-serie gelijk genummerde volle |
|
4775 |
aandeelen ad f 1000 beschikbaar gesteld. Het geautoriseerd kapi- |
|
4776 |
taal is van f 500.000 bij de oprichting tot f 2.000.000 in October 1920 en |
|
4777 |
tot f 3.000.000 in Maart 1925 vergroot. Aanvankelijk was f 81.400 geplaatst, |
|
4778 |
welk bedrag geleidelijk tot f 200.000 steeg, in October 1918 tot f 500.000, |
|
4779 |
1 November 1920 tot f 1.000.000, 18 December 1925 tot f 1.500.000 |
|
4780 |
en 1 Juli 1926 tot f 1.700.000 verhoogd werd. Winstver- |
|
4781 |
deeling: na afschrijvingen en dotaties voor het personeel eerst 7 pct. |
|
4782 |
dividend op de preferente en daarna 7 pct. op de gewone aandeelen. Deze |
|
4783 |
primaire dividenden zijn cumulatief, voor de gewone aandeelen echter nà |
|
4784 |
de preferente. Het daarna overblijvende wordt verdeeld als volgt: 22} pct. |
|
4785 |
aan de gedelegeerde leden en 1} pct. aan ieder der gewone leden van den |
|
4786 |
raad van beheer, het resteerende aan gewone aandeelhouders. De Algem. |
|
4787 |
Verg. kan op voorstel van het bestuur een gedeelte van de voor gewone |
|
4788 |
aandeelhouders bestemde winst bestemmen voor een gewone of buitenge- |
|
4789 |
wone reserve. De aldus gereserveerde bedragen blijven bij liquidatie voor |
|
4790 |
afzonderlijke uitkeering aan gewone aandeelhouders bestemd. Ten laste der |
|
4791 |
onkostenrekening zal elk jaar 7 pct. rente aan de reserve worden toegevoegd. |
|
4792 |
Een verjaringstermijn voor het dividend is niet bepaald. Divi- |
|
4793 |
den d gewone aandeelen 1915/16-1923/24: 7, 10, 14, 12, 14, 10, 7, 7 en 5 pct., |
|
4794 |
2e halfj. kal.jaar 1924: 4 pct .; 1925: 7 pct. (no. 1, 30 Juni 1926); 1926 en 1927 |
|
4795 |
nihil. Achterstallig divid. 14 pct. Het div. over 1921/22 en 1922/23 werd eerst |
|
4796 |
in 1926 uitgekeerd en wel op 25 Maart en 31 Mei resp. op div.bew. nos. 11 en |
|
4797 |
12 der oude aand. (30 Juni 1926 verwisseld in nieuwe). Divid. cum. pref. |
|
4798 |
aand .: 1926: 7 pct. (no. 1, 2 Aug. 1927); 1927: nihil. Achterstallig div. 7 pct. |
|
4799 |
Op 12 Nov. 1918 stond de inschrijving open o.a. bij Praetorius & Zoon, |
|
4800 |
Amsterdam, op f 300.000 aandeelen, groot f 1000, à 135 pct., incl. |
|
4801 |
dividend 1918/19. De aandeelen no. 1-1000 konden vanaf 15 Maart 1926 |
|
4802 |
met den nieuwen naam der venn. worden afgestempeld en op 30 Juni 1926 |
|
4803 |
worden verwisseld in nieuwe stukken met nieuwe couponbladen. Deze 1000 |
|
4804 |
aandeelen zijn sedert alleen leverbaar indien gedateerd 1 Juli 1926. |
|
4805 |
Tegelijk met laatstgenoemde aandeelenemissie stond de inschrijving open |
|
4806 |
op f 300.000 6 pct. hyp. obligatiën, groot f 1000, met cou- |
|
4807 |
pons per 1 Mei en 1 Nov. à 98 pct. Aflosbaar à pari in 25 jaar |
|
4808 |
door uitloting, en wel in 1920-1943 resp. 6, 7, 7, 8, 8, 9, 9, 10, 10, 11, 11, |
|
4809 |
11, 12, 12, 13, 14, 15, 15, 16, 17, 18, 19, 20 en 22 stuks. Na 1923 recht tot |
|
4810 |
versterkte geheele of gedeeltelijke aflossing. De obligatiën hebben geen |