|
16920 |
812 INDUSTRIEELE ONDERNEMINGEN. |
|
16921 |
zien van de afstempeling op f 250 en vervallenverklaring van het cumu- |
|
16922 |
latierecht. Prospectus aan het einde van deel II, 1917/18. De 400, bij de |
|
16923 |
reorganisatie geplaatste pref. winstdeelende aandeelen ad f 250 verkregen |
|
16924 |
26 Juni 1924 officiële noteering. Op 25 Sept. 1919 introduceerde de fa. |
|
16925 |
Arn. Gilissen & Co. een beperkt bedrag gewone aandeelen (toen) groot |
|
16926 |
f 1000 à 225 pct., incl. dividend 1919. Prospectus aan het einde van deel I, |
|
16927 |
1920. Deze gewone aandeelen, die 15 Juli 1920 officieele noteering verkre- |
|
16928 |
gen, zijn sedert 26 Juni 1924 slechts leverbaar mits voorzien van de af- |
|
16929 |
stempeling op nom. f 100. Voor het indertijd aan de Tabu verstrekte bewijs |
|
16930 |
voor 1215 aand. van f 1000, werden 1215 stukken van f 100 afgegeven, welke |
|
16931 |
met de afgestempelde stukken dooreen leverbaar zijn. In vereeniging met de |
|
16932 |
Internat. Tabakshandel Mij., met welke mpij. sedert Oct. |
|
16933 |
1919 een belangengemeenschap bestond, werd op 12 April 1920 opgericht de |
|
16934 |
N. V. Tabaks-Unie. Over deze mpij. zijn meerdere gegevens onder |
|
16935 |
de rubriek „diversen“ vermeld. Bij hare oprichting verkreeg zij f 1.215.000 |
|
16936 |
aandeelen „Philips“ en f 1.350.000 aandeelen „Intern. Tabak”. Zooals uit |
|
16937 |
de afzonderlijke behandeling dezer mpijen. elders in dit deel blijkt werden |
|
16938 |
de Tabaksunie en de Internationale Tabakshandel Mij. in 1922 beide failliet |
|
16939 |
verklaard. Door de thans failliete Int. Tab. Hand. Mpij. en de Tabaks- |
|
16940 |
ind. v.h. Gebr. Philips werd indertijd een garantie voor kapitaal en in- |
|
16941 |
terest van f 4.000.000 door de Tabu uitgegeven obligatiën verleend. De Tab. |
|
16942 |
Ind. v.h. Gebr. Philips werd door den curator der Tabu om nakoming van |
|
16943 |
hare verplichtingen verzocht. In verband met den toestand van de Tab. |
|
16944 |
Ind. v.h. Gebr. Philips, werd echter een regeling met de Tabu-obligatie- |
|
16945 |
houders getroffen, waarvoor men zie onder Tabaksunie elders in dit deel. |
|
16946 |
Winstverdeeling (zie eerst regeling met bankier, kleine letter): |
|
16947 |
na afschrijvingen, te bepalen door het bestuur, eerst 60 pct. der winst aan |
|
16948 |
de houders der winstbewijzen (obligatiehouders „Tabu", door hen te ver- |
|
16949 |
deelen als elders onder „Tabu“ vermeld). Van hetgeen daarna overblijft |
|
16950 |
wordt eerst aangezuiverd het tijdens de reorganisatie op de toen bestaande |
|
16951 |
cumulatieve aandeelen geaccumuleerd dividend met dien verstande, dat dit |
|
16952 |
dividend evenals die aandeelen, tot één vier'de wordt verminderd. (De aan- |
|
16953 |
zuivering is reeds uit de winst van 1923, eerste jaar na de reorganisatie, |
|
16954 |
geschied. Red.) Na deze aanzuivering is de verdeeling na aftrek van |
|
16955 |
bovenbedoelde 60 pct. als volgt: 6 pct. dividend op de preferente winst- |
|
16956 |
deelende aandeelen, vervolgens tot 6 pct. dividend op de gewone |
|
16957 |
aand. en van het restant 10 pct. aan de reserve, 15 pct. aan de directie, 15 |
|
16958 |
pct. aan de commissarissen en 60 pct. aan gew. en pref. aandeelhouders, met |
|
16959 |
dien verstande, dat elk gewoon aandeel 1} maal zooveel ontvangt als een |
|
16960 |
preferent aandeel. De winst na uitkering aan de winstbewijzen kan |
|
16961 |
geheel gereserveerd worden. Dividenden verjaren na vijf jaar. Divi- |
|
16962 |
dend oude kapitalisatie met aandeelen groot f 1000; cum. |
|
16963 |
pref. winstd. aand. 1918-1922 resp .: 112, 104/10, 6, 0 en 0 pct .; |
|
16964 |
preferente aand. 1920-1922: 6, 0 en 0 pct .; gewone aand. |
|
16965 |
1918-1922: 634, 50, 0, 0 en 0 pct. Dividend nieuwe kapitali- |
|
16966 |
satie: gewone aand. groot f 100, 1923-1926: nihil. Dividendbew. |
|
16967 |
no. 5 en volgende hooren bij de stukken; 6 pct. pref. winstd. |
|
16968 |
aandeelen 1923: 20 pct. (no. 5 afgest. aandeelen); sedert: nihil. |
|
16969 |
Deze 20 pct. is het cumulatief dividend over 1921, 1922, 1923 en de eerste |
|
16970 |
4 mnd. van 1924, verschuldigd op de pref. winstdeelende aandeelen, die |
|
16971 |
tot aan de reorganisatie cumulatierecht hadden. Dit cumulatieve dividend |