|
27893 |
MIJNBOUW-MAATSCHAPPIJ. 1013 |
|
27894 |
Kapitaal: f 10.000.000, verdeeld in 5000 gewone en 5000 6 pct. cumulatief |
|
27895 |
preferente aandeelen. Beide soorten aandeelen, groot f 1000, zijn alle ge- |
|
27896 |
plaatst en volgestort. De C. V. Wm. H. Müller & Co. verkreeg |
|
27897 |
in Oct .- Dec. 1929 naast het reeds in haar bezit zijnde |
|
27898 |
gewone kapitaal der Mijnbouw Mpij. ook meer dan |
|
27899 |
negen tiende der 5000 pref. aandeelen, zoodat |
|
27900 |
de Mijnbouw Mpij. thans nagenoeg geheel aan de |
|
27901 |
C. V. behoort. De voorwaarden waarop de C. V. de pref. aand. verkreeg, |
|
27902 |
zijn elders in dit deel bij de C. V. medegedeeld. In 1921 werden de gew. |
|
27903 |
aan'd. nos. 1-50 afgestempeld als prioriteitsaandeelen, welke |
|
27904 |
op naam luiden en bijzondere (stem)-rechten hebben. Het kapitaal bedroeg |
|
27905 |
aanv. f 3.000.000, het werd in 1910 tot f 5.000.000 verhoogd en in 1913 tot |
|
27906 |
f 10.000.000, verdeeld als bovenstaand aangegeven. Van de gew. aand. wer- |
|
27907 |
den aanvankelijk f 1.500.000 uitgegeven, waarvan aan de firma Müller |
|
27908 |
f 1.202.000 voor den inbreng werden uitgereikt; de overige f 298.000 wer- |
|
27909 |
den à pari geplaatst. Op 1 Juli 1908 werden onderhands nog f 1.500.000 |
|
27910 |
aandeelen geplaatst en volgestort, terwijl in 1913 nog f 2.000.000 gewone |
|
27911 |
aandeelen door de houders der reeds uitstaande gewone aandeelen werden |
|
27912 |
genomen. Voor de aanleiding tot de kapitaalsvergrooting van 1908, alsmede |
|
27913 |
voor de uitgifte in dat jaar van nog f 2.000.000 obligatiën, zie jaargang 1909. |
|
27914 |
De inschrijving op de f 2.000.000 6 pct. cum. pref. winstdeelende |
|
27915 |
aandeelen, elk groot f 1000, stond op 7 Juni 1910 open tot den koers |
|
27916 |
van 100 pct. bij de Rotterdamsche Bank en bij Labouchere Oyens & Co.'s |
|
27917 |
Bank, terwijl op 8 April 1913 bij dezelfde banken à 100 pct. de inschrijving |
|
27918 |
openstond op een zelfde bedrag dezer aandeelen, inclusief dividen'd 1913, |
|
27919 |
zijnde f 1.000.000 reeds vast geplaatst. Omtrent verwisseling der pref. |
|
27920 |
aandeelen van de Mijnbouwmpij. tegen pref. aandeelen C. V. Wm H. |
|
27921 |
Müller & Co., zie men deze laatste elders in dit deel. Er zijn 100 o p r ich- |
|
27922 |
tersbewijzen uitgegeven. Divid. gew. aan'd. 1903-1914: 4, 4, 4, |
|
27923 |
6, 10, 6, 8, 8, 10, 10, 13 en 5 pct. (no. 12); sedert nihil; pref. aand. 1910:3} |
|
27924 |
pct. (6 mnd.); 1911-1913: telkens 7 pct .; 1914-1923: telkens 6 pct. (inter- |
|
27925 |
div. van 3 pct., 15 Januari 1924, no. 20 en slotdividend 3 pct., 10 Juni 1924, |
|
27926 |
no 21); 1924-1927: nihil, zoodat ulto 1927 24 pct. achterstallig was. Dit |
|
27927 |
achterstallig dividen'd alsmede 6 pct. over 1928 kon in Oct. 1929 worden |
|
27928 |
geïnd door hen die het aanbod tot verwisseling der aandeelen tegen pref. |
|
27929 |
aandeelen in de Comm. Venn. Wm H. Muller & Co. accepteerden. De |
|
27930 |
aldus te ontvangen f 300 werd dan voor f 180 in scrip en f 120 in contanten |
|
27931 |
voldaan. Zie voor het verwisselingsaanbod de C. V. elders in dit deel. U i t- |
|
27932 |
keering oprichtersbewijzen 1907-1913: f 200, 0, f 200, f 250, f 500, f 500 |
|
27933 |
en f 1250 (no. 6); sedert: nihil. Winstverdeeling: eerst 6 pct. |
|
27934 |
cumulatief aan preferente aandeelen; daarna 6 pct. gewone aan- |
|
27935 |
deelen. Van het resteerende: 10 pct. reservefonds en van het daarna |
|
27936 |
overblijvende: 10 pct. pref. aandeelen, 65 pct. gewone aandeelen, 25 pct. |
|
27937 |
oprichtersbewijzen. 5 pct. Obligatiën van 1908, 1911 en 1913, |
|
27938 |
met coupons per 1 Febr. en 1 Aug. Aflosbaar door uitloting à pari |
|
27939 |
in Mei, ter afbetaling op 1 Aug. d.a.v. Versterkte of geheele aflossing |
|
27940 |
is geoorloofd, mits het plan hiertoe vóór 1 April is bekend gemaakt. Ge- |
|
27941 |
schiedt zulks voor de leening van 1908 vóór 1916, voor die van 1911 vóór 1919, |
|
27942 |
en voor die van 19.3 vóór 1928, dan moet de aflossing à 101 pct. plaats |
|
27943 |
vinden. Het uitlotingsplan is voor de leening van 1908 in de jaren |
|
27944 |
1910-1929, voor de leening 1911 in de jaren 1913-1932 als volgt: |