|
42455 |
1260 SCHEEPVAART-MAATSCHAPPIJEN. |
|
42456 |
culiere reizigers 1e klasse is bepaald op 10 pct. boven het tarief van landsreizigers |
|
42457 |
en voor de 2e, 3e en 4e klasse resp. 60, 30 en 12} pct. van de 1e klasse. Boven |
|
42458 |
1200 mijlen mag niet meer worden berekend dan voor landreizigers. De prijs hoeft |
|
42459 |
echter niet beneden dien voor 1200 mijlen te worden gesteld. Het maximum voor |
|
42460 |
particuliere goederen over 1-600 mijlen is 50 pct., boven 600 tot 1200 mijlen 25 pct. |
|
42461 |
hooger dan het lands-goederentarief en boven 1200 mijlen niet hooger dan het |
|
42462 |
landsgoederentarief. Bij afstanden boven resp. 600 en 1200 behoeft de vracht niet |
|
42463 |
beneden het maximum particulier tarief voor resp. 600 en 1200 mijlen te worden |
|
42464 |
gesteld. Buiten de overeenkomst valt o.a. het vervoer van landsgoederen zwaarder |
|
42465 |
dan 16.000 K.G. per colli en langer dan 36 M., de massale voortbrengselen van |
|
42466 |
landsondernemingen als tin, zout, steenkolen etc. en het vervoer van goederen |
|
42467 |
voor de Staatsspoor- en Tramwegen. |
|
42468 |
Verhield zich in 1890 het vervoer van landsgoederen tot dat van par- |
|
42469 |
ticuliere goederen ongeveer als 1 tot 8, einde 1915 bedroeg deze verhouding |
|
42470 |
ongeveer 1 tot 22. Latere gegevens hieromtrent ontbreken. |
|
42471 |
Tusschen de mpij. en het Indische Gouvernement bestaat nog een |
|
42472 |
zoutvervoercontract dat ultimo 1924 afliep doch tot ultimo 1930 tegen |
|
42473 |
dezelfde vrachten is verlengd; verder een steenkolenvervoercontract tot |
|
42474 |
ulto 1930 en een Banka-vervoercontract. |
|
42475 |
Kapitaal thans f 50.000.000, waarvan f 30.000.000 uitgegeven; het werd |
|
42476 |
in 1907 gebracht van f 12.000.000 op f 15.000.000, in 1912 op f 25.000.000 |
|
42477 |
en in 1920 op f 50.000.000, verdeeld in 46 seriën, de le groot f 4.000.000, |
|
42478 |
waarvan op f 3.250.000 (f 750.000 was reeds geplaatst) de inschrij- |
|
42479 |
ving werd opengesteld den 19 September 1888, tot den koers van 100 pct .; |
|
42480 |
de 2e groot f 2.000.000, de overige 44 seriën elk groot f 1.000.000; er zijn |
|
42481 |
26 seriën geplaatst, te zamen f 30.000.000, waarvan de 7e tot en met de 26e |
|
42482 |
zijn overgegaan aan de Ned. Scheepvaart Unie (in totaal f 20.000.000), |
|
42483 |
welk bedrag door verwisseling in 1909/28 nog met f 1.884.000 steeg, zoodat de |
|
42484 |
Unie thans f 21.884.000 aan'deelen K. P. M. houdt. Men zie voor/data |
|
42485 |
en plaatsingsvoorwaarden verder bij de N. S. U. De K. P. M. heeft voor |
|
42486 |
f 3.000.000 deelgenomen in het kapitaal van f 50.000.000 der Ver. Ned. Scheep- |
|
42487 |
vaart Maatschappij en heeft op deze deelname 52 pct. gestort. (Voor |
|
42488 |
de Vereen. Nederl. Scheepvaart Mpij. zie men elders in dit deel). In 1928 |
|
42489 |
nam de K. P. M. f 500.000 aand. met 15 pct. storting der Ned .- Ind. Lucht- |
|
42490 |
vaart Mij. Er zijn 1600 b e wijzen van winstaan'd. uitgegeven. Aan- |
|
42491 |
deelen groot f 1000 aan toonder. Zij waren eerst voorzien van coupons |
|
42492 |
verschijnende 1 Januari 1889-1891, betaalbaar met 4 pct. per jaar; sedert |
|
42493 |
genieten zij gewone dividenden. Winstverdeeling:1) eerst 6 pct. |
|
42494 |
aan de aandeelhouders en van de overwinst 10 pct. aan het reservefonds, |
|
42495 |
totdat dit 10 pct. van het geplaatst kapitaal bereikt heeft; van het |
|
42496 |
restant 15 pct. aan den raad van bestuur en den directeur in Nederland te |
|
42497 |
zamen, 5 pct. aan den pres .- directeur in N .- Indië, 5 pct. ten behoeve van het |
|
42498 |
personeel, 20 pct. aan de houders van bewijzen van winstaandeel en 55 pct. |
|
42499 |
aan de aandeelhouders. Dividenden 1891-1920: 0, 2, 7, 9, 7}, 10, 9, 92, |
|
42500 |
81, 10, 10, 8, 7, 7, 9, 91, 84, 83, 6, 10, 9, 9, 9, 5, 10, 12, 15, 17, 14 en 8 pct .; |
|
42501 |
1921 -- 1928: 22, 7, 84, 10, 12, 13, 14 en 14 pct. (no. 40, 18 Juni 1929 bij de K.V.). |
|
42502 |
Bewijs no. 8, 10 en 12 waren claims bij emissie van aandeelen. Uit- |
|
42503 |
keering op 1600 bewijzen van winstaandeelen |
|
42504 |
1893-1920, in guldens: 13.60, 40.90, 20.50, 54.50, 40.90, 51.15, 39.80, 63.60, |
|
42505 |
72.75, 45.45, 22.75, 22.70, 68.20, 79.55, 56.80, 62.50, 0, 109.10, 95.45, 109.10, |
|
42506 |
109.10, 0, 172.70, 259.10, 388.65, 503.35, 360.30 en f \90.90; 1921-1928 : |
|
42507 |
0, f 68.20, 170.45, 272.70, 409.10, 477.30, 545.45 en f 545.45 (no. 33). |
|
42508 |
4 pcts. obligatiën van 1908/13. Op 10 April 1908 was ten kantore |
|
42509 |
der Mij. tot den koers van 991 pct. de inschrijving opengesteld op f 1.000.000 |
|
42510 |
4 pct. obligatiën, nos. 2001-3000, zijnde het restant eener leening van 1903, |
|
42511 |
1) Op 28 October 1929 is een wijziging aangenomen, waarbij de tantièmes van |
|
42512 |
het Bestuur onderling zijn gewijzigd. |