|
7498 |
INDUSTRIEELE ONDERNEMINGEN. 655 |
|
7499 |
f 10.000.000, in December 1918 f 15.000.000 en in September 1919 f 22.500.000. |
|
7500 |
Aandeelen groot f 1000. De volgende emissies van aandeelen von- |
|
7501 |
den plaats (telkens bij de Nederlandsche en Indische kantoren der Ned .- |
|
7502 |
Indische Handelsbank). |
|
7503 |
Datum van uitgifte Bedrag Emissiekoers |
|
7504 |
11 December 1912 f 1.200.000 100 |
|
7505 |
3 September 1915 (3 : 1, no. 3)*) ., 400.000 130 (incl. div. 1915) |
|
7506 |
26 Juli 1916 (4 : 1, no. 5)*) „, 400.000 150 ( „ " 1916) |
|
7507 |
15 Januari 1917 (2 : 1, no. 6)*) „, 1.000.000 .80 ( ,, ,, 1917) |
|
7508 |
10 Juli 1917 (1 : 1, no. 8)*) , 3.000.000 170 (, , 1917) |
|
7509 |
19 Maart 1918 (3 : 2, no. 9)*) ,, 4.000.000 180 ( ,,,, 1918) |
|
7510 |
12 December 1918 (2 : 1, no. 11)*) , 5.000.000 175 |
|
7511 |
17 September 1919 (2 : 1, no. 13)*) „, 7.500.000 200 ( „ } ,, 1919) |
|
7512 |
*) Uitsluitend voor aandeelhouders. Het prospectus der laatste emissie vindt men |
|
7513 |
aan het einde van deel I, jaarg. 1920. |
|
7514 |
Ofschoon de concurrente crediteuren bij de liquidatie nog geen 5 pct. van hun |
|
7515 |
vorderingen uit den boedel konden verhalen, ontvingen aandeelhouders |
|
7516 |
ingevolge overeenkomst met de N. I. H., de grootste creditrice, een uitkeering |
|
7517 |
van f 7.35 per aandeel, betaalbaar van 16 Mei 1929 af bij de N. I. H. tegen |
|
7518 |
inlevering der aandeelen met div.bewijs no. 15 en volgende. De aandeelen vervielen |
|
7519 |
op 25 Juni 1929 uit de officieele noteering. |
|
7520 |
Winstverdeeling: Na afschrijving op de fabrieken, eerst 10 pct. |
|
7521 |
aan het reservefonds, dat tot } van het geplaatst kapitaal wordt opge |
|
7522 |
voerd, daarna 6 pct. aan aandeelhouders, van het resteerende: 85 pct. aan- |
|
7523 |
deelhouders, 7} pct. directeur en 74 pct. commissarissen. Divdenden ver- |
|
7524 |
jaren na 5 jaar. Dividend 1913-1919: 84, 10, 18, 20, 20, 20 en |
|
7525 |
15 pct. oude aandeelen en 32 pct. nieuwe aandeelen (no. 14, 25 September |
|
7526 |
1920); sedero: nihil. |
|
7527 |
Adres: Amsterdam, Singel 250. |
|
7528 |
Verliezen-Liquidatie. Voldoende aan het verzoek van eenige aandeel- |
|
7529 |
houders, om inlichtingen naar aanleiding van de sterke koersdaling der |
|
7530 |
aandeelen en de vele oncontroleerbare geruchten welke omtrent den gang van zaken |
|
7531 |
der mpij. de ronde deden, deelde de Directie medio December 1920 o.a. mede dat |
|
7532 |
„de positie der mpij. door haar bestuur gezond geoordeeld wordt. Hardnekkige |
|
7533 |
geruchten bleven echter in de eerste helft van 1921 de ronde doen. Een Voorloopig |
|
7534 |
Comité tot bescherming der belangen van aandeelhouders werd gevormd. Voor- |
|
7535 |
sitter J. Brinkman, secretaris-penningmeester Joh. J. Vermeer, Kruisstraat 19, |
|
7536 |
Rotterdam. Dit comité had een onderhoud met het Bestuur en deed onderzoek |
|
7537 |
naar den toestand, welke blijkens hare circulaire van 9 Juli 1921 (in extenso aan |
|
7538 |
het einde van dit deel opgenomen) zeer ongunstig kon worden genoemd. Zij schreef |
|
7539 |
het bestuur gebrek aan inzicht en verantwoordelijkheid toe, „daaruit blijkende, |
|
7540 |
dat in het jaarverslag over 1919 eerst in September 1920 verschenen, met geen |
|
7541 |
woord werd gerept van de groote geldelijke verliezen op de stockvoorraden intus |
|
7542 |
schen reeds geleden en van de ernstige situatie waarin de mpij. alreeds was ge- |
|
7543 |
raakt en door de resultaten der onderneming zonder meer gunstig te noemen. |
|
7544 |
In dit verband achtte het Comité alsnog onderzoek noodig naar de waardeering |
|
7545 |
der stock-voorraden, (olie en copra) in de balans over 1919 voorkomende, en zulks |
|
7546 |
wijl aan Aandeelhouders over dat jaar 15 pct. dividend en aan Directie en Com- |
|
7547 |
missarissen bijna 3 ton tantième werd uitgekeerd en onderwijl in de eerste helft |
|
7548 |
van 1920 door teruggang van de marktprijzen al meer op de stockvoorraden moet |
|
7549 |
rijn verloren dan de gecalculeerde exploitatiewinst ad f 5.083.363.00} bedroeg." |
|
7550 |
Het comité riep op 18 Juli 1921 een vergadering van aandeelhouders bijeen. Op |
|
7551 |
deze vergadering werd o.a. medegedeeld dat de Ned. Ind. Handels Bank (Bankier |
|
7552 |
van O. F. I.) bij ingrijpen der aandeelhouders het crediet niet zou opzeggen. Van |
|
7553 |
bestuurszijde werd opgemerkt dat samenwerking met commissarissen en crediteu- |
|
7554 |
ren ten zeerste gewenscht mocht heeten. Voor de a.s. commissarisverkiezing wer- |
|
7555 |
den de heeren J. Brinkman en Joh. J. Vermeer gecandideerd, terwijl verder beslo- |
|
7556 |
ten werd het jaarverslag en de balans en winst- en verliesrekening over 1920 eerst |
|
7557 |
na rijp onderzoek goed te keuren. De omslag van onkosten door het comité te |
|
7558 |
maken werd bepaald op f 2 .- per f 1000 nom. aand. Het Voorloopig comité werd |
|
7559 |
permanent verklaard. Op 1 Augustus 1921 had de Jaarlijksche Algemeene Ver- |
|
7560 |
gadering van Aandeelhouders plaats, waar de toestand in den breede werd bespro- |
|
7561 |
ken. Voldoende aan den wensch, uitgesproken door het comité, werd door de |
|
7562 |
31 31 Directie Mei, December een welke 1920 niet tot gebaseerd 31 officieele Mei is op 1921 balans een bekend balans gepubliceerd, uit geworden de boeken cijfers opgemaakt en van aan den feiten. de hand Deze vertegenwoordiger van balans sedert per |