|
8806 |
INDUSTRIEELE ONDERNEMINGEN. 677 |
|
8807 |
. |
|
8808 |
of f 2.750.000. Bij de oprichting der mpij. was het geaut. kap. f 7.500.000 |
|
8809 |
gewone aandeelen groot f 1000 en f 7.500.000 6 pct. cum. pref. winstdeelende |
|
8810 |
aandeelen groot f 1000, waarvan door uitreiking aan de constitueerende |
|
8811 |
mpijen. sedert 1 Juli-1921 tot aan na te noemen reorganisatie geplaatst |
|
8812 |
was resp. f 5.025.000 en f 4.273.000. De plaatsing geschiedde als volgt: |
|
8813 |
gewone aandeelen pref. aandeelen |
|
8814 |
de Kon. Ned. Fabr. J. M. van |
|
8815 |
Kempen en Zonen en den heer |
|
8816 |
J. M. van Kempen Sr. f 2.950.000 f 250.000 |
|
8817 |
de Kon. Utr. Fabr. van Juweelen |
|
8818 |
etc. van C. J. Begeer „, 900.000 ,, 600.000 |
|
8819 |
idem (tegen betaling in kas) " 250.000 200.000 |
|
8820 |
N.V. Fabr. van Gouden en Zilve- |
|
8821 |
ren werken v/h. Jac. Vos & Co. ., 500.000 |
|
8822 |
idem (tegen betaling in kas) " 100.000 |
|
8823 |
Voorts ondershands geplaatst " 300.000 |
|
8824 |
Emissie Juli 1919 " 2.700.000 |
|
8825 |
Ondershands gepl. primo Jan. '21 " 25.000 „, 25.000 |
|
8826 |
Stuk voor stuk verwisseld in |
|
8827 |
6 pct. obligatiën „Begeer“ " ,, 498.000 |
|
8828 |
Totaal f 5.025.000 f 4.273.000 |
|
8829 |
Reorganisatie. Het verlies over het boekjaar 1921/22 bedroeg |
|
8830 |
f 80.230.04. Volgens het verslag over dit boekjaar waren echter om het |
|
8831 |
bedrijf rendabel te houden, afschrijvingen en reserveeringen op roerende |
|
8832 |
en onroerende goederen en debiteuren noodzakelijk, tot een bedrag van |
|
8833 |
f 4.080.544.40, makende inclusief genoemd verlies ad f 80.230.04 en na |
|
8834 |
afboeking van de reserven ad f 348.457.20, een totaal bedrag van |
|
8835 |
f 3.812.317.24 als feitelijk verlies. Een reorganisatieplan werd 16 April en |
|
8836 |
1 Mei 1923 aangenomen, waarbij het verlies werd geëlimineerd doordien |
|
8837 |
2355 gewone aandeelen en 143 preferente aandeelen onder pari werden |
|
8838 |
ingekocht en afgeboekt en op de daarna uitstaande 2670 stuks gewone |
|
8839 |
aandeelen 70 pct. werd afgeschreven. De houders der 6 pct. cum. |
|
8840 |
preferente winstdeelende aandeelen gaven onder het plan hun recht op |
|
8841 |
latere cumulaties prijs. De 240 uitstaan'de o p r.b e wijzen bleven bij |
|
8842 |
de reorganisatie onaangetast. Bij circulaire d.d. 6 Mei 1925 werd den prefe- |
|
8843 |
renten aandeelhouders aangeboden elk aandeel ad f 1000 af te lossen met |
|
8844 |
een 6 pct. obligatie ad f 333.33. Houders van 730 preferente aandeelen |
|
8845 |
maakten hiervan gebruik en ontvingen alzoo 730 obligatiën groot f 333.33. |
|
8846 |
Het preferente kapitaal werd daardoor verminderd van f 4.130.000 tot |
|
8847 |
៛ 3.400.000. De door deze transactie ontstane boekwinst bedroeg na aftrek |
|
8848 |
van onkosten f 482.578.66 en werd bijna geheel op de tastbare activa af- |
|
8849 |
geschreven. Het nog uitstaand bedrag der bij deze gelegenheid uitgegeven |
|
8850 |
6 pct. obligatiën 1925, alsmede het restant der 6 pct. leening 1919 werd 1 Juli |
|
8851 |
1929 afgelost. Op 1 Juli 1928 was van beide leeningen samen nog f 211.999.19 |
|
8852 |
uitstaan'de. Bijzonderheden omtrent deze leeningen vindt men in jrg. 1929. |
|
8853 |
Aflossing geschiedde in contanten of naar keuze van houder in 6 pct. obliga- |
|
8854 |
tiën 1929 à pari (zie hierna). Bij circulaire d.d. 5 Febr. 1929 werd den pref. |
|
8855 |
aandeelhouders aangeboden hoogstens 900 pref. aandeelen, groot f 1000, |
|
8856 |
incl. 'div. bewijs no. 5 e.v., stuk om stuk te verwisselen in 6 pct obli- |
|
8857 |
gatiën 1929 groot f 800 elk. Er werden 400 pref. aandeelen ter ver- |