|
69373 |
SPOORWEGFONDSEN. 1715 |
|
69374 |
De overige seriën dezer leening bestaan uit 3} pct. obligatiën, uitgegeven |
|
69375 |
in 1909 (zie aldaar). Op 15 Maart 1911 stond de inschrijving open op |
|
69376 |
f 8.000.000 (1e-8e serie) der leening 1911, groot f 15.000.000, à 100} pct .; |
|
69377 |
in Januari 1913 werden de seriën 9-15 uitgegeven à 972 pct. Aandeel- |
|
69378 |
houders en oprichters hadden telkens recht van voorkeur. De obli- |
|
69379 |
gatiën dezer leeningen zijn dooréén leverbaar. Obligatiën groot |
|
69380 |
f1000; coupons 1 Jan. en 1 Juli. Jaarlijksche aflossing |
|
69381 |
à pari in 60 jaren en wel: leening 1901, begonnen 1902 met f 34.000, |
|
69382 |
leening 1902, begonnen 1903 met f 30.000, leening 1908 begonnen 1909 met |
|
69383 |
f 34.000, leening 1911, begonnen 1912 met f 34000 en leening 1913 begonnen |
|
69384 |
1914 met f 30.000 per jaar, telkens vermeerderd met door aflossing vrij- |
|
69385 |
gevallen rente. Loting telkens in October ter aflossing vanaf 1 Januari |
|
69386 |
d.a.v. Geheele of gedeeltelijke aflossing van al deze leeningen te allen |
|
69387 |
tijde à pari toegestaan. Bij naasting door den Staat is deze be- |
|
69388 |
voegd zich in de plaats der Maatschappij te stellen. Voor de uitstaande |
|
69389 |
bedragen der diverse leeningen zie men de tabel „Specificatie Obligatie- |
|
69390 |
schuld". |
|
69391 |
Koersen 1915: 943-862; 1916: 98}-863; 1917: 953-90; 1918: 928-80: |
|
69392 |
1919: 852-76; 1920: 76-65: 1921: 84}-753; 1922: 82-75}: 1923: 851-72}. |
|
69393 |
1924: 83-70}; 1925: 94}-87]; 1926: 962-93; 1927: 95-91@; 1928: 959-93. |
|
69394 |
1929: 953-90. |
|
69395 |
Mpij. tot Exploit. van Staatsspoorwegen. 4 pcts. |
|
69396 |
obligatiën van 1903 en van 1907. De leening van 1903 |
|
69397 |
wordt gevormd door de serien 1-8 ad f 1.000.000 elk der leening groot |
|
69398 |
f 15.000.000, uitgegeven 1 April 1903 à 101 pct. (De resterende f 7.000.000 |
|
69399 |
dezer leening, werden d.d. 1 Maart 1905 als 3} pets. oblig. uitgegeven). De |
|
69400 |
leening van 1 April 1907 wordt gevormd door de seriën 7-15 (de serien 1-6 |
|
69401 |
zijn in 1906 als 3} pets. obligatiën uitgegeven), der leening van f 15.000.000 |
|
69402 |
tot welker uitgifte de op 21 Juni 1905 gehouden vergadering van aan- |
|
69403 |
deelhouders besloot. De inschrijving op deze f 9.000.000 was op 13 Maart |
|
69404 |
1907 tot de n koers van 1001 pct. opengesteld. Obligatiën groot |
|
69405 |
f 1000 met coupons 1 April en 1 October. Aflossing à pari in |
|
69406 |
60 jaar door jaarlijksche uitlotingen in October, ter betaling op 1 April |
|
69407 |
d.a.v. Jaarlijksche aflossing der obligatiën 1903 voor het eerst in 1904 |
|
69408 |
ad f 34.000 en der obligatiën 1907 voor het eerst in 1908 ad f 38.000, ver- |
|
69409 |
meerderd met de vrijgevallen rente uit de vroeger afgeloste bedragen. |
|
69410 |
De Maatschappij behoudt zich het recht voor alle of een deel der nog uit- |
|
69411 |
staande obligatiën te allen tijde à pari af te lossen. Voor de uitstaande |
|
69412 |
bedragen zie men de tabel „Specificatie Obligatieschuld". |
|
69413 |
Koersen 1915: 941-87%; 1916: 983-87; 1917: 96-892; 1918: 91-80 |
|
69414 |
1919: 85-76; 1920: 763-65; 1921: 84#-75%; 1922: 82-76: 1923: 857-724. |
|
69415 |
1924: 83-70%; 1925: 94} 81}; 1926: 962-93; 1927: 943-91}; 1928: 954-93. |
|
69416 |
1929: 953-901/16- |
|
69417 |
MIj. tot Expl. v. Staatsspoorwegen. 4 pct. leening |
|
69418 |
van 1923, groot f 3.843.600 en verdeeld in 3203 obligatiën groot f 1200. |
|
69419 |
De leening is evenals de 4} pct. leening 1923 ontstaan door omwisseling |
|
69420 |
stuk voor stuk van obligatiën tegen certificaten 4} pct. eerste hypotheek |
|
69421 |
N. B. D. S., welke omwisseling voorzoover geschied in 4 pct. obligatiën |
|
69422 |
S. S., kosteloos plaats vond tusschen 15 Maart en 15 Mei 1923 (zie ook |
|
69423 |
onder 4} pct. obligatiën 1923). De 4 pct. obligatiën zijn groot |
|
69424 |
f 1200 met coupons per 1 Mei en 1 Nov. Aflossing: elk jaar to |