|
69476 |
SPOORWEGFONDSEN. 1717 |
|
69477 |
per jaar, vermeerderd met de door de aflossing vrijvallende rentebedragen, |
|
69478 |
ter uitbetaling à pari op 2 Januari d.a.v. Alles behoudens vervroegde af- |
|
69479 |
lossing, waartoe de Maatschappij te allen tijde gerechtigd is. Uitstaande |
|
69480 |
bedragen : zie vorenstaande tabel. |
|
69481 |
Koersen 1915: 844-782; 1916: 892-784; 1917: 87@ 82; 1918: 85-77; |
|
69482 |
1919: 792-70; 1920: 72-64g; 1921: 80g-71}; 1922: 77}-71}; 1923: 817-69. |
|
69483 |
1924: 783-688; 1925: 90-782; 1926: 911/1 .- 88}; 1927: 914-86]: 1928: 92-89. |
|
69484 |
1929: 92-84}. |
|
69485 |
Mij. tot Expl. v. Staatsspoorwegen; 3} pcts. Leening |
|
69486 |
van. 1898. Deze leening is uitgegeven in 5 seriën groot f 1.000.000, |
|
69487 |
waarvan de 3 laatste in 1900 (zie afzonderlijk hoofd). De seriën |
|
69488 |
1 en 2 werden uitgegeven op 1 en 12 Juli 1898 à 1002 pct. A flo sh |
|
69489 |
sing door uitloting in 60 jaren, telkens in October van } pct. der leening |
|
69490 |
plus vrijgevallen rente. De eerste uitloting vond plaats in 1899. Deze |
|
69491 |
obligatiën waren tot 12 Aug. 1924 dooreen leverbaar met de stukken van |
|
69492 |
1890/1893 (boven afzonderlijk vermeld) doch hebben sedert aparte noteering. |
|
69493 |
Koersen vóór 1924: zie hierboven. |
|
69494 |
Koersen 1924: 78}-68@; 1925: 96-772; 1926: 91-88}; 1927: 90-868: 1928: 908-88. |
|
69495 |
1929: 934-833/1 .. |
|
69496 |
Mij. tot Expl. v. Staatsspoorwegen; 3} pcts. leening |
|
69497 |
van 1900. Deze obligatiën vormen de seriën 3, 4 en 5 van de leening |
|
69498 |
van 1898 welke à 964 pct. werden uitgegeven op 18 April 1900, met voorrecht |
|
69499 |
van inschrijving voor aandeelhouders en oprichters. Obligatiën groot |
|
69500 |
f 1000 met coupons 1 April en 1 October; eveneens aflosbaar in 60 |
|
69501 |
jaar door jaarlijksche amortisatie van { pct., telkens vermeerderd met |
|
69502 |
de vrijgevallen rente uit de vroeger afgeloste bedragen. De uitlotingen |
|
69503 |
hebben plaats in October (de eerste in 1900) ter betaling à pari 1 April |
|
69504 |
d.a.v. Voor het uitstaande bedrag zie tabel „Specificatie Obligatie- |
|
69505 |
schuld". |
|
69506 |
Koersen 1915: E.K. 85; 1916: 888-79; 1917: 86%-82}; 1918: 833-82; 1919: 79-69; |
|
69507 |
1920: 71#-64; 1921: 783-72; 1922: 763-71}; 1923: 802-682; 1924: 762 67; 1925: 914-768; |
|
69508 |
1926: 91-872; 1927: 894-862; 1928: 90-87; 1929: 90}-83}. |
|
69509 |
Mij. tot Expl. van Staatsspoorwegen. 3} pcts. obli- |
|
69510 |
gatiën van 1905-1909. De leening van 1 Maart 1905 wordt ge- |
|
69511 |
vormd door de 9e-15e serie, elk groot f 1.000.000 der geldleening van |
|
69512 |
1902 groot f 15.000.000 (waarvan de seriën 1-8 uit 4 pcte. obligatiën be- |
|
69513 |
staan), en waarop den 21 Febr. 1905 de inschrijving was opengesteld. De lee- |
|
69514 |
ning van 16 Maart 1906 wordt gevormd door de serien 1-6 der geldleening |
|
69515 |
groot f 15.000.000 (waarvan de seriën 7-15 in 1907 als 4 pcts. obligatiën |
|
69516 |
werden uitgegeven) tot welker uitgifte de in Juni 1905 gehouden vergade- |
|
69517 |
ring van aandeelhouders besloot, en waarop de inschrijving op 1 Maart |
|
69518 |
1906 à 97} pct. was opengesteld. Obligatiën groot f 1000, met |
|
69519 |
coupons per 1 Januari en 1 Juli. Aflossing door uitloting in |
|
69520 |
October, ter betaling op 1 Januari d.a.v., t.w. voor de leening 1905 voor |
|
69521 |
het eerst in October 1905 met f 35.000, en voor de leening 1906 voor het |
|
69522 |
eerst in October 1906 met f 30.000, en, verder elk volgend jaar zoodanige |
|
69523 |
som als de ten vorigen jare aflosbaar gestelde, vermeerderd met de vrij- |
|
69524 |
gevallen rente, zoodat deze leeningen in 60 jaren zullen zijn afgelost. |
|
69525 |
De obligatieleening 1909 is groot f 7.000.000, zijnde de seriën 9-15 der |
|
69526 |
3} pets. leening 1908, groot f 15.000.000; coupons 1 Jan .- 1 Juli. Van deze |