|
28719 |
MIJNBOUW-MAATSCHAPPIJEN. 1007 |
|
28720 |
sluit, d.d. 25 Nov. 1929 genomen, zal verdere aflossing geschieden door uit- |
|
28721 |
loting in 1935 t/m. 1951 van resp. 324, 343, 364, 386, 409, 433, 459, 487, 516, |
|
28722 |
547, 580, 614, 651, 690, 732, 776 en 824 obligatiën. Ter gelegenheid van het |
|
28723 |
eerste uitstel, op 10 Oct. 1924 verleend, verplichtte de mpij. zich tot - en |
|
28724 |
zongde voor - omzetting der op de bezittingen der mpij. |
|
28725 |
rusten'de hypotheek in Marken tot een in Guldens |
|
28726 |
en wel tot het volle bedrag van f 10.000.000. Recht tot algeheele |
|
28727 |
aflossing of versterking van de in het aflossingsplan aangegeven |
|
28728 |
jaarlijks ter aflossing bestemde bedragen voorbehouden met een |
|
28729 |
opzeggingstermijn van ten minste drie maanden. De mpij. mag ter beurze |
|
28730 |
of elders inkoop en. De ingekochte bedragen kunnen in mindering |
|
28731 |
worden gebracht van de verplichte aflossingstermijn waarvoor de ingekochte |
|
28732 |
stukken bij den Trustee ter vernietiging zijn ingeleverd. Ten behoeve van |
|
28733 |
obl .- houd. hebben de betrokken Gewerkschaften eene eerste hypotheek in het |
|
28734 |
Grundbuch doen inschrijven op 15 maximaal-velden van de Rheinische |
|
28735 |
Bohrgesellschaft, 34 van de Deutsch-Oesterreichische Bergwerksgesellschaft |
|
28736 |
en 29 van de familie Honigmann. De hypotheekrechten dezer acte heb- |
|
28737 |
ben niet alleen betrekking op de terreinen met hun kolenrijkdom, reeds |
|
28738 |
bestaande schachten en machinerieën, doch ook op de nog te bouwen |
|
28739 |
schachten en de nog op de terreinen bij verdere ontginning nieuw op te |
|
28740 |
stellen machinerieën. Trustee: het Nederlandsch Administratie- en |
|
28741 |
Trustkantoor te Amsterdam. Op 26 April 1917 stond bij de kantoren der |
|
28742 |
Rotterdamsche Bankvereeniging te Rotterdam, Amsterdam en Den Haag |
|
28743 |
de inschrijving open op f 4.000.000 obligatiën tot den koers van 100 pet., |
|
28744 |
welke op 21 November 1918 in de officieele noteering te Amsterdam wer- |
|
28745 |
den opgenomen. Voor het prospectus, waarin uitvoerige mededeelingen |
|
28746 |
omtrent het bedrijf zijn opgenomen, zie men aan het ein'se van jrg 1917/18, |
|
28747 |
deel I. Regeeringscommissaris: Mr. J. W. Beyen te Rot- |
|
28748 |
terdam. Commissarissen: W. Westerman te 's-Hage, A. Gips, te |
|
28749 |
R'dam, P. E. Tegelberg te A'dam, Mr. H. van Manen te Utrecht, Dr. Ir. |
|
28750 |
G. L. F. Philips te Eindhoven, B. E. Ruys te Rotterdam, Dr. F. G. Waller te |
|
28751 |
Delft, F. H. Fentener van Vlissingen te Utrecht, secretaris, en D. G. vau |
|
28752 |
Beuningen te Rotterdam. Directeur: Prof. Ir. Is. P. de Vooys. |
|
28753 |
Koersen der 6 pct. obligatiën 1917: 1011/1 .- 100; 1918: 101}-90; 1919: 92-66; |
|
28754 |
1920: 83} 60; 1921: 75-60: 1922: 7C-40}; 1923: 75-50: 1924: 68-50; 1925: 799-59%. |
|
28755 |
1926: 942-65%; 1927: 95%-90%; 1928: 922-59; 1929: 79-66; 1930: 81}-75. |
|
28756 |
Voornaamste bepalingen uit de overeenkomst (1920/21) tusschen No- |
|
28757 |
derland en de Duitsche regeering inzake de mijnvelden der „Ned. Mij. tot ontg. |
|
28758 |
van steenkolenvelden , welke gelegen zijn bij de grens van Limburg. De Duitsche re- |
|
28759 |
geering verklaart zich bereid toe te staan dat deze velden worden ontgonnen door |
|
28760 |
het delven van mijnschachten, die zoowel op Nederl. als op Duitsch grondgebied |
|
28761 |
kunnen liggen. Duitschland staat toe, zonder daaraan voorwaarden te verbinden, |
|
28762 |
dat met het oog op de natuurlijke verhoudingen ten aanzien van de grenzen en |
|
28763 |
den afzet der kolen, 50 pct. van de opbrengst der mijnschachten, gelegen op Duitsch |
|
28764 |
grensgebied, van 1 April 1920-31 Maart 1954 rechtstreeks naar Nederland wordt uit- |
|
28765 |
gevoerd in hoeveelheden, die 1} millioen ton per jaar niet te boven mogen gaan. |
|
28766 |
Ten aanzien van heffingen of rechten op den uitvoer wordt overeengekomen, dat |
|
28767 |
deze heffingen tot 31 Dec. 1923 niet meer mogen beloopen dan de helft van het ver- |
|
28768 |
schii tusschen den Duitschen prijs in het binnenland en den prijs voor uitvoer naar |
|
28769 |
Nederland en dat zij niet hooger mogen zijn dan die op de kolen uit de mijnen |
|
28770 |
van het „Reinisch-Westfälisches Kohlensyndikat". Van de 1 Jan. 1924-31 Maart 1954 |
|
28771 |
is het gedeelte van 50 pct., van de opbrengst, waarvoor de uitvoer rechtstreeks naar |
|
28772 |
Nederland is toegestaan, vrij van heffingen en uitvoerrechten. Duitsche binnen- |
|
28773 |
landsche heffingen, zooals belasting op steenkool enz. worden voldaan overeenkom- |
|
28774 |
stig de bepalingen, die alsdan van toepassing zullen zijn. |
|
28775 |
Hieronder volgt de voornaamste bepaling uit de overeenkomst der |
|
28776 |
Maatschappij met den Staat der Nederlanden. De Vennootschap verbindt |
|
28777 |
zich, indien en voor zoover de Minister van Landbouw, Nijverheid en Handel dit |