|
32537 |
PETROLEUM-MAATSCHAPPIJEN. 1071 |
|
32538 |
zie aldaar). In December 1908 heeft de „Koninklijke“ ten behoeve van de |
|
32539 |
overbrenging der ruwe olie naar hare raffinaderij „Besitang” eene pijplijn |
|
32540 |
aangelegd van pl.m. 140 K.M. lengte. Krachtens genoemd contract wordt |
|
32541 |
voor de ruwe olie aan de Perlak een koopprijs van f 2.50 per ton van 1000 |
|
32542 |
K.G. betaald. Alle betalingen waartoe de concessie, om geologische onder- |
|
32543 |
zoekingen te doen op de genoemde terreinen, verplicht, komen ten laste |
|
32544 |
van de Koninklijke. Voorts is bepaald, dat indien over af n a het vierde jaar, |
|
32545 |
volgende op dat, waarin de concessie in de openbare registers is ingeschre- |
|
32546 |
ven de ontvangen uitkering minder zou bedragen dan f 180.000, de Perlak |
|
32547 |
bevoegd is de overeenkomst op te zeggen; indien de Koninklijke zich bin- |
|
32548 |
nen drie maanden na de opzegging verbindt om hetgeen aan de f 180.000 |
|
32549 |
ontbreekt bij te betalen, is de opzegging vervallen. Winstverdee- |
|
32550 |
ling: De winst voor zoover niet op nieuwe rekening overgebracht of ge- |
|
32551 |
reserveerd, wordt verdeeld als volgt: Eerst tot f 60.000 aan een kapitaal- |
|
32552 |
reserve voor aandeelhouders, daarna tot f 300.000 dividend op de aandeelen. |
|
32553 |
Van het eventueel resteerende 88 pct. aan aandeelhouders, 8 pct. aan com- |
|
32554 |
missarissen en 4 pct. aan den directeur. Zoodra en zoolang de kapitaal- |
|
32555 |
reserve gelijk is aan het geplaatst kapitaal wordt voormelde f 60.000 aan |
|
32556 |
aandeelhouders als dividend uitgekeerd. Dividend 1902-1906 per |
|
32557 |
aandeel A van f 500: f 100 .- , f 125.80, f 124.80, f 113.50 en f 140 .--. |
|
32558 |
Dividend 1907-1923: f 82.50, f 75, f 60, f 47.50, f 40, f 32.50, f 25, |
|
32559 |
f 22.50, f 20, f 21.25, f 26.25, f 21.25, f 22.50, f 25, f 32.50, f 22.50 en f 15 |
|
32560 |
1924-1925: nihil; 1930: 17 pct. (no. 27, 13 April 1931 bij de T. B. A'dam en |
|
32561 |
's-Hage). Zie voor terugbetaling op het kapitaal het afzon- |
|
32562 |
derlijk hoofdje hierna. |
|
32563 |
Directeur: H. Blok Wybrandi. Commissarissen: Mr. A. D. |
|
32564 |
W. de Vries, J. A. Stoop, Th. W. Blijdenstein en Mr. A. W. Gerritzen. |
|
32565 |
Adres: Den Haag, Princessegracht 12. |
|
32566 |
Koersen der aandeelen: 1910: 159-100; 1915: 56-30; 1920: 72-42: 1921: 72-50}; |
|
32567 |
1922: 792-61; 1923: 783-61; 1924: 70-40}: 1925: 67-41; 1926: 89-581: 1927: 854-60. |
|
32568 |
1928: 190-70; 1929: 235-145; 1930: 189-101. |
|
32569 |
Procedure tegen den heer E. Deen. Naar aanleiding van een op 4 Juni 1915 |
|
32570 |
aangenomen motie, (zie pag. 1097 van deel I 1930), heeft de directie zich gewend tot |
|
32571 |
Mr. K. J. Philips, advocaat en procureur te Amsterdam, die adviseerde om een |
|
32572 |
procedure tegen den heer E. Deen aan te vangen. Hiertoe werd overgegaan. Het |
|
32573 |
pag. verloop 1105 der van deel procedure I 1926. in De hooger beslissing beroep van en den in Hoogen cassatie is Raad is uitvoerig in extenso vermeld opge- op |
|
32574 |
nomen op rag 1131 e. v. van jrg. 1922. Het eind-resultaat was dat de heer Deen |
|
32575 |
werd veroordeeld tot betaling van f 4.300.000 plus 5 pct. rente per jaar vanaf 10 Nov. |
|
32576 |
1915 tegen ontvangst van de 1500 gewone aandeelen „,Zuid-Perlak". |
|
32577 |
De getroffen heer Deen welke 5 overleed Juli 1 1926 Dec. door 1925 een te Parijs en met aandeelhoudersvergadering de erfgenamen werd werd een goedgekeurd dading |
|
32578 |
en over de waarbij erven de van „Perlak" den heer afstand E. Deen doet en van Mr. alle hare Hendrik rechten Deen en tegen: vorderingen tegen- |
|
32579 |
1. Volledige betaling aan de Perlak van de door de N .- I. Industrie- & Handel |
|
32580 |
dat over aan Maatschappij de wijlen perioden, niet den heer waarvan betaalde Emile de termijnen laatste Deen of der eindigt zijne z.g.n. 30 Juni rechtverkrijgenden Koetei-royalty, 1926; voor zoude het toekomen. gedeelte. |
|
32581 |
2. betaling aan de Perlak van & van gezegd gedeelte der Koetei-royalty over de |
|
32582 |
1966 periodes, en 1976) ; waarvan de eerste aanvangt 1 Juli 1926. (De Koeteiconcessies loopen tot |
|
32583 |
3. overdracht aan de Perlak van f 175.000 nominaal aandeelen in de N.V. Langsar |
|
32584 |
Petroleum Maatschappij (geplaatst en gestort kapitaal f 800.000) ; |
|
32585 |
4. betaling van onbetaald gebleven proceskosten, waarin wijlen de heer Emile |
|
32586 |
Deen bereids door den rechter is veroordeeld. |
|
32587 |
Aangaande de sub. 3 genoemde Langsar Petroleum Mij. werd in het verslag der |
|
32588 |
Perlak over 1926 medegedeeld dat de „Langsar” een royalty-contract heeft aangegaan |
|
32589 |
met de Bataafsche. Op 1 Mei 1930 werd op de A. V. medegedeeld dat de boringen |
|
32590 |
op het Langsar-terrein geheel zijn gestaakt. |