|
41733 |
SCHEEPVAART-MAATSCHAPPIJEN. 1225 |
|
41734 |
zen. Deze laatste dotatie vervalt aan gewone aandeelhouders zoodra er |
|
41735 |
geen winstbewijzen meer uitstaan of die reserve is opgevoerd tot een be- |
|
41736 |
drag van f 100 voor elk nog uitstaand winstbewijs. Uit laatstgenoemde |
|
41737 |
reserve kunnen te allen tijde winstbewijzen à f 100 per stuk worden afge- |
|
41738 |
lost. Uitloting à f 100 zal steeds moeten geschieden zoodra die |
|
41739 |
reserve voldoende is om 5000 winstbewijzen af te lossen. |
|
41740 |
Bovenvermelde reorganisatie werd goedgekeurd in de vergadering van |
|
41741 |
obligatiehouders van 20 Sept. 1924 en in de vergadering van aandeel- |
|
41742 |
houders van 26 Oct. 1924. Volgens een overeenkomst d.d. 10 Dec. 1923 (zie |
|
41743 |
pag. 1239 van deel I 1929) kon de mpij. tot 1 Oct. 1928 aanspraak maken |
|
41744 |
op kasvoorschotten van den staat en de gemeente |
|
41745 |
Amsterdam tegen 6 pct. rente. Onder deze overeenkomst bleef de mpij. |
|
41746 |
f 600.000 aan het Rijk en f 200.000 aan de gemeente Amsterdam schuldig. |
|
41747 |
Een tweede overeenkomst werd op 5 Februari 1929 gesloten en 16 Mei |
|
41748 |
en 20 Juli 1929 respectievelijk door de Tweede en Eerste Kamer goed- |
|
41749 |
gekeurd. De Maatschappij heeft zich bij die overeenkomst o.a. verbon- |
|
41750 |
den jaarlijks minstens 42 reizen tusschen Amsterdam of Rotterdam en Bra- |
|
41751 |
ziliaansche en/of Argentijnsche havens vice versa te maken, terwijl de |
|
41752 |
Staat ¿ van het eventueele exploitatieverlies geleden in den termijn van |
|
41753 |
1 Oct. 1928-1 Jan. 1931 als voorschot zal uitkeeren met een maximum van |
|
41754 |
f 2 250.000. Met de stad Amsterdam is een dergelijke overeenkomst aange- |
|
41755 |
gaan, waarbij deze stad toezegde het resteerende } van het eventueele exploi- |
|
41756 |
tatieverlies te zullen uitkeeren bij wijze van voorschot, met een maximum |
|
41757 |
van f 750.000. Op 1 November 1930 waren deze voorschotten geheel opge- |
|
41758 |
nomen, n.l. f 3.000.000 (zie noot onder de balans). In verband met de |
|
41759 |
„pool' overeenkomst aangegaan met den Norddeutschen Lloyd keurde de |
|
41760 |
Eerste Kamer op 30 Dec. 1930 en de Gemeenteraad van A'dam op 6 Febr. |
|
41761 |
1931 goed, het verleenen van voorschotten voor 1931 en 1932 tot een max. |
|
41762 |
van f 2.000.000 en f 666.667, met bepaling, dat in 1931 niet meer dan |
|
41763 |
f 1.000.000 en f 333.335 kon worden opgenomen en voor 1932 niets behoefde |
|
41764 |
te worden verleend, indien de Regeering op of vóór 30 Nov. 1931 de over- |
|
41765 |
eenkomst opzegde.1) De mpij. betaalt 5 pct. rente over deze voorschotten. |
|
41766 |
1) Zulks is geschiedt in verband met de door de 2e Kamer goedgekeurde con- |
|
41767 |
clusie van een Commissie van Advies, welke had te onderzoeken: le of het voort- |
|
41768 |
bestaan der Lloyd ook na 1932 redelijkerwijze verzekerd kan worden geacht en 2e |
|
41769 |
of een overeenkomst tusschen de Lloyd en de Rotterdam Zuid Amerika Lijn tot |
|
41770 |
stand gebracht kan worden. De commissie deelde in haar rapport o.a. mede, dat |
|
41771 |
zonder afschrijvingen op de vloot sedert 1927 het verlies per 31. Dec. |
|
41772 |
1930 f 8.409.407 bedroeg, en dat dit verlies is ontstaan na de reorganisatie van |
|
41773 |
1924, die niet voldoende ver was doorgevoerd. Het was der commissie gebleken, |
|
41774 |
dat van weerszijden de neiging tot samenwerking van de Lloyd met de R'dam |
|
41775 |
Zuid-Amerika Lijn bestaat, doch dat nog geen resultaat in dezen was bereikt |
|
41776 |
door omstandigheden buiten den wil van partijen. |
|
41777 |
De commissie was van oordeel dat dit in normale omstandigheden als bijv. in |
|
41778 |
1925/1928, mits de gedragslijn der tegenwoordige directie wordt gevolgd onder |
|
41779 |
het voortbetaan der overeenkomst met de Duitsche ondernemingen, een bescheiden |
|
41780 |
loonend bedrijf verzekerd is te achten, indien zekere voorwaarden, (o.a. spoedige |
|
41781 |
financieele reorganisatie) worden vervuld. De slotconclusie der commissie zooals |
|
41782 |
deze door de kamer werd aangenomen is dan, dat le de overeenkomst in groote |
|
41783 |
letter genoemd, moest worden opgezegd, zoodat uit dien hoofde geen verplich- |
|
41784 |
ting meer bestaat tot verstrekking van gelden in 1932 en verder over 1932 slechts |
|
41785 |
voorschotten te verleenen onder voorwaarde dat uiterlijk 31 Mei 1932 een voor de |
|
41786 |
Regeering aannemelijke financieele reorganisatie tot stand komt en een overeen- |
|
41787 |
komst is gesloten met de R'dam Z. A. Lijn of althans gebleken is dat de Lloyd het |
|
41788 |
redelijke heeft gedaan om zoo'n overeenkomst te sluiten en dat in afwach- |
|
41789 |
ting van de vervulling dezer voorwaarden slechts een |
|
41790 |
kasvoorschot voor 1932 zal kunnen worden verleend van |
|
41791 |
de helft van de som voor 19-32 bepaald in de opgezegde |
|
41792 |
overeenkomst. |