|
68753 |
1682 SPOORWEGFONDSEN. |
|
68754 |
ter inwisseling tegen de 5 pcts. obligatiën van 1870, de 3de serie groot |
|
68755 |
f 5.000.000, gecreëerd in verband met de in 1890 aangegane exploitatie-over- |
|
68756 |
eenkomst met den Staat, tengevolge van de naasting door dezen van de |
|
68757 |
voormalige Nederlandsche Rhijnspoorweg-Maatschappij, op welke aandee- |
|
68758 |
len alleen voor aandeelhouders de inschrijving à 100 pct. was opengesteld, |
|
68759 |
en de 4e serie groot f 22.000.000. De eerste 3 seriën ad totaal f 18.000.000 |
|
68760 |
luiden aan toonder en waren bij het aangaan van de overeenkomst van |
|
68761 |
1920 alle geplaatst. In 1931 kwamen van deze f 18.000.000 aandeelen |
|
68762 |
f 16.163.250 in het bezit der H. Y. S. M., welke daartegen 4 pct. obligatiën |
|
68763 |
afgaf. Men zie onder H. Y. S. M. bij 4 pct. obligatiën der 2e leening 1931. |
|
68764 |
De 4e serie staat ten name van den Staat. Ulto 1925 moest nog f 19.800.000 |
|
68765 |
door den Staat op deze aandeelen worden gestort. Aan het obligo dat op deze |
|
68766 |
aandeelen nog rust zal worden voldaan op zoodanige tijdstippen en met zul- |
|
68767 |
ke bedragen als door de Ministers van Waterstaat en Financiën in overleg |
|
68768 |
met de directie zal worden bepaald. Winstverdeeling: De zuivere |
|
68769 |
winst, welke na aftrek van de stortingen in fondsen door commissarissen op |
|
68770 |
voorstel der Directie vastgesteld overblijft, wordt tusschen den Staat eener- |
|
68771 |
zijds en de houders van aandeelen aan toonder en de oprichters anderzijds |
|
68772 |
verdeeld volgens de overeenkomst 1920 S. S. Uit het aan de houders |
|
68773 |
van aandeelen aan toonder en de oprichters toekomende gedeelte ont- |
|
68774 |
vangen de eerstgenoemden eerst 4} pct. van het op die aandeelen |
|
68775 |
gestort en niet terugbetaald maatschappelijk kapitaal. Van het over- |
|
68776 |
schot komt 5 pct. aan de oprichters en het overblijvende aan de houders |
|
68777 |
van aand. aan toonder. De aandeelen groot f 250, aan toonder en |
|
68778 |
volgestort hebben off. noteering. Er zijn 500 bewijzen van oprich- |
|
68779 |
tersrechten1), welke bij uitgifte van nieuwe obligatiën op de helft |
|
68780 |
daarvan voorkeursrecht hebben. Dividenden in guldens per aand. be- |
|
68781 |
ginnende met 1869: 11.87}, 13.75, 14.17, 13.85, 10.60, nihil, 11.25, 12.93}, 12.50, |
|
68782 |
12.43, 13 .-; 1880: 12.80, 13.45, 13.75, 12.50, 11.40, 11.75, 12.18, 12.73}, 13.93, |
|
68783 |
13.93}; 1890: 14.38, 10 .- , 3.20, 8.75, 5 .- , 8.123, 10 .- , 10 .- , 11.25, 12.50; 1900: |
|
68784 |
12.50, 11.873, 11.87}, 11.50, 11.25, 11.50, 11.50, 7.50, 7.50, 7.50; 1910: 10, 10, |
|
68785 |
12.50, 12.50, 7.50, 12.50, 12.50, 7.50, 7.50, 7.50; 1920: nihil, 12.50, 12.50, 12.50, |
|
68786 |
12.50, 12.50, 7.50, 12.50, 12.50, 7.50, 7.50, 7.50; 1920: nihil, 12:50, 12.50, |
|
68787 |
12.50, 12.50, 12.50, 12.50, 12.50, 12.50, 12.50; 1930: f 12.50 (no. 68, 6 Juli 1931). |
|
68788 |
Bovendien werd op 5 Jan. 1931 35} pct. uit de reserves belastingvrij uit- |
|
68789 |
gekeerd, zie tekst hiervoor. Dividendbewijs no. 67 was claim bij de uit- |
|
68790 |
gifte van de 4 pct. obligatiën 1930 (zie hierna). Bewijs van oprichtersrechten |
|
68791 |
in guldens per bewijs beginnende met 1869: 6.27, 10.71, 16.73, 16.56, 0, 0, 0, |
|
68792 |
14.201, 11.25, 10.71, 15 .- , 13.75, 15.74, 19.13, 8.15, 1 .- , 3.56, 6.78, 10.833, 19.64. |
|
68793 |
19.76; 1890: 23.11, 0, 0, 0, 0, 0, 0, 0, 0,12.90, 12.81}, 6.47, 6.46, 2.48, 0, 2.60 |
|
68794 |
en 2.48; 1907-1911: nihil; 1912 en 1913: f 12.57 en f 13.28; 1914: nihil; 1915 |
|
68795 |
en 1916: f 13.40 en 13.40; 1917-1920: nihil; 1921-1930: f 9.49, f 9.47, f 9.48, |
|
68796 |
f 9.47, f 9.47, f 9.48, f 9.47, f 9.48, f 9.47 en f 9.47 (no. 46). (No.45 was claim). |
|
68797 |
1) In verband met de wijziging van 1931 in de overeenkomst van 1920 met den |
|
68798 |
Staat, waardoor de indirecte garantie voor 5 pct. dividend werd teruggebracht tot |
|
68799 |
4 pct. en het percentage bestemd voor de bewijzen van oprichtersrechten bij de |
|
68800 |
overeenkomst van 1920 vastgesteld, geheel kwam te vervallen, stelde de S. S. voor |
|
68801 |
houders van genoemde bewijzen, aan toonder bij de A. C. van 27 April t/m. 30 Juni |
|
68802 |
1930 de gelegenheid open tot inlevering dier bewijzen, voorzien van talon en div .- |
|
68803 |
bewijs no. 46 e. v., tegen betaling van f 250 per bewijs. |
|
68804 |
Koersen 1915: 892-79}: 1916: 1022-846; 1917: 1002-91; 1918: 96-74; 1919: 80-61; |
|
68805 |
1920: 844-52; 1921: 997-843; 1922: 992-90; 1923: 108-91}; 1924: 1052-932; 1925: 1232-104; |
|
68806 |
1926: 1272-121; 1927: 1284-120%; 1928: 1314-126; 1929: 1310-1251; 1930: 141-131} |