|
11489 |
INDUSTRIEELE ONDERNEMINGEN. 713 |
|
11490 |
Nederlandsche Maatschappij tot het verrichten van |
|
11491 |
Mijnbouwkundige Werken te Haarlem, met bijkantoor |
|
11492 |
te Heerlen. Opgericht 10 Mei 1902 (met deelname der Industrie-Bank). |
|
11493 |
Duur tot 31 December 1975. Do el: Het verrichten van mijnbouwkun- |
|
11494 |
dige werken in den ruimsten zin, zoowel ten behoeve van mijnbouwkundige |
|
11495 |
exploratie als exploitatie, alles hetzij voor eigen rekening, hetzij voor |
|
11496 |
die van derden en zoowel hier te lande als elders; het vervaardigen, doen |
|
11497 |
vervaardigen of in den handel brengen van tot het verrichten der boven- |
|
11498 |
bedoelde werken benoodigde machinerieën, enz., het winnen van ruwe olie |
|
11499 |
en dergelijke producten, enz. De Mpij. bezit te Heerlen een fabriek voor |
|
11500 |
het vervaardigen van alle soorten machines, werktuigen en gereedschappen |
|
11501 |
op het boorbedrijf betrekking hebbende. In 1925 werd ze gesloten, daar |
|
11502 |
wegens locale omstandigheden de concurrentie met het buitenland niet |
|
11503 |
was vol te houden. In 1926 is in Groenlo een industrieterrein aan de |
|
11504 |
spoorbaan gekocht. Te Londen is een agentschap gevestigd voor |
|
11505 |
het Vereenigd Koninkrijk, waar zij voor derden diepboringen uitvoert. |
|
11506 |
De maatschappij interesseerde zich indertijd bij de Rumeensche petroleum- |
|
11507 |
industrie door het verkrijgen van { der 90 uitstaande winstbewijzen „Orion" |
|
11508 |
en door haar aandeel (3/3) in de ,,Intreprinderea-Petrolifera J. Koster". |
|
11509 |
Haar belang bij de „Orion werd tengevolge van de fusie dezer maatschap- |
|
11510 |
pij met de Phoenix Oil and Transport Company in 1923 omgezet in eene |
|
11511 |
participatie in laatstgenoemde onderneming, welk belang in 1928 geheel |
|
11512 |
was geliquideerd. Verder is zij geïnteresseerd (sedert 1924) bij de Comodoro |
|
11513 |
Oil and Transport Co. te Londen en (sedert 1927) bij hare dochtermpij. |
|
11514 |
Comp. Petrolifera Argentina, Solano S. A. te Buenos Aires welke mpijen |
|
11515 |
een olie-exploitatie bezitten in Argentinië, bij de Algem. Petroleum Mpij. |
|
11516 |
„Sirius“ (se'dert 1910) en sedert 1918 bij de Kon. Nederl. Hoogovens en Staal- |
|
11517 |
fabrieken. In 1909 nam de mpij. de concessies der Holl. Rum. Petr. Mpij. |
|
11518 |
over voor f 275.000 plus een royalty van 5 pct .; men zie hiervoor nader |
|
11519 |
op pag. 792, jrg. 1910. In 1926/27 werden in den Gelderschen Achterhoek o.a. |
|
11520 |
te Hupsel en Meinsink bij Groenlo boringen verricht ter diepte van resp. |
|
11521 |
1329 en 1358 meter en resp. 10 en 5 ontginbare kolenlagen doorboord bene- |
|
11522 |
vens dikke zoutlagen. Deze en meerdere boringen aldaar, werden in- |
|
11523 |
gebracht in het syndicaat „Gelria”, waarin met de H.H. Hope & Co. is |
|
11524 |
deelgenomen. Dit syndicaat verkreeg 3 Juli 1930 de concessie „Gelria" |
|
11525 |
voor steenkool-, zout- en oliewinning op bovenbedoelde terreinen samen |
|
11526 |
groot ca. 10.340 H.A. Ontginning der zoutlagen door middel van pompboor- |
|
11527 |
gaten is verboden. Zoutwinning op andere wijze is aan de goedkeuring |
|
11528 |
van den Min. van Waterstaat onderworpen. In 1929 is door het syndicaat |
|
11529 |
„Tubantia", eveneens met Hope & Co. opgericht, de concessie „Tubantia" |
|
11530 |
groot ca. 1900 H.A., aangevraagd. In dat terrein werden nabij Oele zout- |
|
11531 |
lagen aangeboord. Einde 1930 was op deze aanvraag nog geen beschikking |
|
11532 |
afgekomen. Kapitaal thans f 5.500.000, aanvankelijk groot f 150.000, |
|
11533 |
in Aug. 1909 vergroot tot f 1.500.000, in Nov. 1912 tot f 5.500.000, (in verband |
|
11534 |
met de aanvragen der Djambi-concessies), verdeeld in 10 seriën van f 150.000 |
|
11535 |
en 8 seriën van f 500.000, waarvan geplaatst en volgestort f 3.000.000. Begin |
|
11536 |
1906 werd de 2e serie uitgegeven; in Jan. 1907 de seriën 3-5, à 100 pct. |
|
11537 |
voor aandeelhouders en à 125 pct. voor anderen; op 23 September 1909 de |
|
11538 |
6e serie, niet deelende in de winst over 1909, voor aandeelhouders tot den |
|
11539 |
koers van 120 pct. In 1910 werden aan houders van winstbewijzen (zie |
|
11540 |
hieronder) f 200.000 aandeelen uitgereikt, in Maart 1914 werden f 600.000 |
|
11541 |
aand. à 108 pct. geplaatst, in Maart 1927 f 600.000 à 104 pct. en in Maart 1928 |
|
11542 |
f 700.000 à 105 pct. Er zijn 240 winstbewijzen uitgegeven. Alle aan- |