|
21533 |
884 ELECTRISCHE-, GAS-, TELEFOON-, TELEGRAAF- |
|
21534 |
EN WATERLEIDING-MAATSCHAPPIJEN. |
|
21535 |
bedrag: zie balans. Tot 31 Dec. 1914 konden deze obligatiën, na bijbetaling |
|
21536 |
van 25 pct., tegen aandeelen worden omgewisseld. Hiervan werd door |
|
21537 |
de houders geen gebruik gemaakt. Aflossing door jaarlijksche uit- |
|
21538 |
loting à pari in 32 jaren, te beginnen in 1916 op de volgende basis: in |
|
21539 |
1916 tot en met 1947 respectievelijk 10, 10, 11, 12, 12, 12, 14, 14, 15, 15, 16, |
|
21540 |
17, 18, 19, 20, 21, 21, 23, 24, 25, 27, 28, 29, 31, 32, 34, 35, 37, 39, 41, 44 en |
|
21541 |
44 obligaties à f 1000. Recht tot vervroegde, geheele aflossing à 105 pct. |
|
21542 |
tusschen 1 Jan. 1915 en 31 Dec. 1919 en daarna à pari. Op 25 Mei 1909 |
|
21543 |
was op deze obligatiën de inschrijving opengesteld à 100 pct. o.a. bij |
|
21544 |
de Ned. Indische Escompto Mpij. en de Rotterdamsche Bank. 5 pct. |
|
21545 |
Converteerbare obligatiën 1925. Leening groot f 3.855.000, |
|
21546 |
waarvan ondershands uitgegeven f 1.000.000 ter versterking der bedrijfs- |
|
21547 |
middelen, terwijl op de resteerende f 2.855.000, dienende tot aflossing van |
|
21548 |
de 6 pcts. leeningen 1914, 1919 en 1922 samen pro resto groot f 2.855.000, op |
|
21549 |
9 Nov. 1925 bij de Ned. Ind. Handelsbank de inschrijving openstond à 993 |
|
21550 |
pct. Houders van genoemde per 31 Dec. 1925 aflosbaar gestelde 6 pct. obli- |
|
21551 |
gatiën hadden voorkeur en konden met hun stukken onder verrekening |
|
21552 |
van rente- en koersverschil betalen. De stukken zijn groot f 1000 met |
|
21553 |
coupons 1 April en 1 Oct. Aflossing: te beginnen met 1 October |
|
21554 |
1927. f 190.000 per jaar, terwijl de laatste aflossing in 1946 f 245.000 zal be- |
|
21555 |
dragen, Loting: telkens uiterlijk in Augustus te voren. Versterkte of |
|
21556 |
geheele aflossing van 1 Oct. 1932 af geoorloofd. Versterkte aflossing ver- |
|
21557 |
mindert de periodieke aflossing niet. Conversierecht. Houders |
|
21558 |
konden hun obligatiën van 1 Jan. 1926 t.e.m. 31 Dec. 1926 converteeren in |
|
21559 |
aandeelen à 200 pct., alzoo twee obligatiën tegen een aandeel. Voor |
|
21560 |
f 3.666.000 obligatiën werd van het conversierecht gebruik gemaakt. Nog |
|
21561 |
uitstaand bedrag: zie balans. De converteerbare obligaties verkregen |
|
21562 |
12 Maart 1925 officieele noteering. Op 16 Dec. 1929 stond bij de N. I. H. |
|
21563 |
à 972 pct. de inschrijving open op f 5.000.000 5 pct. obligatiën 1930 |
|
21564 |
groot f 1000 met coupons 2 Jan. en 1 Juli. Aflossing in 20 |
|
21565 |
jaarlijksche termijnen van f 250.000 na uitloting in Oct. ter uitbetaling |
|
21566 |
telkens 2 Jan. d.a.v., voor het eerst 2 Jan. 1931. Versterkte of algeheele |
|
21567 |
aflossing à pari voorbehouden op elken coupondatum, na 1 Jan. 1933. |
|
21568 |
Versterkte aflossing vermindert de periodieke aflossing niet. Officieele |
|
21569 |
noteering 23 Jan. 1930. 41 pct. obligatieleening 1930 groot |
|
21570 |
f 2.500.000 in stukken groot f 1000 met coupons 2 Jan. en 1 Juli. Aflos- |
|
21571 |
sing in 25 jaarl. termijnen van f 100.000 telkens op 2 Januari der jaren |
|
21572 |
1932-1956, na uitloting telkens in October te voren. Versterkte of alge- |
|
21573 |
heele aflossing op elken coupondatum na 1 Jan. 1934 voorbehouden. Ver- |
|
21574 |
sterkte aflossing vermindert de latere normale aflossing niet. Nadat |
|
21575 |
f 1.000.000 dezer obligatiën in het buitenland waren geplaatst, stond op |
|
21576 |
17 Dec. 1930 bij de N. I. H. de inschrijving open op de resteerende |
|
21577 |
f 1.500.000 à 98 pct. Officieele noteering (geheele leening) 15 Mei 1931. |
|
21578 |
Prospectus in deel II 1931. Dividend preferente aandeelen |
|
21579 |
1914-1930: 6, 7, 8, 7, 7, 7, 8, 92, 10, 11, 12, 12, 12, 12, 12 ,12 en 12 pct. (no. 24, |
|
21580 |
27 Juli 1931 bij N. I. H., A'dam, 's Hage en R'dam en bij M. & Zn., R'dam); |
|
21581 |
gewone aandeelen voor het eerst over 1915: 7 pct. en over |
|
21582 |
1916-1930: 7, 7, 7, 7, 8, 9}, 10, 11, 12, 12, 12, 12, 12, 12 en 12 |
|
21583 |
pct. (no. 23). Tegelijk met de dividenden 1916-1920 werd resp. 23, 3, |
|
21584 |
4, 11 en 12 pct. uitgekeerd op de bewijzen van achterstallig dividend |