|
28682 |
1024 MIJNBOUW-MAATSCHAPPIJEN. |
|
28683 |
de kolenmijnexploitatie weer een belangrijker plaats in1). Te Samarinda is |
|
28684 |
een verkoopkantoor gevestigd. Voor het kolentransport werd in Dec. 1928 |
|
28685 |
een vervoercontract afgesloten met de Kon. Paketvaart Mpij., welke tevens |
|
28686 |
het stoomschip „Adriaan Stoop" dat door de O.B. in 1923 was gekocht, over- |
|
28687 |
nam. De boekwinst ad f 231.892 werd voor extra afschrijving aangewend. |
|
28688 |
Exploitatie-overeenkomst met de „Koninklijke“. De |
|
28689 |
maatschappij sloot in 1902 met de „Koninklijke” een exploitatiecontract, vol- |
|
28690 |
gens hetwelk door laatstgenoemde aan de Oost Borneo Maatschappij voor de |
|
28691 |
eerste honderdduizend ton ruwe olie op hare concessies Moeara en Pelarang |
|
28692 |
gewonnen, een royalty zou worden uitgekeerd van f 4.25 per ton, |
|
28693 |
terwijl vervolgens de cijns f 1.25 per ton gewonnen olie zou be- |
|
28694 |
dragen. Nadat de exploitatie gedurende 1905 51.392 ton had opgele- |
|
28695 |
verd, waren inclusief de productie der voorgaande 3 jaren de eerste 100.000 |
|
28696 |
ton petroleum bereikt, en ontvangt de mpij. dus voor het verdere product |
|
28697 |
(in 1905 nog 12.970 ton) een royalty van f 1.25 per ton. De concessies wer- |
|
28698 |
den op de Koninklijke overgeschreven. Op Pelarang werd nog niet tot diep- |
|
28699 |
boring overgegaan. Aan den oorspronkelijk rechthebbende der vergunnin- |
|
28700 |
gen, den heer W. de Jongh Dzn., werd tot en met 1922 5 pct. van de royalty |
|
28701 |
opbrengst der olie, verkregen uit de door hem ingebrachte concessie-terrei- |
|
28702 |
nen, uitgekeerd. Behalve de beide genoemde petroleumconcessies, bezat de |
|
28703 |
mpij. aanvankelijk de steenkolenconcessie Batoe Panggal, waarvan de lagen |
|
28704 |
voor zoover verkend reeds 12.000.000 ton steenkolen bevatten; ulto 1919 wer- |
|
28705 |
den haar nog verleend de steenkolenconcessies Boesang en Sigian en begin |
|
28706 |
1920 Leah-Lemas en Batoe-Bebal; al deze concessies zijn gelegen aan de Maha- |
|
28707 |
kamrivier. Begin 1922 werden verkregen de petroleum- en gasconcessies Kari |
|
28708 |
Orang en Semboeloe bij de Sangkoelirangbaai, voor welke 2 concessies royal- |
|
28709 |
tycontracten liepen met de Ned. Kol. Petr. Mpij. Van deze mpij. werden be- |
|
28710 |
gin 1923 nog overgenomen de steenkolenconcessies B. Oetak en &. Pinang aan |
|
28711 |
de Boengaloenrivier. Ook werden royaltycontracten met deze mpij. gesloten |
|
28712 |
voor 4 petroleumconcessies Koetei I, II, III en IV, gelegen bij de Sang- |
|
28713 |
koelirangbaai. In 1924 droeg de Ned. Kol. Petr. Mij. echter alle olie- en |
|
28714 |
gasconcessies weer op de Oost-Borneo Mij. over, en verviel daardoor ook |
|
28715 |
het royalty-contract. Een nieuw royalty-contract met deze mpij. werd in |
|
28716 |
1929 aangegaan voor de concessies te Koetei III, IV en X. (Een proefboring |
|
28717 |
op IV werd wegens technische moeilijkheden gestaakt; op III en X |
|
28718 |
zoekt men nog naar boorplaatsen). Verder werd in 1929 door het concern |
|
28719 |
Mitsui Bûssam Kaisha optie uitgeoefend op de concessie Koetei I en II en |
|
28720 |
Kari Orang. Met deze Japansche groep werd opgericht de N.V. Borneo |
|
28721 |
Olie Mpij. waarin de concessies werden ingebracht voor f 150.000 contant, |
|
28722 |
2 jaar later f 75.000 en drie jaar later nog eens f1 75.000, terwijl een royalty |
|
28723 |
van f 2.50 per ton ruwe olie aan de O. B. Mpij. zal worden betaald. De O. B. |
|
28724 |
verkreeg f 20.000 van de f 2.000.000 aandeelen der mpij. (Op Koetei I en II |
|
28725 |
wordt reeds eenige jaren proefgeboord, tot medio 1932 zonder resultaat). |
|
28726 |
Begin 1925 nam de Mpij. voor } deel in het Bauxiet Syndicaat, welk syndicaat |
|
28727 |
in 1932 werd ingebracht in de Nederl .- Indische Bauxiet Exploitatie Mpij. Zie |
|
28728 |
bijzonderheden bij de Mijnbouw Mpij. „Aequator". In Maart 1926 werd te |
|
28729 |
1) De slechte resultaten der kolenmijnexploitatie deden in de A. V. van 6 Aug. 1931 |
|
28730 |
stemmen van aandeelhouders voor afstooting van het kolenbezit opgaan. Het Bestuur |
|
28731 |
gaf hierop te kennen onderbrenging van het steenkolenbedrijf in een afzonderlijke |
|
28732 |
vennootschap te zullen overwegen. Hiervan kwam tot heden (Dec. 1932) nog niets. |
|
28733 |
Op de A. V. van 4 Augs. 1932 werd een commissie van 5 aandeelhouders benoemd, |
|
28734 |
welke met het bestuur zal onderzoeken of voortzetting van het steenkolenbedrijf |
|
28735 |
in het belang van aandeelhouders is. |